vrijdag 22 maart 2013

Van Kerstnacht – Doop Jordaan – Golgotha – Hemelvaart tot Pinksteren Verleden – heden – toekomst



 Van Kerstnacht – Doop Jordaan – Golgotha – Hemelvaart tot Pinksteren
 Verleden – heden – toekomst

Reneé Zeylmans

Hoe kunnen we Pasen vieren als we niet eerst de weg meeleven die daaraan vooraf is gegaan. De zeven dagen van de Stille week, van Palmzondag tot Golgotha. Maar allereerst de geboorte van Jezus in Bethlehem tot aan de doop in de Jordaan.
Wat 2000 jaar geleden plaatsvond is niet alleen verleden, maar ook heden en toekomst, eeuwigheidswaarde! Niet indenken maar inleven, geen hoofd maar harte beleven..
Ik ben acht keer in Israël geweest. Wat ligt daar een onmetelijke geschiedenis. Steeds weer greep en grijpt het mij aan dat ik er mocht zijn en lopen.
Ondanks alle ellende die daar in het verleden heeft plaatsgevonden en tegenwoordig nog plaatsvindt, waar ik mij ook diep van bewust ben, ademt daar in de kosmos ook een heilig voelbaar licht. Kan het misschien ook niet anders dat waar licht is ook duisternis heerst? Kunnen we het licht wel verdragen?
En het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet begrepen”.
Willen we nog wel door het lijden en eenzaamheid gaan? Alles moet over zijn, verwerken in korte (voorgeschreven) tijd! Maar waar is ons archief?
Door Rudolf Steiner mochten we tot een dieper bewustzijn komen, hij onthulde de mysteriën waar we sinds de vorige eeuw rijp voor zijn geworden om de weg te gaan tot een dieper bewustzijn.
Ik wil proberen jullie in gedachten mee te nemen naar Israël.
Om de openbaring van Steiner te kunnen verwoorden krijgen we o.a. geschonken door Emil Bock (1895-1959). Eén van de eerste priesters van de Christengemeenschap waar Rudolf Steiner in 1922 het fundament legde. Daar wil ik mij nu o.a  op richten als leidraad.
 De gebeurtenissen staan niet los van elkaar, maar vormen één geheel. Dus laten we eerst terug gaan naar Bethlehem, 2000 jaar geleden, de geboorten van de twee Jezus kinderen.

Het kerstverhaal volgens Mattheüs vertelt over het Jezus kind uit het Koninklijke Salomonische geslacht dat teruggaat tot Abraham en de aanbidding van de drie Priester Koningen. Lukas vertelt ons het verhaal van het Jezus kind uit het Nathanische geslacht dat teruggaat tot Adam – Nathan en aanbeden wordt door de herders.

In het Mattheüs evangelie horen we dat de ouders dadelijk na de geboorte en de aanbidding van de 3 koningen met hun kind vluchtte naar Egypte

Mattheüs 2: 9-11
En zie, de ster, die zij hadden zien opgaan, ging de drie koningen voor, totdat zij boven de plaats bleef staan waar het kind was. Toen ze nu de ster zagen, werden zij van grote vreugde geheel vervuld. Zij traden het huis binnen en zagen het kind met Maria, zijn moeder.

(…) (Matth. 2:13) Toen ze vertrokken waren, zie een engel des heren verscheen aan Jozef in de droom en zeide: Sta op, neem het kind en zijn moeder tot u en vlucht naar Egypte.

Het Lukas evangelie beschrijft de geboorte van Jezus in de stal en de aanbidding van de herders. Na 8 dagen vindt de besnijdenis plaats. Volgens de joodse wet  moest een vrouw die gebaard had , 40 dagen na de bevalling een reinigingsoffer brengen in de tempel Een mannelijke eerstgeborene moest dan aan God worden aangeboden. Dat deden ook , zoals Lukas  ons verhaalt (Luk. 2:22-39), Jozef en Maria . Daar werd Hij door de heilige grijsaard Simeon en de profetes Anna gezegend . (Matth. 2:25-40). Veertig dagen na Jezus geboorte (25 december) de 2e februari, de Amburbate-dag, het begin der reinigingsmaand bij de Romeinen. Zo was deze dag reeds door het lot  aangewezen  om de feestdag van “Maria-Zuivering, Maria-Lichtmis te worden. Toen ze alles volbracht hadden wat de wet des Heren voorschrijft, keren zij terug naar hun woonplaats Nazareth. ( Lukas: 2-21)
Nu moet ik in het kader van deze bijdrage, zeer kort “door de bocht” gaan, de conclusie weergeven van 2 Jezus kinderen (waar Bock (door de openbaring van Steiner) een heel boek over heeft geschreven) . Bij de geboorte van de Nathanische Jezus was er geen sprake van de kindermoord door Herodes. Niet lang na de kindermoord in Bethlehem was Herodes al gestorven. Herodes stierf in januari -1 jaar vóór de jaartelling. Zijn zoon volgde hem op, Hij noemde zich Herodes Antipas en hij stichtte een nieuwe koningsstad met de naam Sepphorus. Na de dood van de wrede koning Herodes, ging er een bevel uit van keizer Augustus, dat er een volkstelling plaats zal vinden
De ouders van de Salomonische Jezus woonde in Bethlehem, dus werd hij niet in een stal geboren.

Rudolf Steiner
(..) Heden is Christus geboren, er wordt steeds over heden gesproken, dat is belangrijk en van veel betekenis. Over heden wordt gesproken in de zin zoals Christus zelf gesproken heeft. Ik ben bij U tot aan het einde der tijden. Dat is iets dat elk jaar opnieuw vóór ons staat en ons de samenhang tussen mens en hemel onthult. Dat laat ons zien dat zich ook in de mens moet voltrekken wat zich in de hemel voltrokken heeft. En zoals de zon geen centimeter van haar baan zou kunnen afwijken zonder verwarring te stichten, zo moet ook de mens zich aan zijn weg houden. Hij moet die innerlijke harmonie, dat innerlijke ritme vinden waarvan Christus, die in Jezus geïncarneerd was, het voorbeeld geeft, en die werken zal in de Vader, wier leiding de mens in de toekomst moet volgen.
Dat is het verband tussen mens en hemel: de zon moet niet alleen standvastig haar loop aan de hemel volbrengen, en bij de nieuwe zonnewende nieuwe krachten krijgen, zij moet ook in de mens de geboorte van het licht uit zijn diepste innerlijk bewerken, een opstanding, een zonneheldendom van het vijfde wereldtijdperk.
Daarom luidt de kerstspreuk ook: ‘’Gloria in excelsis Deo, et in terra pax’’, ” Vrede op aarde de mensen die van goeden wille zijn’, De innerlijke vrede zal ook de mensheidsevolutie een ritmisch verloop geven, zoals de zon haar eigen loop in een regelmatig ritme heeft gebracht.
In de zon hebben wij een beeld van de eeuwige kringloop van de kosmos. Zij heeft de chaos in zichzelf overwonnen en tot vrede gebracht In deze zin is het kerstfeest een feest van de vrede, waar ook een stemming van vrede en harmonie van moet uitgaan.

(…) Maar iets heilzaams voor de mensheid zal alleen dan ontstaan als de mensen de weg vinden naar de geestelijke werelden, dat er niet slechts een tijdelijke, maar dat er een altijd durende Kerstnacht  moet zijn, een altijd durende geboren worden van het goddelijk-geestelijke in de fysieke aarde-mens.

GA. 143  Berlijn 19 dec. 1904.  Zeichen uns Symbole des Weihnachtsfestes  (Nederl. Tekens en symbolen van het kerstfeest. Voordracht: De geboorte van het licht, een kerstvoordracht.)

Toen de ouders met Jezus na enige jaren terugkeerden uit Egypte gingen ze in Nazareth wonen. Daar ontmoeten nu de beide stromen van het lot elkaar die ertoe bestemd zijn tot één stroom samen te vloeien.. Er ontstond een hechte vriendschap tussen de beide families en kinderen.
Met Pasen gingen de beide families naar Jeruzalem, zoals ieder jaar gebruikelijk was. De Nathanische Jezus was inmiddels twaalf jaar oud. (Lukas 2: 41-52).
Daar vond het adembenemende moment plaats de incorporatie van de Salomonische Jezus in de Nathanische Jezus. De Salomonische Jezus stierf kort daarna. Lukas 2:52 zegt: “En Jezus nam toe in wijsheid en genade bij God en mensen”.
In het 5e evangelie van Steiner mogen we kennis nemen van de indrukwekkende levensloop van de Nathanische Jezus, vanaf zijn 12 tot 30ste jaar. O.a. van het ontvangen van het omgekeerde Onze Vader. Op zijn 30ste jaar had hij een lang, intensief gesprek met zijn moeder Maria, waarna hij zich begeeft naar de Jordaan. Bereidheid zich volledig te offeren bezielde Jezus toen hij zich op weg begaf  naar Johannes de Doper.. Zijn speciaal voorbereide fysieke en etherische hulsel  te offeren voor de intrede van het afdalende Zonnewezen. Johannes de Doper ziet hem aankomen, hij kende Jezus zijn hele leven al, zelfs al in de buik van zijn moeder Elizabeth, die 6 maanden zwanger was, gaf Johannes een teken van herkenning door een “sprong” in de buik, toen Maria haar nicht, net pas zwanger was van de Nathanische Jezus, haar bezocht. Dit herkennen in diepere zin kwam weer terug bij de doop, de menswording van Christus. Toen Jezus gedoopt was en reeds uit het water opsteeg,  zie de hemelen opende zich en hij schouwde de Godsgeest , de Godsgeest die nederdaalde als een duif ,. En zie, een stem sprak uit de hemelen, “Deze is mijn geliefde zoon in wie ik mij openbaar.
Steiner wijst erop dat: 'Deze is mijn geliefde zoon in wie ik mij openbaar', wat niet triviaal vertaald moet worden met de woorden: “ in wie ik een welbehagen heb”(Matth./3:17).

Maar… wie waren de ingewijden die zich incarneerden in de twee Jezus kinderen?
 Ik moet dit zéér beknopt weergeven zonder verdere toelichting, het is niet anders. Hopelijk is dit misschien een aansporing om verder te lezen, in de aangegeven lectuur!

Zarathustra was het die zich incarneerde in de Salomonische Jezus. Sedert het oud-perzische cultuurtijdperk, ja zelfs sedert de tijd van Atlantis, is Zarathustra de grote dienaar van de Zonnegeest Christus.  Hij was het dan ook die later het lichaam van de Salomonische Jezus verliet en incorporeerde in het lichaam van de twaalf jarige Nathanische Jezus. Dankzij het gebeuren bij de doop in de Jordaan, waar Zarathustra als grootste offer, zijn omhulsel offerde aan de Christus, mocht  hij vanuit de geestelijke wereld aanwezig zijn bij het gebeuren op Golgotha en de dagen daarna. Dit   was tegelijkertijd ook het begin van zijn nieuwe nog hogere missie in de mensheid als Meester Jezus.
Het leven van Zarathoustra weer te geven in een paar woorden is onmogelijk. Graag verder lezen bij Steiner en Prokofieff, vertaling van zijn boek” De kringloop v.h. jaar als weg tot de etherische Christus. 11 febr. 2003 bij uitg. Perun

De individualiteit die in het lichaam van de Nathanische Jezus leefde, was het wezen van Adam, welke in de Goddelijke wereld was achtergebleven, niet wederom op aarde was geïncarneerd. Dit wezen is volkomen onschuldig zonder karma. Ook Boeddha doordringt het astraallichaam van de Nathanische Jezus. Dat was dan ook de zuiverheid, onschuld waarin hij zich tot zijn twaalfde jaar manifesteerde.

Steiner: kerstfeest sluit meer aan bij het gevoelsleven.
Paasfeest:, maakt het noodzakelijk dat de mens zich inspant om te komen tot het begrijpen van het eigenlijke mysterie van Golgotha.

Met pijn in mijn hart moest ik het voorgaande beknopt weergeven, een wereldgebeuren wat in feite bijna niet te verwoorden is.

We maken nu een driejarige ”sprong” naar het gebeuren in Jeruzalem.

Al die plekken zowel in Galilea, Judea en Samaria mocht ik betreden. Het “drievoudige landschap”
Ik heb veel gelopen in Israël, vooral in Jeruzalem de oude stad, die toegang verschaft door verschillende historische poorten, ommuurd door een hoge muur, smalle straatjes, meer steegjes, hobbelig, nog in de oude staat. Veel lawaai en geroezemoes. Dat is op zichzelf al een hele belevenis. De wijken zijn groepsgewijs verdeeld: Joods, Christelijk Islamitisch, Armeens en nog een paar.
Nooit abnormale dreigementen meegemaakt, ieder zijn eigen toko, wel word je overal naar binnen gelokt en moet je leren afdingen. Voor iedere nationaliteit hebben ze wel een  leuze in de betreffende taal, voor Nederland: “kijken, kijken, maar niet kopen”.

Op de zeven dagen liepen Christus en zijn discipelen van Bethanië via Bethfage over de Olijf berg naar Jeruzalem. Niet alle dagen tot Bethanië, daar kom ik op terug op de betreffende dag. Deze hele weg, heen en terug, mocht ik ook lopen, van Bethanië naar Jeruzalem. Ik heb Bethfage als een stille plek ervaren, hier bevond zich in de dagen van Jezus een kleine nederzetting “Het huis der Vijgen”. Er staat nu een prachtig klein “kerkje” met schilderingen van de gebeurtenissen aldaar, en ook de tuin  is nog aanwezig. Deze weg is nu niet meer te betreden door de huidige situatie. Zoals we uit de bijbel
weten, wekte de Christus in Bethanië Lazarus uit de dood op, een ontzaglijk belangrijke gebeurtenis, die ik onmogelijk in dit bestek kan verwoorden. Vanaf dat moment komt pas de naam Johannes, de discipel die Jezus lief had, in de Bijbel voor.
Jezus, was meermalen in Bethanië, waar Lazarus/Johannes woonde met zijn twee zusters, Maria Magdalena en Martha. Er was een diepe verbondenheid tussen hen.
Ik ben weer in gedachten in Israël, nu  ik dit schrijf, het is diep verankert in mijn ziel, kan ik iets daarvan overbrengen? Zoeken naar woorden gaat door een doodsproces, maar hopelijk een opstanding in ons hart!
Emil Bock:
De zeven dagen voor Pasen kunnen worden vergeleken met de twaalf heilige nachten van de kersttijd. Voor diegene die zich die zich in vrome eerbied overgeven aan het weven van de midwintertijd, de juiste voorbereiding voor de twaalf maanden van het nieuwe jaar.
De zeven dagen van de stille week schenken diegene die op innerlijk actieve wijze het drama van het mysterie van de passie meebeleven, nieuwe krachten voor alles wat de toekomst hun nog zal geven.

De zeven dagen van de week zijn genoemd naar de zeven planeten van ons zonnestelsel. Door de geestelijke zonnekrachten van Christus, zijn de planeetkrachten die werkzaam zijn in de zeven dagen van de week, tijdens de stille week verchristelijkt.

Zondag – de Zon
Maandag – de Maan
Dinsdag – Mars
Woensdag - Mercurius
Donderdag – Jupiter
Vrijdag - Venus
Zaterdag – Saturnus

Willen we begrip krijgen voor Pasen, dan moeten we vanzelfsprekend eerst de voorafgaande weg afleggen, de zeven dagen van de stille week van Palmzondag tot stille Zaterdag.

Palmzondag (Joh. 12. Markus 11:17. Lukas 19:30. Math. 20 )

Christus geeft Petrus en Johannes de opdracht de ezel en het ezelsveulen te halen in Bethfage. De ezels waren geen lastdieren. Zoals daar heilige bomen waren, zijn er ook heilige dieren in het “huis der vijgen” Ook in sprookjes is de ezel nog het beeld (imaginatie) van het fysieke lichaam. Op maandag meer over deze heilige plaats!
Op deze eerste dag van de stille week trekt Christus de heilige stad Jeruzalem binnen.
De menigte om hem heen raakt in heilige extatische vervoering. Men rukt palmtakken van de bomen en legde die op de weg die Christus betreedt. Van oudsher werd de palm altijd ervaren als het symbool van de Zon. Met zonnesymbolen tooien de mensen de weg. Palmzondag is de dag van de oude zon, nu zal deze dag de nieuwe zon zijn, de spirituele zon, ze gaat niet onder maar straalt voortdurend.
Christus draagt het nieuwe Jeruzalem binnen in de ondergaande afstervende wereld.

Maandag van de Stille Week (Joh.1: 46-52)
Vervloeking vijgenboom - Tempelreiniging.
Opnieuw gaat hij naar Jeruzalem, langs Bethfage waar de ezels wonen. Dan geschiedt het raadselachtige dat hij voor een van de vijgenbomen van Bethfage gaat staan. Tot ieders verwondering meent Christus vijgen te kunnen plukken, waar het helemaal de tijd niet voor is. En ze horen hem woorden spreken: “Nooit eet iemand meer vrucht van u in eeuwigheid”. Hieruit blijkt wederom dat wij de symboliek van de Bijbel nog bij lange na niet verstaan. Ik heb mensen met onbegrip horen uitspreken dat Christus Jezus trek had in vijgen, terwijl het niet het juiste seizoen was, waarop hij de boom vervloekte. Onbegrip, twijfel aan de Christus, maar niet aan onszelf, onze beperktheid van inzicht.
Wat was dan wel de betekenis? De mensen in Bethfage onderhielden in het huis der vijgen het zitten onder de vijgenboom, een toestand van bovenzinnelijk schouwen die door deels lichamelijke, deels meditatieve oefeningen werd bereikt.  Christus verrichtte een spirituele handeling door de laatste vrucht voor het oude schouwen een laatste overblijfsel van de oude, door de natuur bepaalde, aan het lichaam gebonden, helderziende kracht af te wijzen. Christus laat hen inzien dat de mensheid eens tot een nieuw schouwen zal komen. Het oude schouwen bezat de aard van de maan, het nieuwe schouwen zal de aard van de zon hebben. Definitief is thans te kennen gegeven dat Christus niet aan de oude krachten wil aanknopen.

Christus betreedt de plek waar de tempel zich bevindt, op de berg Moria (Tempelberg). Er is een grote drukte in verband met het Pascha. Er wordt handel gedreven, voor het naderende Pascha. Honderden pelgrims zijn komen opdagen. Er worden dierenoffers gebracht en het paaslam wordt geslacht. Dat biedt de mogelijkheid om zaken te doen, want voordat er wordt geofferd moet er eerst worden gekocht.
In het beeld van de verdorde vijgenboom had zich aan de discipelen het verval van het oude religieuze bewustzijn geopenbaard; in het beeld van de jaarmarkt, die zich in deze dagen binnen het gebied van de tempel ontplooide, werd het verval van de religieuze cultus duidelijk.
Bij het binnentreden van Christus in de tempel worden de mensen zich, door het vuur en de ernst van zijn gestalte, vol schrik bewust in welke ontaarding zij terechtgekomen zijn. Het aangezicht van de Christus geeft ons bewustzijn van ons ware wezen.
De Goddelijkheid in hem is geheel tot menselijkheid getransformeerd. Zij is intens vlammende wilskracht geworden. Hij heeft het recht om de in diep verval geraakte wereld van de tempel, te ontmaskeren en de storm te ontketenen.

De Tempelberg, Moriaberg, is nu het gebied van de Islam. De Gouden Rotskoepel praalt boven de
stad uit. De Gouden Rotskoepel (Kibboets Es-Sakhra) is gebouwd boven het altaar waar Abraham zijn zoon Izaäk moest offeren en van waar Mohammed zijn hemelse reis begon. De koepel rust op een achthoekig fundament. De Rotskoepel is niet erg toegankelijk en soms ten tijde van onrust gesloten voor toeristen. Ik ben er geweest en het is zeer zeker heel mooi. Wat een geschiedenis ligt hier. De besnijdenis van Jezus, de 12 jarige Nathanische Jezus die zich uiteenzet met Schriftgeleerden. 
De Klaagmuur van de Joden is 12 m. hoog en loopt parallel aan de andere kant.

Dinsdag - Mars (Math. 21:23 – Markus 11: 26 – Lukas: 20)
Disputeren met de tegenstanders, strijden met het woord.

Marskrachten moeten zich voegen naar de kracht van het woord van Christus (uiteenzetting).
Nu is de dag van Mars aangebroken, de strijd ontbrandt.
De Hogepriesters, Schriftgeleerden en oudsten binden als eerste de strijd met de Christus aan. Ze willen weten uit welke bevoegdheid hij spreekt en handelt.
Dan komen de Farizeeërs samen met de aanhangers van Herodes. Ze stellen de vraag: “is het geoorloofd aan de keizer belasting te vragen?
De Sadduceeërs willen weten hoe Jezus over de opstanding uit de dood denkt.
Tot slot willen de wetgeleerden hem voor de ogen van het hele volk compromitteren en denken dit te doen door te vragen, welk gebod volgens hem het voornaamste is.
Jezus beantwoord, elk van de vier vragen. Hij neemt de “handschoen” op en strijd met de wapenen van de geest. Indrukwekkende beelden ontrolt hij. Zoals hij in de voorafgaande 3 jaren in wonderbaarlijke gelijkenissen tot het volk en in gelijkenissen vol diepe geheimen tot zijn discipelen
had gesproken. Zo sprak hij vol vervulde strijdbaarheid, gelijkenissen tot zijn tegenstanders. Zijn strijdbare gelijkenissen is een laatste worsteling om de ziel van zijn tegenstanders. Wellicht zullen ze
hierdoor toch nog wakker worden, en door de confrontatie met zichzelf zal de schrik hen om het hart slaan, en hen tot inkeer brengen.

Wanneer de dag ten einde loopt verlaat Jezus met zijn discipelen, zoals steeds in de avond, de stad. Ze gaan de heuvel van Gethsemané op en gaan deze avond niet naar Bethfage en Bethanië. Op de top van de Olijfberg, waar het vervuld is van vrede, laat hij zijn discipelen zitten. Daar spreekt hij, voor het laatst onder de vrije hemel, de discipelen toe.
Terwijl ik dit schrijf zie ik mijzelf weer lopen. De route van Jeruzalem naar de Olijfberg.
Het is voor mij onmogelijk om in beknopte vorm het onderricht van Jezus op de Olijfberg weer te geven. Ik zou het ontkrachten. Het wordt wel genoemd: ”De Apocalyps op de Olijfberg”. Het geeft een blik op de grootse gebeurtenissen die zich in de toekomst in het lot van de mensheid zullen voltrekken.
Dit alles vindt plaats na de strijd die overdag gestreden is.

Emil Bock verwoordt het zo mooi:
“Zo is het steeds in het leven. Wanneer de dag ware daden heeft voortgebracht, roepen de avond en de nacht uit de hemel de weerklank van deze daden op. De resultaten van de dag bestaan niet alleen maar uit datgene wat rechtstreeks tot stand wordt gebracht. Wanneer door de activiteiten overdag aan de poorten van de geestelijke wereld is geklopt, kunnen, wanneer de avond en de nacht neerdalen, de poorten van een andere wereld opengaan. En dan stroomt zoveel binnen, als overdag aan ware innerlijke kracht is opgebracht”.
Bock vervolgt:
In het grote, afsluitende visioen onthuld Christus tenslotte, wat het geheim van de innerlijke moed is.
“Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringste van mijn broeders, hebt gij voor mij gedaan”. Of de mens op de weg van zijn ziel en van zijn geest op de juiste weg voortschrijdt, blijkt uit het feit of hij kan lief hebben. Liefde is het eigenlijke tegendeel van angst. Elk waarachtig streven naar het spirituele, begint met de innerlijke moed en mondt uit in de liefde. Waarachtige liefde voor de mensen, is identiek met de liefde voor Christus zelf”.
De met Mars verbonden machten van de dag worden, hoewel de nacht is nedergedaald, geheel overstraald door de zon van Christus, wanneer alle van spirituele strijdbaarheid vervulde woorden tenslotte hun bekroning vinden in het woord over de liefde.

De woensdag voor de Stille Week – Mercurius
(Math. 26 – Marcus 14 – Joh. 12:3 – Lucas 22)
Zalving te Bethanië – verraad Judas.

De dag van het “Mercuriale” van het levendige en bewegelijke.
De stille week is eigenlijk vanaf het midden stil. Pas in het laatste deel van de week daalt het geheim van de stilte neer, maar het is een kosmische, dramatische stilte.
Christus bevindt zich weer in Bethanië met zijn discipelen. Samen zitten ze met hem aan de dis; de discipelen – Lazarus/Johannes en zijn zusters. Maria Magdalena, is door de Christus genezen van een tragische noodlottige bezetenheid en heeft ervaren hoe haar ziel werd bevrijd en gereinigd. Martha was de vrouw die aan bloedvloeiing leed. Het zijn genezingen van de geest, van de ziel en van het lichaam waardoor deze 3 mensen uit één gezin te Bethanië zijn gaan behoren tot de kring van de zeer vertrouwde volgelingen van Christus.
Wanneer allen samen zijn is het Maria die de voeten van Christus met kostelijke nardusolie zalft en met haar haren afdroogt. Het evangelie volgens Johannes zegt dat het gehele huis vol was van de geur van dit offer (Joh. 12:3). Zij had dit al eerder gedaan zoals het evangelie van Lucas 7:36-38 ons verteld. Wat komt tot uitdrukking door de daad van Maria Magdalena? De zalving is een sacramentele handeling. De ziel van Maria verheft zich tot een sacramentele daad. Toen de anderen wat wrevelig werden, sprak Christus: “zij geeft mij de stervenswijding, als een voltrekken van de laatste handeling”.
Eén uit de kring is er die zijn zelfbeheersing verliest als hij ziet wat Maria Magdelena doet. Het is Judas. Hij zegt dat het vele geld dat daar verkwist wordt aan de dure olie, beter aan de armen gegeven kan worden. In werkelijkheid woedt in zijn ziel iets geheel anders. Dit was de druppel, de laatste stoot tot zijn verraad. Hij wachtte al lange tijd op het in openbaarheid treden van Jezus en op het politieke wonder dat daardoor naar zijn overtuiging zal worden bewerkstelligd. In Bethanië is zijn geduld ten einde. Vervuld van onbeheerste opwinding gaat hij naar diegenen die het op het leven van Christus hebben gemunt.
Beiden, Judas en Maria Magdalena, zijn typisch “Mercuriale” mensen. Ze zijn beweeglijk en temperamentvol. Ze zijn niet saai, bij hen staat het rad van het leven niet stil. Maria echter weet haar onrust te beteugelen en om te zetten in vrome ingetogenheid, vrede en liefderijkheid.
Judas is een ander type van de Mercuriale mens. Hij is zonder meer het type van de rusteloze mens die altijd in de wereld buiten hem werkzaam wil zijn. Sociale bedrijvigheid, hoe goed en prijzenswaardig zij ook mag zijn, is heel vaak slechts een verdoving van zichzelf.
De drang ertoe wordt niet altijd gevormd door een echte sociale impuls, maar heel vaak door de eigen innerlijke onrust. Veel mensen zouden heel ongelukkig zijn wanneer men hen zou dwingen, een tijdlang niets te doen. Dan zou blijken dat de sociale activiteit niet het gevolg is van een werkelijke innerlijke aandrang, maar een toegeven aan een zwakheid, zonder dit te willen bekennen of te onderkennen.

Witte Donderdag – Jupiter (Math. 26 – Lucas 22 – Joh. 13)
Voetwassing - Heilig Avondmaal.

De nacht voor Pascha breekt aan, waarin de vrome Joden zich voorbereiden op de sabbat van Pascha, die op de avond van de volgende dag begint. De straten zijn plotseling leeg en verlaten. Op de avond van de Witte Donderdag betreden wij het domein van een heilig zwijgen. Ineens gaat al het rumoer over in stilte. Overdag heeft het lawaai van het volk dat in de straatjes door elkaar krioelt, teweeggebracht door de vele duizenden kopende en door elkaar pratende pelgrims ter gelegenheid van het paasfeest, zijn hoogtepunt bereikt.
Ook Jezus en zijn discipelen trekken zich terug in de ruimte waarin zij het paasmaal willen houden. Dit is geen privé woonhuis, maar het huis dat voor de heilige gemeenschap van de Essenen tot orde huis dient, het cenaculum. De orde van de Essenen stellen aan de vooravond van Pascha hun huis ter beschikking aan Jezus.
Recht tegenover staat het huis van Kajafas, het stamhuis van de orde van de Sadduceeën. Ook daar komt een kring bijeen die het Pascha voorbereidt. Het zijn de vijanden van haat vervuld. Psalm 23: “Een tafel richt gij mij aan in het aangezicht van mijn belagers.
De nacht voor Pascha. De worg-engel gaat rond.
Wat bevindt zich op de tafel, waaromheen Jezus en zijn discipelen geschaard zijn, om het avondmaal te gebruiken?
Ook deze gemeenschap voegt zich naar de oude wet en vervult de oude zeden. Het paaslam is toebereid. Jezus, maakt zich met de discipelen gereed het te eten, vol vroomheid denkend aan het offer van het lam dat eens, ten tijde van Mozes, het teken was voor het verbreken van de ketenen van de slavernij. Maar het paaslam op de tafel in het cenaculum krijgt een andere betekenis. Aan tafel zit degene van wie Johannes de Doper kon zeggen: “zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt ”. Nergens, maar ook nooit ervoor of erna, stond het paaslam zo dicht bij degene voor wie het een symbool was. (Korinthe)
Duizenden jaren was het eten van het paaslam een profetische gewoonte. Nu is de vervulling van de profetie nabij gekomen. Weldra zal de apostel Paulus kunnen zeggen: ”want ook ons paaslam is geslacht: Christus” (1 Korinthe 5:7) In het cenaculum (eetzaal, laatste avondmaal) ontmoeten profetie en vervulling elkaar. De zin van het oude offer lag daarin besloten dat, het vers stromende bloed van reine offerdieren de kracht bezat om de ziel van de mensen, die in die tijd nog niet zo nauw met het lichaam was verbonden, in extatische vervoering te brengen, zodat goddelijke krachten uit de andere, bovenaardse wereld zich konden weerspiegelen in de menselijke verhoudingen. In het cenaculum op de berg Sion verliest het oude offer definitief zijn zin. Nu is het verhevenste goddelijke wezen zelf uit de andere, hogere wereld in deze wereld, binnengetreden. Het Lam verliest zijn zelfstandige betekenis. Het is nog slechts een spiegelbeeld van het mysterie van de aanwezigheid van Christus. Het oude, bloedige offer wordt voor eens en voor altijd overbodig. Het paaslam wordt een rein, verheven beeld voor de zich opofferende, goddelijke liefde.
Bock:
Maar op tafel staat ook brood en wijn. En wanneer aan het oude gebruik van het paasmaal is voldaan, voegt Christus aan het oudtestamentische een nieuw maal toe. Iets volkomen nieuws, onverwachts vindt plaats als hij de discipelen brood en wijn reikt en daarbij zegt: “Neem, dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed”.
In werkelijkheid is het niet toevallig dat brood en wijn op tafel staan. Uit de duisternis van verborgen mysteriën komt aan het licht wat altijd al onder de mensheid aanwezig is geweest. Zoals het gebruikelijk was aan de buitenzijde van de tempels, bloedige offers te brengen in tegenwoordigheid van het volk, zo golden in de esoterische verborgenheid van bepaalde heiligdommen die gewijd waren aan de mysteriën van de zonnecultus, te allen tijden brood en wijn als de eigenlijke symbolen van de zonnegod. Op dezelfde plaats waar thans de kring rond het avondmaal bijeen was, had zich tweeduizend jaar eerder, in de rotsspelonken waarin nu de graven van de koningen en het graf van David waren gelegen, het heiligdom bevonden van Melchizedek, de hoogste ingewijde in de mysteriën van de zonnecultus. Van hieruit had Melchizedek brood en wijn meegebracht om dit in het dal van de beek Kidron, aan Abraham te geven toen deze, uit de slag tegen de koning van Elam, zegevierend terugkeerde (Genesis 14:17-24)

Nu zijn ze meer dan alleen maar een teken, een symbool. In Christus is de verheven Geest zelf van de zon aanwezig en kan als hij het brood geeft zeggen: “Dit is mijn lichaam”, en wanneer hij de
discipelen de kelk reikt: “Dit is mijn bloed”. Zijn ziel, die zich geheel en al wegschenkt, stroomt in het brood en de wijn binnen.
Alle oude offers zijn materiële offers geweest. Nu is het innerlijke offer fundamentele werkelijkheid geworden. De stroom van de ware innerlijkheid van het offeren begint.
De met de maan verbonden oude offers moeten wijken voor het offer dat is doortrokken van de zonnesfeer.
Voordat Jezus met de discipelen het paaslam eet verricht hij de, in haar volledige betekenis te belichten en te beschrijven simpele liefdesdaad van de voetwassing. Hij zet niet enkel een oud gebruik voort, maar hij geeft hieraan een diepere zin.
Christus geeft zich geheel in liefdevolle offervaardigheid aan de zijnen. De dood aan het kruis zal dit offer bezegelen.

Christus geeft na het maal een onderwijzing. De afscheidswoorden: het hogepriesterlijke gebed in het evangelie van Johannes (Joh. 17:1-26).
(Het is te lang om hier weer te geven.)

Bock:
Vier stadia worden doorgemaakt: de voetwassing, het paaslam, brood en wijn en de afscheidswoorden.
De voetwassing is de laatste aanschouwelijke samenvatting, van alle onderrichtingen, die Christus de discipelen heeft gegeven. Daarom zegt hij ook tot hen: “Een nieuw gebed geef ik u, dat gij elkander lief hebt”. De voetwassing is in zekere zin de laatste handeling, niet alleen in woorden, maar toont voor de ogen van de discipelen een gelijkenis gestelde handeling. Liefde is het einddoel van de leer die Christus de discipelen nalaat”.

Hebben wij de liefde enigszins waargemaakt na 2000 jaar? Deze woorden grijpen mij steeds erg aan. Gelukkig troost Rudolf Steiner ons met zijn uitspraak: “Iedere seconde van de dag kun je opnieuw beginnen”.
Het is een streng voorschrift van het Pasha dat in deze nacht niemand de bescherming van de woning verlaat. Wie dat toch doet, ontmoet de worg-engel. De straten blijven volkomen verlaten. Toch zien we op een bepaald moment iemand naar buiten gaan, hij houdt het niet meer uit, nadat hij uit de hand van Jezus het stuk brood heeft ontvangen.
Het evangelie van Johannes voegt hieraan toe: ”Het was nacht”. In hem was het ook innerlijk nacht; op dat ogenblik voer de Satan in hem. Judas gaat naar het tegenoverstaande huis, waar ook de kring van Kajafas traditiegetrouw het paasmaal gebruikt. Zij zijn volijverig bereid onderhandelingen met Judas te voeren. Judas is niet in staat zich te verbinden met het mysterie van het sacrament.

De beslotenheid van het Pasha wordt nog eens doorbroken. Tot ontsteltenis van de discipelen staat Jezus van tafel op en wenkt hen. Zij volgen hem naar buiten in de nacht. De atmosfeer is afwisselend onheilspellend drukkend of vervuld van huiveringwekkend koude windvlagen. Het is bijna volle maan. De volgende avond zal de volle maan als een bloedrode bol aan de hemel staan, wanneer de aarde tussen haar en de zon passeert en een maansverduistering teweeg brengt.
Het is alsof in een samenspel tussen aarde, maan en zon dit angstaanjagende moment al wordt voorbereid. Ook de verduistering van de zon , die de volgende dag rond het middaguur de gehele aarde 3 uur lang in diepe duisternis zal hullen, heeft nu al haar voorspel.

Zo gaat Jezus met de discipelen naar Gethsemané. Wanneer Judas naar buiten gaat wordt gezegd: “Het was nacht”!
Nachtelijk duister heerste in de ziel van Judas. Het naar buiten gaan van Christus is een beeld van het vrij uitstromen van de ziel die van het oerbegin af in de kosmos de drager is geweest van de idee van het offer, we zouden kunnen zeggen: “Het was dag”.

Goede Vrijdag  (Math. 26:46 – Markus: 14:42 – Joh. 19:1-5-18 – Lukas 22:40)
De Christuszon gaat op vrijdag door de Venussfeer.
De openbaring van de wereldomvattende liefde.
In Gethsemane bereikt de strijdt tegen de macht van de dood een beslissende fase. Hier, in de stille Olijfhof, waar hij zo vaak met zijn discipelen heeft vertoefd om hun vertrouwelijk onderricht te geven, moet hij in de allergrootste eenzaamheid, de gevaarlijkste aanval van de vijand doorstaan. Het bewustzijn van de discipelen is niet opgewassen tegen de verhevenheid van dit ogenblik. Judas is verzonken in de nacht van het verraad. Maar ook de anderen laten hem in de steek. Zij verzinken in het schemerduister van de slaap in Gethsemane, waaruit Petrus zal ontwaken om hem te verloochenen.
Al eerder heeft de Christus een worsteling met de dood gehad. Het is geen innerlijke zwakheid, geen doodsangst, waarmee Christus in Gethsemane moet worstelen.

Hieronder verwoord door Emil Bock:
Men zou de gehele passie van Christus op geen tragische wijze kunnen misverstaan dan door te menen dat Jezus in Gethsemane zou hebben gebeden, van de dood verschoond te mogen blijven. Niet de angst voor de dood overvalt hem, maar de dood zelf valt hem aan. De dood die reeds bevreesd is, de macht over hem te verliezen, komt naar hem toe en grijpt hem beet. De worg-engel wil hem overmeesteren. Het geheim van de strijd in Gethsemane ligt daarin besloten, dat de dood hem te slim af wil zijn. Hij wil hem te vroeg, voordat hij zijn werk heeft voleindigd en het aardse tot in het laatste partikel met zijn geest heeft doordrongen, wegrukken om iets, al is het nog zo weinig, van zijn wezen te bemachtigen. Drie jaar lang heeft het zonnevuur van de goddelijke Ik-wezenheid in zijn lichaam en ziel gebrand. Het menselijke omhulsel is daardoor van binnen uit reeds bijna tot as verteerd. Wat nog gedragen en voleindigd moet worden vergt ook van het aardse omhulsel nog zoveel kracht, dat daardoor het gevaar van een voortijdige dood dreigt. Dit ogenblik wil de ahrimanische macht, die op de loer ligt, benutten.
(…) ”En toen hij in de doodsstrijd kwam” (Lukas:22:44) In medische –fysiologische zin begint dus reeds de doodsstrijd. Lukas voegt hier aan toe: “En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen”, dan geeft hij daarmee exact het symptoom van de agonie (doodsstrijd) aan. Christus komt als overwinnaar uit de strijd. Hij verwerpt de dood. Het is nog niet zover. Met de grootste kracht, die ooit  op aarde in een gebed gelegd is, strijdt hij ervoor, nog met het lichaam verbonden te blijven.

Dan vindt het verraad van Judas plaats door het geven van een kus.
De martelgang die de Christus gaat tot de kruisiging op Golgotha, is niet te bevatten, grijpt diep in je ziel. Vooral als je dan ook nog in Jeruzalem in de oude stad de passieroute loopt op “Via Dolorosa”. Iedere vrijdagmiddag om 3 uur wordt door de Franciscanen een processie gehouden langs de weg die getuige was van het offer van Christus. De lijdensweg van de 14 staties. Volgens de evangelisten (Joh. 18:28-33 – Math. 27:27 – Marcus 15:16) werd de Christus van het huis van de hogepriester Kajafas naar het praetorium van Pilatus gebracht. De plaats waar de stadhouder Pilatus zitting hield om recht te spreken. Vanaf toen werd de Lions Gate Road – Via Dolorosa (Via Crucis) de lijdensweg van Christus. Sinds ongeveer 1540 is de route in 14 staties onderverdeeld, waar men halt houdt en een desbetreffend stukje uit de Bijbel leest. Velen volgen de Franciscanen op deze route, ook ik heb het meegelopen. Alleen jammer dat ze heel vlug lopen en de Bijbelse uitspraken afraffelen. Is dat iets van onze tijd? Haast en weinig geduld?
Ongelooflijk hoe het fysieke lichaam van de Christus dit alles heeft volgehouden. Vanaf de nacht op Gethsemane tot vrijdag 3 uur. Hij werd geslagen, bespuugt, gehoond, vernederd en over straat van de ene plaats naar de andere gesleept. Dan het verhoor en de veroordeling van Pilatus, die hem liet geselen.

1ste statie – De Geseling.
Het is haast niet uit te houden als je dit leest bij Anna-Katarina Emmerick:  
“Gedurende de geseling zag ik meermalen als verschenen daar medelijdende engelen rond Jezus en ik hoorde zijn gebed dat hij onder het neerkomen van de smadelijke, striemende geselslagen tot zijn Hemelse Vader opstuurde en waarin hij zich als zoenoffer voor de zonden van de mensen aanbood. Nu echter, terwijl hij badend in zijn bloed bij de voet van de kolom neerlag, zag ik een engel die hem verkwikte. Het was al gaf het hem een lichtend stukje voedsel te nuttigen”.

Uit: Lijden Dood en Verrijzenis van onze Heer Jezus Christus volgens haar visioenen. Zij was een duitse Augustijnen non. Zij leefde van 1774-1824.

2de statie – De Doornenkroon.
En de soldaten vlochten een kroon van doornen, zette die op zijn hoofd en deden hem een purperen mantel om en zij traden op hem toe en zeiden: “Gegroet, koning der Joden”. En ze gaven hem slagen in het gezicht (Joh. 19:13)

3de statie – De Christus neemt zijn kruis op.
Volgens het gebruik van die tijd, droeg de veroordeelde alleen de dwarsbalk, de verticale balk was intussen al op de plaats van de terechtstelling in de grond vastgezet.
Anna –Katarina: De beulen rukten Jezus in rechtop knielende houding en hij moest met de grootste inspanning en met weinig hulp, die hem tijdens mishandeling geboden werd, de zware kruisbalk op zijn rechterschouder nemen en met zijn rechterarm omvatten.
Ik zag onzichtbare engelen hem daarbij helpen, anders zou hij dat gewicht onmogelijk op zijn schouders gekregen hebben. Nu lag hij daar geknield, gebogen onder zijn last.
Met geweld rukten zij Jezus rechtop en nu woog op zijn schouders de hele last van het zware kruis. Onze Heer en Verlosser, liep gebogen en wankelend onder de zware last van het kruishout. Door de wrede geseling geheel verscheurt, gepijnigd en afgemat. Zonder gegeten, gedronken of geslapen te hebben sinds het laatste avondmaal van gisteravond en sinds zijn gevangenneming voortdurend dodelijk mishandeld. Door bloedverlies, folterende woorden, koorts, dorst en onnoemelijke zielensmart, ten dode uitgeput, kon hij op zijn naakte gekneusde voeten slechts met de grootste moeite langzaam vooruitkomen”.

We gaan nu door de Ecce Homoboog “Zie de Mens” (dit heet zo sinds de 16e eeuw). De boog is gebouwd door Hadrianus (Joh. 19:5). Daarboven is de Kapel van de Veroordeling en de Kapel van de Geseling.
 In het nonnenklooster van de Zusters van Zion, 6 meter onder de grond, ziet men grote stukken van de Lithstrotos, de antieke Romeinse vloer. Hier zijn nog tekenen te zien van het antieke dobbelspel waarmee de Romeinse wachtposten de tijd verdreven en dobbelden om de gewaden van de Christus. Daar heb ik lang gezeten! Nauwelijks onder woorden te brengen wat er dan door je heen gaat. Het oneindige lijden, het grote offer door Christus gebracht voor de mensheid. Niet van boven af naar het leed van de mensheid gekeken, maar het zelf doorgemaakt hebbend in een menselijk lichaam. Van goddelijke almacht tot onmacht. Zoals Steiner zegt: om de impuls voort te brengen die wij in de verdere evolutie van de mensheid kennen als de Christus-impuls. Is dat ook niet onze opdracht? Het leed van de medemens is toch ook ons leed? Dat is waarachtige liefde!

4de statie – De plaats waar de Christus voor de eerste keer viel langs de Via Dolorosa. De kapel op die plaats werd in 1947 opgericht door de Poolse kolonie van Jeruzalem.

5de statie – Jezus ontmoet zijn moeder.
Anna-Katarina:” Maria zag op geringe afstand haar zoon met verscheurd lichaam door de beulen voortgedreven worden. Met zijn kleed wiste hij het bloed uit zijn ogen om naar zijn moeder te kunnen zien. Smartvol hief Maria haar handen naar hem en volgde met haar ogen zijn bloedige voetstappen”.

6de statie.
Toen de beulsknechten zagen dat de Christus niet meer in staat was het kruis de steile treden van de straat op te dragen, dwongen zij een voorbijganger, Simon van Cyrene, het zware hout over te nemen. Een opvallend aantal van de uit Cyrene, de hoofdstad van het huidige Oost-Libië, geëmigreerde Joden was later lid van de jonge Christelijke gemeente.

7de statie.
Hier droogde Veronica, met haar hoofddoek het bebloede en bezwete gezicht van Christus af. Zijn beeltenis bleef in de doek zichtbaar. De zgn. “zweetdoek” van Veronica kwam in 707 in de St. Pieterskerk in Rome terecht.

8ste statie.
De Christus valt voor de 2de maal, op de afbuiging van de “Via Dolorosa” naar de Market Street.
De kruisweg gaat verder door de Abatel Khanka naar de 8ste statie.

9de statie.
Hier sprak Christus tot de wenende vrouwen: “dochters van Jeruzalem, weent niet over mij, weent liever om uzelf en uw kinderen, want ziet er komen dagen waarop men zeggen zal: “zalig de onvruchtbaren en de schoot, die niet gebaard heeft. Dan zullen zij beginnen tot de bergen te zeggen; valt op ons neer en tot de heuvels; bedek ons, want als men dit doet aan het groene hout, wat zal aan het dorre geschieden?” (Lukas 23:28-30).

De overige staties bevinden zich in de Heilige Grafkerk, Opstandingskerk.

De kerk van het Heilige Graf staat op de heuvel Golgotha. De Aramese betekenis is “schedel”.
Het gebeuren op Golgotha, bevindt zich op een plaats, die al duizenden jaren eerder door de mensheid werd ervaren als een middelpunt van de aarde. Tussen Golgotha, de rotsachtige heuvel en de berg Sion, bestond eens een oeroude breuk in het aardoppervlak.
Emil Bock: “ En het is een historisch bewezen feit dat de aardbevingen die tussen de veel betekenende Goede Vrijdag en de ochtend van Pasen plaatsvonden, de oude kosmisch-mythische kloof, waarboven ook het graf van Jozef van Arimathea lag, opnieuw opengespleten is. Het door de pelgrim Antonius Placentius uit het midden van de zesde eeuw geschreven verslag, met precieze beschrijvingen van de Heilige Stad, vinden we de opzienbarende beschrijving van een rotsspleet bij het Heilige Graf, waaronder men in de diepte van de wateren van de oude kloof Typopoëon kon horen stromen. Vlak naast het altaar is een spleet. Wanneer je daar je oor te luisteren legt, hoor je water stromen en wanneer je appels of iets anders wat drijven kan naar benden gooit en vervolgens naar de bron Siloam loopt, dan vind je ze daar terug”.

De stoet is op de heuvel van Golgotha aangekomen. Het lichaam wordt vastgenageld op het kruis. De handen en voeten doorboord.  Het kruis wordt opgericht en om zijn kleren word geloot. Het is het ogenblik waarop het eerste woord vanaf het kruis gesproken wordt.

De nu volgende 7 kruiswoorden, heb ik ontleend aan Heinrich Schütz (1585-1672)   In 1645 ligt Europa in puin door de 30 jarige oorlog en was moegestreden. In die situatie  begint Heinrich Schütz met het componeren van zijn Sieben Worte”Jesu Christi am Kreuz”. Sofia Gubaidulina knoopt met haar werk “Sieben Worte”aan het werk van Schültz . Er ontstond een adembenemende compositie (uitvoering) met Euritmie

1ste Kruiswoord: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen (Lucas: 23:34).
Een verzoek is het, een smeken, waaruit een totale verbondenheid, niet met het eigen lot maar met het lot van de ander spreekt. Al wie onrecht, wie een misdaad begaat, zondert zich af  uit de lotsgemeenschap die mensen onderling verbindt, hij roept zichzelf uit tot een uitgeslotene, hoezeer hij ook er van moge overtuigd zijn, het bij het rechte eind te hebben. Niet ieder onrecht dat wordt begaan, verstoort manifest de openbare orde. Maar ieder onrecht verstoort de onzichtbare orde van de menselijke lotsgemeenschap. Schijnbaar gaat ook dan het leven op dezelfde manier verder, alsof er niets is gebeurd. Wat zich dan in werkelijkheid afspeelt, onttrekt zich aan het gewone menselijke bewustzijn.
 Precies dit is: Want ze weten niet wat ze doen.
De krijgsknechten, in dienst van het Romeinse leger wisten heel goed wat ze deden. Ze deden wat hun was opgedragen, hun plicht, het bewaren van de openbare orde. Wat ze  niet weten is niet alleen dat ze de Mensenzoon ter dood brengen,  maar dat ze zich ook afzonderen van de geestelijke wereld. Niet een geven, maar een ver-geven is het enige wat hen  in deze andere geestelijke “orde” kan terug halen. De woorden die Christus Jezus spreekt zijn de zuiverste uitdrukkingen van zijn wezensnatuur: “Dat niemand moge uitgesloten blijven”!
De mensengemeenschap die in de diepe zin van het woord een lotsgemeenschap is, wordt aangeduid door de horizontale balk van het kruis. Dit is het alomvattende liefdesgebaar van Jezus Christus. Dit alomvattende gebaar wordt doorkruist door de bede die Hij richt tot de Vader. Waar deze twee elkaar kruisen wordt vergiffenis, schenken werkelijkheid. In dit geven dat ver-geven wordt, wordt het eigen wezen weggeschonken, opdat een ander deel kan hebben aan de alomvattende lotsgemeenschap van de mensheid.
Ieder –hoe stamelend ook – begint vergiffenis te schenken, verenigt in zich dit dubbele wezensgebaar:
Het alomvattende, dat zich laat doorkuisen door de goddelijke wezensmacht die boven en beneden verbindt.

Daardoor kunnen deze woorden enkel vanaf het kruis worden gesproken…Of daar waar deze  woorden levenswerkelijkheid worden, daar is ook het kruis.

2de Kruiswoord: Toen Jezus zijn moeder zag en de leerling die hij liefhad, die bij haar stond, zeide hij tot zijn moeder: “Vrouw, zie uw zoon!” Daarop zeide hij tot de leerling: “zie uw moeder” (Joh. 19:26)
Zij staan niet naast het kruis, de moeder en de leerling die Hij liefheeft, maar bij het kruis. Ze zijn nabij.  Diegene die stervend aan het kruis hangt ziet deze nabijheid en wijst hen, los van de banden van de bloedverwantschap, aan elkaar toe. Daarmee sticht Hij een nieuwe vorm van gemeenschap. Wat in het moederlijke principe van de ziel omvormend verder werkt, bestemt de leerling tot haar
zoon. En omgekeerd, de leerling die getuigt van het Christusprincipe, neemt de omgevormde wijsheid op in zijn eigenheid, in “ta idia”. Daardoor wordt zij tot zijn moeder en neemt ze deel aan het geheim dat hij in zijn wezen draagt.
De nieuwe band die tussen hen op deze manier ontstaat, is de alchemistische verbinding tussen ziel en geest, waarbij de ziel in pijn en nood zichzelf zo omsmeedt, dat de geest haar kan doordringen. De plaats waar deze wezensverandering onafgebroken wordt voltrokken is het kruis. De smart door de moeder volbewust aangenomen, voert naar de opstanding uit de dood, waarvan de leerling de getuige bij uitstek is.

De kiem voor een nieuwe mensengemeenschap is gewekt.

3de Kruiswoord: Amen, ik zeg u, heden zult ge met mij in het paradijs zijn (Lucas: 23:43).
Het paradijs is een beeld voor het oorspronkelijke, daar waar de oorsprong ontspringt.
Christus sterft niet alleen. Links en rechts van hem worden twee misdadigers gekruisigd. Tussen hen in sterft de Zoon van God. Christus sterft te midden van zondaren. Verharding drijft de ene misdadiger nog tot spot, in de andere werkt reeds het verlossende van het berouw. In de ene werkt de weigering, het verzet. In de andere werkt inkeer en besef . Twee gebaren, ontkennen en bekennen, die beide in de mogelijkheid liggen van ieder mens.

Verharding houdt in vastgekluisterd te blijven aan datgene wat vanuit het verleden werkt. Tot inkeer komen betekent ruimte vrijmaken voor wat vanuit de toekomst wil worden. Tussen deze beiden in weerklinkt het woord van Christus. “Heden”. Het heden is het oord van ontmoeting, waarin het gewordene en het wordende elkaar kunnen raken en waar bijgevolg het gebondene kan ontbonden worden. De kwetsuur kan worden geheeld, ieder moment weer. Ook dit is het heden: het “nu” dat opent op de verticale dimensie, als een zuil waarin de levenswekkende macht van het paradijs weer binnenstroomt. Dit is de ene balk van het kruis. Terwijl de uitgestrekte armen van het kruis en van wie aan het kruis genageld is, in een alomvattend liefde gebaar, deze zuil geopend houden.

4de Kruiswoord: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?”
“Eli, Eli, Lama Sabachtani”? (Math. 27:44 – Marcus 15:34)
Het uur der duisternis is ingetreden.
Lichaam en geest gaan uit elkaar. Zij laten elkaar los. Dit is het eigenste van het stervensproces. Tussen beide in is er de ziel die de strijd om dit loslaten, de agonie doormaakt. In deze strijd is zij overgeleverd aan de krachten die met elkaar in een gevecht gewikkeld zijn en wordt zij uit elkaar getrokken. Zij is het ook, de ziel die door het duister en de beklemming van de verlatenheid gaat, door het uiterste punt van benauwenis. Zij voelt hoe in een en hetzelfde ogenblik haar de lichamelijkheid ontvalt en haar het geest-element ontwijkt. Zij is het die uitroept: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?”

Stervend aan het kruis geeft de Verlosser met deze woorden te kennen dat Hij nu zonder één enkele terughouding deelgenoot is geworden aan de diepste God-verlatenheid van de menselijke ziel, aan het afgesnoerd zijn van de verbondenheid met de goddelijke wereld. Het is de donkere nacht van de ziel die Hij zonder aarzeling binnentreedt en die Hij kan binnentreden enkel en alleen omdat Hij in zichzelf Zijn goddelijk wezen volledig heeft ontledigt.
Tezelfdertijd zijn deze woorden de aanhef van Psalm 22, waarin de zanger niet alleen de verwachting van de Messias uitspreekt, maar ook de ervaringen beschrijft die de ziel doormaakt, vooraleer ze uit het afgesnoerd-zijn wordt verlost en kan worden opgenomen in de heerlijkheid van de nabijheid Gods.
Echter, eerst is er de ontzetting van het absolute ‘alleen’ komen te staan; van het totale aan zichzelf overgelaten te zijn. Iedere stap op weg naar de verheerlijking is doortrokken van de bittere nood en de angst die de ziel omklemmen. Deze moeten mogelijk maken dat daaruit de ervaring opstaat: ik ben niet alleen, er is nabijheid, er is aanwezigheid.
Als eerste onder de mensen en als mens onder de mensen maakt Jezus Christus, die God is én mens, deze ervaring tot in haar uiterste consequenties door. Daardoor kan voortaan iedere mens in het diepste donker van het bestaan Zijn troostende nabijheid ervaren. Als een uitgestrekte hand, als een wenken. Omdat hij zelf daar doorheen is willen gaan.

Het binnensterven van het Christus-ik in de Jezus-lichamelijkheid is tevens de geboorte van de Christus-zon op aarde. Nog is het offer niet volbracht. Maar de eerste woorden uit de Psalm, in al hun aangrijpende kracht, verkondigen reeds van wat uit dit voltrekken geboren zal worden: het toekomstige, nieuwe mensen-ik.
Rudolf Steiner  ( GA. 96. 1 april 1907) is het die dit toekomstige hoort doorklinken in de woorden van de Psalm. Alsof twee stemmen zich innig wevend met elkaar vermengen en ieder toch het eigen lied ten gehore brengt.

Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?
Mijn God, mijn God, hoe hebt Gij het Ik in de mensheid verheerlijkt!

5de Kruiswoord: “Ik heb dorst”(Joh. 19:28)
” Dipso, staat er in het Grieks,  :sitio in het latijn, “mich dürstet”, “mij dorst”.
Eén enkel woord is het, waarin alles is ondergebracht; de dorst van lichaam, ziel en geest. Éen enkel woord, dat in zijn ontstellende directheid het goddelijke en het menselijke doet samen vallen. Waar voordien nog, in de donkerte van de God verlatenheid, het in elkaar weven van twee stemmen hoorbaar was, klinkt nu één stem in één woord.
“Ik heb dorst”
Hij, die tot de Samaritaanse sprak: “Doch die van het water drinkt dat ik hem zal geven, zal voorwaar eeuwig niet dorsten (Joh. 4:14) Hij lijdt dorst.
En hij die aan het meer van Galilea zei tot degenen die hem waren gevolgd: “wie in mij geloofd zal nooit meer dorsten”(Joh. 6: 35) en bij het Loofhuttenfeest: “Indien iemand dorst heeft, hij kome tot mij en hij drinkt”(Joh. 7:37) Hij zelf nu lijdt dorst.
Dit lijden is niet een ondergaan, maar een volbewust dragen van de dorst die de hele mensheid lijdt. Omwille van hen gaat Hij, die de bron is van het levende water, door dit uiterste moment van nood, om daardoor hun aller nood in zich te kunnen opnemen.
 In deze nood wordt Hij bijgestaan door een mens, de soldaat die een spons doordrenkt met azijn - azijn dat het Ik helpt samen te trekken – aan de dorstlijdende toesteekt. Door en in dit Ik voltrekt zich het hoogste wat op aarde kan worden voltrokken.
 De dorst heeft de bron van het levenswater bereikt.

6de Kruiswoord: “Het is volbracht”.
“Tetelestai”, schrijft Johannes. ‘Telos’ betekent ‘het doel’ en ‘telete’ betekent ‘inwijding in de mysteriën‘. Johannes gebruikt deze tijd en vorm van het werkwoord, die duidt op een handeling die door eigen toedoen is voltooid.
Volbracht is de allerlaatste schrede in de menswording van de Logos: het doel is bereikt.  Gods Zoon heeft de menselijke natuur in alles wat ze omvat tot de Zijne gemaakt  Een actief bewust gebeuren, tot het uiterste vol-gehouden. Vanaf nu en voor alle komende tijden kan de menselijke natuur  worden doordrongen met de kiem van het Goddelijke eeuwige. Het lichaam is niet langer meer absoluut  onderworpen aan de macht van de dood, maar wordt drager van het  beginsel van de opstanding. Hierdoor verkrijgt de verdere ontwikkeling van mensheid en aarde een radicaal nieuw begin. Hierdoor wordt verdere ontwikkeling eerst mogelijk.
Het lichaam van de verlosser, in doodsstrijd hangend aan het kruis, is tezelfdertijd de tempel waarin de inwijding wordt voltrokken en het offerlam dat zichzelf voor deze inwijdingsdaad heeft weggeschonken. En ofschoon mensen een noodzakelijk aandeel hebben gehad in dit voltrekken, is Christus diegene die de mysteriën voleindigt in Jezus van Nazareth. In dit heilige ogenblik worden hiërofant en inwijdeling één.

Onmiddellijk na het woord: “het is volbracht” neigt de Mensenzoon het hoofd. Maar nog is het niet zover. Het neigen van het hoofd is als een laatste inademen. Wat nog komen moet is de uiteindelijke overgave, het uitstromen vanaf het kruis, dat daardoor tot middelpunt wordt voor aarde en hemel en het al omvat.

Drie uur Vrijdagmiddag.
Emil Bock: “Het is volbracht”, betekent niet dat het lijden is doorstaan. Het betekent dat nu de volledige zege over de macht van de dood is bevochten. Terwijl de dood van de mens, die hij op aarde een leven lang door middel van de aardse materie heeft begoocheld, gaat Christus door te sterven juist naar de aarde toe. Het bloed stroomt uit zijn wonden, zijn ziel gaat mee. Met het bloed uit de wonden van de gekruisigde, stroomt zijn ziel uit over het lichaam van de aarde. Wanneer anders het bloed van een mens wegvloeit, gaan het bloed en de ziel tegengestelde wegen. Hier gaat de ziel met het bloed mee. En dan wordt het lichaam in het graf gelegd. De aarde beeft en splijt uiteen en neemt het lichaam van Christus in zich op. De ziel gaat met het lichaam mee. Wanneer anders het lichaam van een mens, bekleed met het doodsgewaad in het graf wordt gelegd, gaan ziel en lichaam tegengestelde wegen. Hier gaat de ziel dezelfde weg naar de aarde toe. Dat is het grote kosmische liefdesoffer, dat Christus voor alles wat zich op aarde bevindt, kan brengen, omdat de dood hem dat niet meer kan beletten. De aarde ontvangt het lichaam en het bloed van Christus. Zij ontvangt de verheven communie, omdat de dood geen macht heeft over hem die aan het kruis stierf. Daarmee is alles op aarde doortrokken van de gist de vervulling met de Geest van al het aardse, materiële bestaan.
Het gaan stralen van het dode lichaam aan het kruis opent de blik op Pasen. De macht van de dood zal niet in staat zijn het etherlichaam van Christus op de 3de dag op te lossen (zoals bij de mens gebeurt). Door de macht die Christus over zijn eigen wezen behoudt, zal dit krachtenorganisme van het etherlichaam, zich niet van de aarde verwijderen; het zal in tegendeel tot substantie worden, zodat Christus zich daardoor eerst werkelijk met al het aardse kan verbinden. In zijn spirituele lichamelijkheid blijft Christus in de nabijheid van de mensen, zoals hij zelf heeft beloofd:
“En zie ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld” (Math.: 28:20).

7de Kruiswoord: “Vader in uw handen beveel ik mijn geest” (Lucas: 23-46)
De inademing van Christus in Jezus van Nazareth is ten einde gebracht. De wezensverandering is voltrokken, is aangekomen aan haar doel. Nu kan het uitademen beginnen. Een uitademen die ingeleid wordt met een vers uit Psalm 31. De Mensenzoon voegt er één enkel woord aan toe . Het is de aanroeping waarmee ook het eerste woord aan het kruis begint: “Vader”

“Vader” de  oergrond van alle zijn, van waaruit alles te voorschijn is gekomen.
“Vader”: de eindbestemming waarnaar de geest, zichzelf uitadement, terugkeert!
Op het ogenblik dat deze woorden gesproken worden is duisternis over het hele land neergedaald. De aarde beeft, rotsen splijten. Het voorhangsel in de tempel scheurt doormidden. Zo geweldig en groots is deze uitademing dat het meest verharde er door wordt opengebroken en het meest verhulde  zich openbaart. Wat tot dan toe in de tempel als het allerheiligste  verborgen bleef  kan voortaan  voor iedereen zichtbaar  worden.  En overal waar  duisternis zich heeft uitgespreid zal een nieuw licht deze kunnen doorstralen.
Het einde is tevens het begin
De handen zijn het werkingsgebied van de Vader. Daarheen is het dat de geest van de Mensenzoon zichzelf uitademt. Geen afscheid is het, maar een overgaan naar een ander gebied; het gebied waarin de scheppingsmachten werkzaam zijn. Dit werkingsgebied wordt nu Zijn woonplaats en deze woonplaats zal worden doordrongen met het leven dat uit de dood nieuw is opgestaan.
Het in de handen van de Vader geven is niet een ‘uit handen geven’, maar een bewust voltrekken van de overgang naar een werkingsgebied dat zich door deze daad nu kan openen.
In Jezus is Christus mens geworden. En sterft. In de dood is de kiem van het leven gewekt. De Christus-zon is op aarde geboren.
Wat zich heeft vervuld, kan nu beginnen te werken. Wat zich heeft voltrokken, begint aan het ontvouwen daarvan. Een teer gebeuren, intiem en nabij. En niettemin het meest omvattende dat ooit kan plaatsvinden. Want het vervat aarde en mensheid, verleden en toekomst, zoals in het licht van een zonsopgang; het alomvattende verschijnt.
Steiner:
Toen het gebeuren van Golgotha had plaats gevonden, was er iets gebeurd met het etherlichaam en het astraallichaam van Jezus van Nazareth: door de kracht van de inwonende Christus werden ze vermenigvuldigd en in de geestelijke wereld waren sindsdien vele, vele evenbeelden van het astraal- en het etherlichaam van Jezus van Nazareth aanwezig. En deze evenbeelden werken verder.
(Keulen. Paaszondag 11 april 1909  Geistige  österglocken)

Wat hebben de natuurwezens ons te zeggen? De Natte: op Goede Vrijdag staat alles stil; de natuur houdt de adem in. Dat is een verschrikkelijk ogenblik. Wij natuurwezens weten niet of het elk jaar wel weer opnieuw Pasen zal worden. Als de Goede Vrijdag- en Stille Zaterdag-rust wordt verstoord, geeft dat een zeer ernstige beschadiging van de wereld. De wereld is op deze dagen dood vanaf het middaguur, en het duurt tot het tijdstip waarop de Paaszon opgaat. Waardoor wordt het verstoord? Doordat de mensen niet beseffen wat de betekenis van deze dag is. Men zou op deze dag niet mogen doden, geen vlees eten, geen bloed laten vloeien, niet opereren, de aardbodem niet verstoren en geen planten snijden. Elke Goede Vrijdag voltrekt het stervensproces zich opnieuw. Het is heel pijnlijk voor ons. De hele natuur lijdt op deze dagen. Een ware eredienst is heel belangrijk.
(Uit: Wat de Natuurwezens ons te zeggen hebben – uitgever Vrij Geestesleven.)

November 1924, spreuk door Rudolf Steiner op zijn ziekbed geschreven:

Zon, gij stralen dragende,
De macht van uw licht over de stof
Tovert leven tevoorschijn uit der aarde
Onmetelijk rijke diepten.

Hart, gij drager van de ziel,
De van geest vervulde macht van uw licht
Tovert leven tevoorschijn uit ‘s menses
Onmetelijke diepe innerlijk.

Richt ik mijn blik op de Zon,
Dan spreekt haar licht mij stralend
Van de geest die vol genade
In het zijn der wereld werkzaam is.

Voel ik mijn hart,
Dan spreekt de geest mijn eigen woord
Over de mens, die hij zijn liefde geeft
Door alle tijden heen tot in de eeuwigheid.

Schouwen kan ik, opwaarts kijkend,
In het heldere rond der Zon
Het machtige hart der wereld.

Voelen kan ik, inwaarts schouwend,
In het warme slaan des harten
De bezielde zon der mensen.

De Stille Zaterdag – Saturnus (Math. 27:62 – Marcus: 15:42 – Lucas 23: 50 – Joh. 19. 16:42).
Vandaag is het de sabbat van alle sabbatdagen. Aan de aarde die stervende is, omdat zij gevaar loopt het verband met de hemel volledig te verliezen, is een artsenij geschonken, zij heeft het lichaam en het bloed van Christus in zich opgenomen.
Nu komt alweer een zeer belangrijke gebeurtenis. Hiervoor laat ik Emil Bock wederom aan het woord:
Sinds onheuglijke tijden zijn de graven tevens de altaren van de mensheid geweest. Elke eredienst is oorspronkelijk uit de dodencultus voortgekomen. Wanneer ze met de goden wilden verkeren, zijn de
stervelingen naar de graven gegaan. De zielen van de gestorvenen waren voor hen de middelaren, die de verbinding met de goden tot stand bracht. Dat was lang geleden, toen de dood nog de broeder van de slaap was.
In de loop van de millennia drongen de mensen steeds dieper door in de incarnatie. Hoe meer ze zich vasthechtte aan de aardse materie, des te meer verloren zij de mogelijkheid om in het leven na de dood met het aardse verbonden te blijven. Na de dood waren zij gekluisterd en gebonden aan een schimmenrijk aan gene zijde van het leven, van waaruit zij de mensen op aarde niet zonder meer konden benaderen. De kloof tussen hier en daar werd steeds moeilijker te overbruggen.
De sfeer van het leven na de dood werd, zoals gezegd wordt in de brieven van Petrus in het Nieuwe Testament, die van een gevangenis. De mensheid liep gevaar de ware onsterfelijkheid, het bewustzijn dat de dood overleeft, te verliezen. Een verdovende magische macht liet zich in het dodenrijk gelden. Steeds meer hield in de eeuwen voor Christus het afgrijzen voor de wereld van de dood zijn intocht in de mensheid.
Toch was in de eeuwen voor Christus de ziel nog lang niet zo hecht gekluisterd aan het lichaam als tegenwoordig.
Door dit alles was er een steeds intenser verlangen tot de Messiasverwachting. Dan treft ons in het Saturnische duister van de sfeer van de dood een onverwacht licht. Hij die aan het kruis stierf is in het dodenrijk binnengetreden. Nu verblijft daar iemand die niet is onderworpen aan het magische dwanggezag van de dood, maar vrij is van elke verdoving. Hij draagt het volle zonlicht van zijn genius opeens door de dood heen. Daardoor gaat, terwijl op aarde de duisternis van het graf over de sabbat heerst, in het rijk van de doden de zon op. Dat is de zin van de nederdaling ter helle van Christus. In het rijk van de gestorvenen begint thans een zweem van hoop te stralen. De tovermacht van de dood wordt zwakker doordat zich het vooruitzicht opent op een toekomstige zege van de ziel van de mens over het schrikbeeld van de onderwereld.
Toen het op aarde nog de zaterdag van de lijdensweek was, was het in het rijk van de doden reeds Pasen. Voordat de mensen op aarde iets bespeurden van Pasen, bespeurden de gestorvenen het.

Bij deze gebeurtenis kijkt de mensheid gelukkig nog naar de hemel en gedenken wij Pasen afhankelijk van de constellatie van de maanstand/volle maan. Dat het maar nooit mag gebeuren dat het op een bepaalde dag wordt vastgelegd.

Pasen – Zon-Maan.
Wat de natuurwezens ons te zeggen hebben.
Vraag: “Kun je ook beschrijven wat erop Paaszondag gebeurt in de natuur”?
De Natte: “Ze jubelt. Ze jubelt, of het nu regent of niet. Meestal schijnt op Paaszondag tenminste een tijdje de zon. De natuur jubelt, ze verheugt zich, het is een ongewone schoonheid. Wij zingen en dansen allen met elkaar. De stenen dansen met het vuur, het vuur danst met het water. Wij vieren de vernieuwing van de wereld. Zonder Pasen zou deze wereld niet meer bestaan. En zo is het elke Paaszondag.
Vraag: Hoe lang duurt die viering?
Tot de Hemelvaart, dus veertig dagen.

Vanaf de Paasmorgen kon de opgestane zich in de gedaante van de geestmens openbaren. Aan het vergankelijke lichaam was in de strijd met de machten van de dood de verloste, onvergankelijke natuur ontworstelt, in het geestelijke lichaam van de opgestane kiemde een nieuwe aarde. Nu was op alle niveaus van het menselijk bestaan de overwinning op de dood behaald.
Door Goede Vrijdag en Pasen bestaat er, in het mysterie van het bloed en lichaam van Christus, een genezend element, waardoor de toekomst van de mensheid is gered. (Math. 28: 1-3).
Bock:
In de nacht na de sabbat/zaterdag, bij het aanbreken van de eerste dag van de week, gingen Maria Magdalena en de andere Maria naar het graf. En zie, er ontstond een geweldige aardbeving, want de engel des Heren daalde neder uit de hemel en kwam nader en wentelde de steen af en zette zich daarop neder. Zijn gedaante was als de bliksem en zijn gewaad wit als sneeuw. De wachters beefden van vrees voor hem en zij werden als doden. En de engel nam het woord en sprak tot de vrouwen: “Weest gij niet bevreesd! Ik weet dat gij Jezus de gekruisigde zoekt. Hij is niet hier. Hij is opgestaan, zoals hij heeft gezegd.
Het lege graf betekent: richt de blik niet op de mens Jezus. Gij staat niet aan het graf van een grote heilige, menselijke persoonlijkheid. Richt uw blik op de Christus. Hij is een kosmische, Goddelijke wezenheid. Zijn graf is niet in de rots uitgehouwen grafkamer, maar de gehele aarde.

Novalis: Hoe Hij, door liefde slechts, gedreven zich heeft geofferd voor ons lot, en diep zich in de aarde heeft begeven, tot grondsteen voor een stad van God. (Uit: ”Geutlichelieder”)
De engel bij het graf zegt ook:
(…) Herinnert u, hoe hij tot u sprak, toen hij nog in Galilea was en u zeide: “De Mensenzoon moet in de handen der zondige mensen overgeleverd en gekruisigd worden en ten derde dagen opstaan (Lucas: 24: 6-7).

Het belang van herinneren wil ik nu aankaarten. Te beginnen met de woorden van Steiner aansluitend bij de beginwoorden van het Johannes evangelie, die het verborgen wezen van het  menselijk geheugen tot uitdrukking brengt.

“In het oerbegin is de herinnering
en de herinnering leeft voort,
en goddelijk is de herinnering.
En de herinnering is leven,
en dit leven is het Ik van de mens,
dat in de mens zelf stroomt.
Niet hij alleen, Christus in hem.
Wanneer hij zich het goddelijk leven herinnert,
is Christus in zijn herinnering
en als stralend herinneringsleven
zal Christus licht brengen
In iedere direct tegenwoordige duisternis.”
( GA. 152, 7-3-1914, Vorstufen Zum Mysterium von Golgotha)

Hoe dichter wij de dood naderen, des te sterker komen de vroegste herinneringen uit de vergetelheid tevoorschijn. In de herinnering is het vermogen werkzaam om tot een innerlijk schouwen te komen. Wanneer wij deze kracht op de juiste manier ontwikkelen en oefenen, kunnen we ontvankelijk worden voor het bovenzinnelijke. In de vroegste Rozenkruiser scholen werd de leer van het herinneren al beoefend. Het kan ons geheimen openbaren, wijsheid schenken en een onvermoed toekomstperspectief bieden. Steiner zegt ons dat in de kracht van de herinnering het vermogen werkzaam is om tot een innerlijk schouwen te komen. Hoe dichter wij de drempel naar de geestelijke wereld, bij het ouder worden en het sterven naderen, worden we ontvankelijker voor de andere werkelijkheid. Maar ook tijdens ons leven, onafhankelijk van onze leeftijd kan het ons gegund zijn.
Dit is een soort wetmatigheid, wat gepaard gaat met het ondergaan van leed en eenzaamheid.
In het contact met overledenen is de gelouterde herinnering aan de gezamenlijk belevenissen een onmisbare schakel om elkaar te kunnen bereiken. In het Nieuwe Testament komt steeds weer naar voren hoe in de herinnering de louterende kracht van Christus werkzaam is. In het evangelie van Lucas wordt beschreven hoe twee van de apostelen na het verdwijnen van het lichaam van Christus uit het graf, zij op weg waren naar het dorp Emmaüs. “En ze spraken met elkaar over al die gebeurtenissen. En het geschiedde terwijl zij zo spraken en tezamen naar de zin van dat alles zochten, dat Jezus zelf naderde en met hen medeging”(Lucas: 24:14-16).

Leven in de gezamenlijke herinnering wekt in ons het vermogen dichter bij de geestelijke wereld te komen. Het leven helder te zien en te begrijpen wat onze bedoeling en taak in dit leven is.
Wij allen zijn, voor wij op aarde neerdaalden, omgegaan met engelen en wezens uit andere sferen. Wat is vergeten is niet teloor gegaan, het is verzonken in de diepte van ons wezen.

Rudolf Steiner tijdens het uitspreken van de Grondsteen.
Dit terugkijken met ons gevoel naar de oer-kerstnacht, kan ons de kracht geven om met ons hart de warmte te schenken en ons hoofd het licht dat we nodig hebben om op juiste wijze antroposofie in praktijk te brengen, wat kan voortvloeien uit het drieledig inzicht in de mens als harmonieuze eenheid. Ken u zelve naar geest, ziel en lichaam. Rudolf Steiner gaf tijdens de Kerstconferentie bij de Grondsteenspreuk de volgende oefeningen:
Geest herinneren - Het eigen ik in het Goddelijk Ik zijn wezen vindt.
Geest bezinnen - Het eigen Ik met het kosmisch Ik verenigen.
Geest aanschouwen - Het eigen Ik tot een vrij willen schenken.
(Uit: De Grondsteen en zijn Ritmen – R. Steiner – Uitgever: Antroposofische Vereniging in Nederland).

Nu is het aan ons mensen om ons weer bewust te verbinden met de hemelse hiërarchieën. Het hechten aan de materie, het vergankelijke leidt tot de ondergang. Michaëldiener te zijn is wakker zijn, het vermogen te ontwikkelen om de gebeurtenissen die op aarde plaatsvinden te doorzien. Dit
vermogen heeft Rudolf Steiner, als medewerker van Michaël ons geschonken. Michaël heeft wat aan ons als we ons ‘geen zand in de ogen’ laten strooien. “Ahriman de anti-Christus komt”  We hoeven niet te gissen wanneer Ahriman komt, maar nu wakker zijn, hij bereidt al lange tijd  zijn incarnatie op aarde voor, de weg er naar toe is duidelijk waarneembaar. Christus is nu zichtbaar in de etherwereld. Nooit meer in een fysiek lichaam. Christus is onder ons, maar we moeten ons tot hem wenden. Wij leven in de bewustzijnstijd, de Hiërarchieën laten ons vrij, wij moeten leren te vragen, zij hebben ook onze informatie nodig.

Steiner spreekt vaak woorden die tot nadenken stemmen:
“Met de komende Christus, met de aanwezige Christus, zal de tijd komen dat de mensen zullen leren Christus te raadplegen, niet alleen voor hun ziel, maar ook voor wat zij door hun onsterfelijke kern hier op aarde tot stand willen brengen. Christus is niet alleen een helper van mensen, hij is een mensenbroeder, die wil worden geraadpleegd, vooral in de toekomst wil worden geraadpleegd, over alle bijzonderheden van het leven.
(…) Er lijken zich tegenwoordig (6 febr. 1917) gebeurtenissen te voltrekken, waarbij de mensen het verst verwijderd lijken van de vraag aan Christus. Wie stelt bij wat tegenwoordig gebeurt – zo vragen wij ons af – de vraag:
Wat vindt Christus daarvan? – Wie vraagt het?
En niettemin, de tijd zal komen – zij kan niet ver meer zijn – dat de mensenziel aan Christus de vraag stelt; moet het gebeuren of moet het niet gebeuren? – Dat de mensenziel Christus als een liefhebbende kameraad van geval tot geval naast zich weet en van het Christuswezen niet slechts troost, niet slechts kracht ontvangt, maar ook informatie over hetgeen gebeuren moet”.
(Rudolf Steiner G.A. 175 – 6 febr. 1917 Bausteine zu einer Erkenntnis des Mysteriums von Golgotha. Kosmische und Menschlichte Metamorphose.)

Laat ook de gestorvenen meespreken. Wij moeten komen tot samenwerking. Gemeenschappen en gemeenzaamheid vormen, om sterk te staan. Antroposofie is een gevaar voor Ahriman, hij brengt ons in verleiding, laten we waakzaam zijn en steeds kritisch onszelf “spiegelen”. Beproevingen zullen ons zeker niet bespaard blijven. Vinden al ruimschoots plaats, zeer zeker ook in antroposofische kringen!  Steiner:”” ik wil geen aanhangers, maar begrepen worden.

Steiner: “Hoe meer de menselijke samenleving versplintert, des te minder verheven zielen zullen naar het gebied van de mensheid afdalen. Hoe meer samenhangende groepen ontstaan, en hoe sterker het gemeenschapsgevoel erin tot ontwikkeling komt des te meer verheven wezens zullen naar de mensen afdalen, en des te sneller zal onze planeet, de aarde vergeestelijkt worden”.
(Rudolf Steiner. Berlijn, 1 juni 1908. G.A. 102. Das Hereinwirken geistiger Wesenheiten in den Menschen.)

Steiner: Wat bij de esoterische scholing bereikt moet worden, is de eenzaamheid van de ziel. Die moet grondstemming blijven van de ziel en ook door niets aan het wankelen worden gebracht, zelfs wanneer we de liefste mensen tegenkomen. Door de eenzaamheid openen zich de poorten van de geestelijke wereld. Dat is juist de voorwaarde voor het zuiver geestelijk leven. Maar daarmee wordt ook bedoeld dat we de eenzaamheid niet opzettelijk opzoeken en ons daardoor aan de plichten onttrekken die we tegenover de wereld hebben, maar veeleer om dit eenzaamheidsgevoel in de ziel te laten ontwaken en het niet door onzinnige gedachten enzovoort tot zwijgen te brengen.
(Rudolf Steiner G.A. 266/11 Nederl. Esoterische scholing).

Steiner: “Lijden is een begeleidend verschijnsel bij de hogere ontwikkeling. Het is iets wat men niet kan ontberen bij het verkrijgen van kennis. Ooit zal de mens zeggen: wat de wereld mij aan vreugde geeft ben ik dankbaar, maar als ik voor de keuze wordt geplaatst of ik mijn vreugde of mijn lijden wil behouden, zal ik voor het lijden kiezen; ik kan dat niet missen het verkrijgen van kennis. Er bestaat geen ontwikkeling zonder lijden, net zoals er geen driehoek bestaat zonder hoeken. Wanneer harmonie met de Christus zal zijn bereikt, zullen we inzien dat daarvoor alle voorafgaande lijden een
noodzakelijke voorwaarde was. Om harmonie te kunnen hebben met de Christus, moet het lijden er zijn, het is een absolute factor in de ontwikkeling. Door zijn egoïteit te overwinnen komt de mens over de stemming van neerslachtigheid en verlamd zijn heen. In dit fenomeen kan men iets zien wat goed is; kracht uit ontoereikende daad, dat wil zeggen het mislukken ervan, wordt aangemoedigd om verder te handelen!
Rudolf Steiner G.A. 110 Geistige Hierarchiën und Ihre Widerspiegelung in der Physischen Welt.)

Hemelvaart
De hemel is niet slechts boven ons, maar ook onder ons. Ons aardse bestaan wordt door de hemel geheel en al omsloten. Christus heeft het aardse bestaan met het Hemelzijn verheerlijkt. Hij heeft de aarde niet verlaten maar zich bewust, op diepere wijze met de aarde verbonden.

De natuurwezens.
Vraag: Wat betekent Hemelvaart voor de mensheid en de aarde?
De Natte: Hemelvaart is nu; wij leven in het tijdperk van de Hemelvaart. Hemelvaart betekent dat het Christuswezen zich verbindt met de aarde-ether. Dat is voor ons als etherwezens hetzelfde als wat voor jullie Pasen betekent. Voor ons is het een soort opstanding. En nu is die opstanding tastbaar in de etherische wereld. De etherische Christus gaat nu bij ons rond in de etherwereld.
Pinksteren:  de inwoning van de Heilige Geest.  Het “Christus in ons” is het begin van de vruchtdragende inwoning van Christus in al het aardse .
Sinds Pinksteren verenigde Christus zich definitief met het hele bestaan van de mensen. Hij bracht het offer zijn hemel als het ware op aarde te vestigen.
Wat de natuurwezens ons te zeggen hebben:
De Natte: Pinksteren betekent vreugde en genezing in de natuur. Wat wij als natuurwezens van Pinksteren begrijpen is de werking van de Heilige Geest. Het is de vrijwillige genezing vanuit de wereldhoogten.
Vraag: Er komen dus genezende krachten die binnenstromen in de natuur?
Ja, veel wonden die de mensen en de anderen ons hebben toegebracht worden in deze tijd geheeld.

Tot slot een waardevolle spreuk van Rudolf Steiner die ons kan versterken en welke hij uitsprak op Pinksterdag 25 mei 1909 te Berlijn:
Moge ook vandaag nog deze of gene hindernissen in mijn leven niet te overwinnen zijn – mijn kracht neemt toe van incarnatie tot incarnatie. Steeds sterker wordt de Koninklijke wil in mij en elke hindernis zal mij een hulp zijn om deze wil steeds koninklijker te maken. Ik zal deze hindernissen overwinnen en daaraan zal zich mijn wil steeds meer ontwikkelen, mijn kracht zal toenemen. De kleinzieligheden van het leven, al het minderwaardige van het bestaan zullen wegsmelten en als sneeuw in de zon, deze zon, die opgaat in de wijsheid en die ons tot in het spirituele denken doordringt. Mijn gevoelswereld zal worden doorwarmd, doorgloeit, doorlicht; mijn bestaan zal ruimer worden en ik zal mij met geluk doorstroomd voelen”.

Rudolf Steiner voegde hieraan toe: Wanneer wij zulke ogenblikken herhalen en op ons laten inwerken, dan zal daaruit een versterking van ons hele bestaan, in alle richtingen voortvloeien. Weliswaar niet van vandaag of morgen, maar door gestadige herhalingen van zulke gedachten, zullen de droefgeestigheid, het weeklagen over ons lot, het zwaarmoedige temperament, geleidelijk aan verdwijnen. Een geneesmiddel voor onze ziel zal de kennis van het geestelijke worden! En wanneer ze dat wordt, dan plant ze ons de gezindheid in, die de vrucht is van de kennis van het geestelijke. Dat, wat ze aldus in ons laat ontstaan, moet worden beschouwd, als het geesteswetenschappelijk ideaal. Elke tweespalt, iedere disharmonie van het leven, zullen tegenover de harmonische gedachten en gevoelens, die een energieke wil met zich meebrengen, verzinken. Daarmee toont het geestelijk zoeken aan, dat het niet alleen een weten en een leer is maar ook een levenskracht en een inhoud van de ziel. Dan zal ze in ons leven zo werkzaam zijn, dat ze de mens aan alle kommer en zorg ontrukt.

Geraadpleegde litteratuur, welke niet reeds bij de citaten staan.
Emil Bock
Van de Jordaan tot Golgotha. ( Uitg. Christofoor)
Tussen Bethlehem en de Jordaan  (Uitg. Christofoor)
Steiner:
Mattheus evangelie       (uitg. Vrij geestesleven)
Lucas evangelie                             “
Mattheus evangelie                      “
5e Evangelie                     ( Christofoor en Pentagon)
Van Jezus tot Christus            “
Inzicht in het mysterie van Golgotha  (Vrij geestesleven)
Herders en koningen  (Pentagon)
Prokofjeff
Rudolf Steiner en de grondvesting van de nieuwe mysteriën  (uitg. Perun)


terug naar inhoudsopgave

Geen opmerkingen: