woensdag 3 juli 2013

Kometen, een antroposofische visie.




Kometen.


Overal waar de schrijver van de Apocalyps over dieren spreekt, spreekt hij eigenlijk over de kracht en de werkzaamheid van kometen.(01)

De eerste pogingen van Satan om wanorde in het planetensysteem te brengen (d.m.v. kometen red.) zullen lukken. (02)


Verderop wordt nader ingegaan op deze citaten van Steiner die stammen uit de zogenaamde priesterapocalyps. (03)

In de vorige artikelen over de Maya’s (04) is al wel gesproken over kometen, maar een nadere uitwerking moest wachten tot dit artikel.
Bijvoorbeeld in de doemscenario’s rond de datum 21-12-2012 werd er door enkele schrijvers die door mij aangehaald werden, over kometen gesproken en ook over een planeet Niburu of een planeet-X die op ramkoers zouden liggen met de aarde.
De sjamaan Don Alejandro sprak over 20-12-2012 maar ook over 31-03-2013. Het laatste stuk citaat i.v.m. kometen wordt hier nog een keer herhaald. (04)

 In een andere toespraak is hij (ACP) nog wat concreter en voorziet de aanvang van deze duisternis op 31 maart 2013 en heeft het dan over een duisternis van 60-70 uur  We worden dan bezocht door grote catastrofes, zoals aardbevingen, vulkanenuitbarstingen, overstromingen, hurricanes en tornado’s. Ook zullen er twee kometen aan de hemel verschijnen: een grote en een rode’. Aldus Don Aleandro Cyrillo Perez.

Inmiddels zijn genoemde data achter de rug en zijn er geen mondiale rampen gebeurd. In de kringen die dit alles voorspelden werd het even stil, maar daarna kwamen ze al weer gauw met verklaringen waarom hun voorspellingen niet uitgekomen waren. Het deed me een beetje denken aan de Jehova’s Getuigen die vroeger het einde van de wereld voorspelden en elke keer wanneer dat niet gebeurde met een nieuwe datum kwamen. Tegenwoordig hoor je ze er niet meer zo over als ze aan de deur komen.
Wel is er dit voorjaar al een komeet geweest (05) en zelfs een asteroïde die, op kosmische schaal gezien, rakelings langs de aarde scheerde. (06) De asteroïde die al lang voorspeld was, was alleen zichtbaar met grote telescopen en op dezelfde dag (14-2-2013) diende zich onverwacht en plotseling een meteoriet aan in Rusland. Deze is gefilmd door camera’s die daar vaak achter de voorruit van de auto gemonteerd zijn. (07). De ontploffing van dit hemellichaam veroorzaakte gelukkig niet al te veel schade.

14-02-2013 meteoriet te Rusland
Vorige eeuw, laatste kwart.
Eind vorige eeuw zijn er ook een aantal kometen geweest waarvan een enkele zelfs met het blote oog zichtbaar waren. Hieronder volgt een onvolledige lijst. Genoemde kometen waren allemaal wel krantennieuws.
1973: Kohoutek (08)
1986: komeet van Halley, deze komt elke 76 jaar langs. Steiner sprak daarover in 1910 tijdens de vorige passage van deze komeet. Hierop komen we later nog terug. In 1986 was deze ondanks hoge verwachtingen toch nauwelijks met het blote oog te zien. (09)
1992: Swift Tuttle (10)
1994: Encke (11)
1994: Shoemaker-Levy 9 (kortweg SL9 met officiële benaming D/1993 F2). Dit is een komeet waarvan tussen 16 en 22 juli 1994 21 fragmenten neerkwamen op de planeet Jupiter.Sommige van die delen hadden een diameter van 2 kilometer. (12)
1996: Hyakutake (13)
1997: Hale-Bopp. (14) Deze was heel duidelijk voor het blote oog zichtbaar.
Wikipedia: Komeet Hale-Bopp (officiële aanduiding C/1995 O1) was waarschijnlijk de meest geobserveerde komeet van de 20e eeuw en was een van de helderste kometen van de afgelopen paar decennia. De komeet was gedurende lange tijd (18 maanden) met het blote oog zichtbaar. Dit is tweemaal zo lang als de vorige recordhouder, de komeet van 1811. (15.)
In maart 1997 was de verschijning van deze komeet aanleiding voor de Heavens Gate sekte (16) om massaal zelfmoord te plegen. Ze beweerden dat ze hun lichamen verlieten om naar een ruimteschip te gaan dat achter de komeet aan zou vliegen. (16)
Deze eeuw.
2001: Borrely. (17)
2004: Machholz. (18)
2005: 9P temple 1, deze komeet is bezocht met een vanaf de aarde gelanceerde sonde. (19)
2007 McNaught die op het zuidelijk halfrond zelfs overdag zichtbaar was. (20)
2007 Holmes/17p. (21)
2010: Elenin (22) Over deze komeet deden ook de wildste geruchten de ronde: nml. dat deze met de aarde zou gaan botsen. (23)
2013: Pan Starrs. (24)
2013: Aan het eind van dit jaar verwacht men de komeet C/2012 S1, maar men noemt hem Ison. Men beweert nu al aan het begin van de 21e eeuw, dat het wel eens de helderste komeet van deze eeuw zou kunnen worden. (25)
Algemeen.
Er is heel veel informatie bekend over de fysiek/minerale kant van kometen. Die kant zal hier niet beschreven worden. Maar er zullen wat links gegeven worden waar men e.e.a. zelf tot in detail kan nalezen en bestuderen. (26)
Aan het pokdalige maanoppervlak kunnen we al zien dat er veel inslagen zijn geweest op de maan. De maan is zo dichtbij, dat het vreemd zou zijn als de aarde wel voor inslagen gespaard zou zijn. Nu zijn er inderdaad op aarde ook inslagen geweest. De Arizona krater, ook bekend als de Barringerkrater (27), is daar een duidelijk voorbeeld van uit het grijze verleden.
                                            Barringerkrater te Arizona
Ook is er de Chicxulubkrater (midden Amerika), waarvan men denkt dat de inslag van een hemellichaam 65 miljoen jaar geleden er de oorzaak van geweest zou zijn dat de dinosaurusachtigen plotseling uitgestorven zijn. (29.) De meningen daarover zijn echter verdeeld. (30)
Dat de aarde veel minder last heeft van zichtbare inslagen is omdat de aarde in tegenstelling tot de maan een dampkring heeft, waardoor veel mogelijke kandidaten voor een inslag, verbranden of de atmosfeer weer uit gekaatst worden. Maar toch zijn er ettelijke inslagen geweest in het verleden. En wat in het verleden gebeurd is, kan natuurlijk in de toekomst ook weer gebeuren.
In 1908 werd de wereld opgeschrikt door de Toengoeska explosie. (31)
                                             Platgeslagen bos bij Toengoeska explosie.
Ooggetuigen zagen een helder licht langs de hemel snellen  vervolgens dalen en ergens bij de binnenlandse bossen exploderen. Omdat het gebied zo afgelegen was, konden onderzoekers pas veel later ter plekke onderzoek uitvoeren. Men vond geen inslagkrater, maar wel uitgestrekte stukken waar het bos als het ware plat tegen de aarde geslagen was. Men concludeerde daaruit dat het hemellichaam al in de lucht ontploft moest zijn. Het woord hemellichaam wordt hier bewust gebruikt. Er zijn ook mensen die het terecht een UFO noemen (32), maar dan onder voorwaarde dat de U van UFO het woord Un-identified voorstelt, d.w.z. het vliegende object is niet geïdentificeerd. Was het wel geïdentificeerd dan zouden we weten of het een meteoriet of een buitenaards ruimteschip of iets anders was , dan was het namelijk een IFO oftewel een Identified Flying Object.
Er is ook verwarring over de betekenis van de woorden voor diverse soorten hemellichamen zoals asteroïde, komeet, planetoïde, meteoor, meteoriet enz. (26)
Begripsverwarring.
Asteroïden (26) noemen we in het Nederlands meestal planetoïden. (26) Die vlag dekt de lading beter:Het zijn nl. kleine planeten. Ons zonnestelsel kent 9 planeten. Alle andere, kleinere objecten die in min of meer ronde banen om de zon draaien, zijn planetoïden. Kometen (26) bewegen meestal in langgerekte banen om de zon en hebben ook een andere samenstelling. Deze bestaat vooral uit ijs, vermengd met rotsdeeltjes. Komen ze in de buurt van de zon, dan gaan ze verdampen en vormt zich de beroemde staart. (70) Planetoïden hebben meestal een rotsachtige of metalige samenstelling. De overgang tussen kometen en planetoïden zien we overigens niet meer zo strikt. Er zijn planetoïden bekend die soms uitgassen en een staart krijgen en we kennen uitgedoofde komeetkernen die nauwelijks van planetoïden te onderscheiden zijn. 
Het verschil zit hem in de wijze waarop de hemellichamen ontstaan zijn. De meeste asteroïden bevinden zich in de asteroïdengordel (26) tussen Mars en Jupiter. Dat ze geen ijs bevatten, komt omdat ze in een gebied ontstaan zijn met een te hoge temperatuur; water kon er niet condenseren. Kometen zijn verder van de zon af ontstaan, vooral in de Kuipergordel voorbij de baan van Neptunus. Daar is het zo koud dat alle kleine hemellichamen veel ijs bevatten.
Een meteoor (26) of vallende ster is een kortstondig lichtspoor aan de hemel dat men ziet wanneer een klein stofdeeltje (een meteoroïde) op ca. 100 km hoogte met een enorme snelheid (tot tientallen kilometers per seconde) in de atmosfeer van de Aarde terecht komt.
Een meteoriet (26) is het deel van een meteoroïde dat op de aarde inslaat na vanuit de ruimte door de atmosfeer te zijn gevallen. Tijdens de tocht door de dampkring wordt het materiaal sterk afgeremd en zeer heet; dit kan als een meteoor te zien zijn. In wezen is een meteoriet puin uit de ruimte. Een meteoroïde is een stofdeeltje, stukje steen of een stukje ijs dat door de ruimte zweeft.
De astronomische wetenschap gaat momenteel uit van meerdere gebieden in ons zonnestelsel waar de bovengenoemde objecten vandaan komen. De Oort-wolk (1950) (33) en de Kuiper-Gordel (1951) (34) en het gebied dat  men Scattered Disk Object noemt. (SDO). (35) Dit is een soort verzamelplaats voor verdwaalde planetoïden in de buurt van de omloopbaan van Neptunus. In 1890 kende men echter al een asteroïdengordel of planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter.
Strijd aan de hemel volgens de antroposofie.
Steiner spreekt over een strijd aan de hemel die in lang vervlogen tijden heeft plaatsgevonden.(36) De puinresten van deze strijd die door bepaalde wezens van de hogere hiërarchieën gevoerd werd is nu nog te vinden in de hierboven genoemde gordel die ligt tussen Mars en Jupiter: de zogenaamde asteroïdengordel.
Ziet u dit slachtveld aan de hemel eens aan! Pas in de negentiende eeuw heeft men met fysieke ogen weer de verwoestingen ontdekt, die veroorzaakt werden door de strijd aan de hemel. Tussen Mars en Jupiter hebben ze het leger van de kleine planetoïden doen ontstaan. Dat zijn de resten van de slachtvelden van de strijd aan de hemel, die uitgevochten werd tussen de twee kosmische tijdpunten, waar ons zonnesysteem samengetrokken werd tot Jupiter en later tot aan Mars. En wanneer onze astronomen de telescoop richten op de hemelruimte en nog steeds planetoïden ontdekken, dan zijn dat puinresten van dat grote slachtveld aan de hemel van de strijd tussen de meer ontwikkelde en de minder ontwikkelde Oerkrachten (Archai-Virtutes) die ook de afsplitsing van de maan van zijn zon teweeg gebracht hebben. (37)
Over een ander soort strijd aan de hemel is in vorige artikelen aandacht geschonken. Het ging toen om de strijd van aartsengel Michael tegen de opstandige engelen, die Steiner situeert in de jaren 1841-1879. (38) Hierop wordt later nog ingegaan. Dat ook de mens in de toekomst de mogelijkheid verwerft om grote krachtwerkingen uit te oefenen is te lezen in noot (71)
De werking van kometen volgens de antroposofie.
Het woord “hemel” kan meerdere betekenissen hebben. In het algemeen gebruikt men het om het uitspansel boven ons te beschrijven: overdag als de blauwe lucht (met of zonder wolken) met de zon op een bepaalde plaats in de hemel. s ‘Nachts als de plaats waar de sterren te zien zijn en eventueel de maan. Het betreft hier dus een ruimteaanduiding, die met coördinaten in 3 dimensies beschreven kan worden, behalve als men van een oneindig in zichzelf gekromd heelal uitgaat. (39)
Daarnaast is er nog het begrip hemel van de diverse geloofsrichtingen. Ze stellen zich deze voor als een meer geestelijk oord, waar God en engelen hun verblijfplaats hebben. De ideeën daarover zijn echter lang niet uniform, sommigen stellen zich ook voor dat het het oord is waar de overledenen na hun dood vertoeven, als ze tenminste niet in de hel terechtkomen. Deze verschillende visies te beschrijven zou ver buiten het kader van dit artikel vallen.
In de antroposofie is het begrip hemel zeer uitvoerig beschreven. In het kort kan daarvan gezegd worden, dat de hemel zowel de fysieke ruimte is als de geestelijke ruimte. Planeten zijn enerzijds fysieke objecten en anderzijds ook geestelijke wezens. Analoog aan de mens die behalve zijn fysieke lichaam ook andere wezensdelen heeft zoals levenslichaam, zielelichaam en geest. Zo is de zon bijv. ook verbonden met geestelijke wezens en als Christus in zijn incarnatie op aarde zegt: ’Ik ben het licht der wereld’, dan is dat veel meer dan beeldspraak. De 12 dierenriemtekens zijn ook niet alleen fysieke ruimterichtingen, maar ook woonplaatsen van geestelijke wezens, die bijv. in de bijbel ook bekendstaan als de hemelse hiërarchieën. (38)
Evenzo hebben kometen niet slechts een fysiek waarneembare gestalte, maar ook een geestelijke gestalte, die een geschoolde helderziende kan waarnemen. Ook de werkingen die van deze wezens uitgaan kunnen door de helderziende geschouwd worden. Maar de onbevangen blik van degene die mededelingen van de geestesvorser tot zich neemt kan deze werkingen ook waarnemen.
Een aantal keren heeft Steiner uitvoerig over kometen gesproken. (55) Onderstaand zullen de uitspraken die in het kader van het thema Apocalyps gedaan zijn extra aandacht krijgen.
In 1909/1910 begon Steiner  te spreken over de wederkomst van Christus in de etherische wereld. In vorige nummers van dit tijdschrift is hier ook al aandacht aan geschonken. (41) Het kan dan opvallen dat in dezelfde voordrachten waarin over deze wederkomst gesproken wordt ook over een komeet gesproken wordt, en wel over de komeet van Halley, die in 1910 aan de hemel stond.Deze komeet is in 1986 ook voor onze generatie zichtbaar geweest is.
Uit het boek "Das Ereignis der Christus-Erscheinung in der ätherischen Welt (40) waarin veel voordrachten van Steiner uit 1910 over dit onderwerp verzameld zijn zijn de volgende citaten.
Van de komeet van Halley en van kometen in het algemeen zegt hij o.a. het volgende:
                                          Komeet Halley.
 "Wat betekent het kometarische bestaan nu voor de aarde? Welke missie is daaraan verbonden? De beantwoording van deze vragen moet vooral vergelijkenderwijs geschieden en er moet op gewezen worden, dat in de tegenstelling van man en vrouw op aarde tweeërlei levens zich afspelen. Allereerst is daar het verloop van de alledaagse gebeurtenissen in het gezin van 's morgens tot 's avonds, met een regelmaat zoals van zomer en winter, van zonneschijn en storm, onweer en hagel. Dat kan zo een tijdlang doorgaan. Maar dan gebeurt er iets, dat komt binnenvallen en als een ingrijpende verandering wordt gevoeld en vooral dan, als er een kind geboren wordt. Dit onderbreekt het steeds terugkerende verloop van de dingen en het blijft als iets nieuws in de samenleving van man en vrouw. Dit kunnen we vergelijken met wat de komeet te doen heeft als opgave voor het aarde-leven. (69) Zij brengt in ons aardse bestaan datgene binnen wat stamt uit het vrouwelijk element van de kosmos. Als de komeet zich laat zien, bewerkstelligt dat een stoot in de verdere ontwikkeling van de mensheid. Niet zo zeer in de eigenlijke ontwikkeling zelf, maar in alles wat vroeger nog in de mensheid werd geënt. We kunnen dit waarnemen aan de Halley-komeet, aan wat als geestelijke krachten erachter staat. Als zij verschijnt is er steeds iets nieuws voor de aarde-ontwikkeling aan verbonden. In deze tijd verschijnt zij weer. Daarmee wordt ingeluid en geboren een nieuwe etappe in materialistische zin. Op de drie laatste verschijningen in de jaren 1682, 1759 en 1835 volgt nu deze (van 1910 - red.). In het jaar 1759 kwamen hieruit de krachten en geestelijke machten tevoorschijn, die de geest van de materialistische Verlichting hebben gebracht. Wat zich op aansporing van de geesten en krachten, die achter de Halley-komeet staan, in die zin heeft ontwikkeld, dat was b.v. wat Goethe zo zeer geërgerd heeft in het "Système de la Nature" van Freiherr von Holbach, alsook in de Franse Encyclopédisten. Toen dan in 1835 de Halley-komeet zich weer liet zien, werd het materialisme opmerkelijk weerspiegeld in de opvattingen, die van Büchner en Moleschott uitgingen en die dan in het materialisme in de tweede helft van de 19de eeuw in de breedste lagen werden opgenomen. Nu in het jaar 1910 beleven we een nieuwe verschijning van de oude komeet en dat betekent een crisisjaar wat betreft de zojuist besproken zienswijze. Alle krachten zijn dan aan het werk om uit de menselijke ziel een nog oppervlakkiger, een nog ongelukkiger mening tevoorschijn te roepen, een verderfelijke materialistische wereldbeschouwing. Er staat de mensheid een geweldige beproeving te wachten, waarin het erom zal gaan, of de mensheid zal kunnen waar maken, dat bij de dreiging van de diepste val, ook de impuls tot opstijgen alom het sterkst aanwezig is. Want anders zou het niet mogelijk zijn dat de mens de weerstanden kan overwinnen die de materialistische zienswijze hem in de weg leggen. Als de mens niet aan het materialisme zou zijn blootgesteld, dan zou hij deze ook niet door eigen kracht kunnen overwinnen. Nu krijgt hij de gelegenheid een keuze te maken tussen het spirituele en het materialisme. Vanuit de kosmos worden ons de voorwaarden voor dit crisisjaar toegezonden." (43)
Het vorige werd in 1910, vier jaar voor de eerste wereldoorlog uitgesproken:
Het zou hier te ver voeren alles wat met deze komeet Halley te maken heeft te citeren. In context van de hele voordracht uit het hele boek. (GA 118) kan men het zelf nalezen. Maar een komeet kan meerdere functies tegelijkertijd hebben. Er kan iets nieuws ontstaan, het menselijke –ik- kan gestimuleerd worden, maar een komeet kan ook zorgen voor een versterking van het materialisme.
 "Aldus staat de mensheid op de tweespalt: ofwel met wat door de komeet van Halley komt, ondergedompeld te worden in een duisternis die nog ónder Kali Yuga ligt, ofwel door antroposofisch begrip niet te overzien datgene wat aan nieuwe vermogens sluimert, om de wegen te vinden naar het land dat volgens de Oosterse literatuur verdwenen is, maar dat Christus de mensheid weer zal tonen: het land Schamballa. Dat is het grote punt aan de scheidingsweg: neerwaarts of opwaarts; ofwel naar iets dat als een wereld-kamaloka nog onder het Kali Yuga ligt, ofwel naar datgene wat het de mensen mogelijk maakt het gebied te betreden dat bedoeld wordt met de benaming Schamballa." (44)
De komeet werkt zo in op het fysieke lichaam en het ether- of levenslichaam van de mens, dat dit fysieke lichaam en ether- of levenslichaam van de mens inderdaad organen, fijne organen schept, die de ontwikkeling van het –ik- bevorderen. (45)
Het Rozenkruisers onderzoek heeft uitgewezen, dat elke komeet een bijzondere invloed op de menselijke ontwikkeling uitoefent. De huidige komeet (Halley) heeft als bijzondere invloed, dat zij een versterkte impuls geeft aan het materialisme. (46).
Dit wetende vroeg de auteur zich destijds af of er iets te merken viel van de komeet Halley, toen deze in 1986 langskwam. Wat toen opviel, was de versterkte aandacht voor de personal computer, met nadruk op personal. De grote mainframes waren er al wel, t.b.v. defensie en grote universiteiten, maar in die tijd werd heel sterk de komst van een personal computer gepromoot, die in ieders bereik zou komen. In het artikel over transhumanisme (47) en in de artikelen die daarop nog zullen volgen kan men lezen waar de opkomst van de computer in de nabije toekomst op kan afstevenen. (47)
Als de opgave van een komeet gereed is, dan valt zij in stukken uiteen.
En de verschillende kometen hebben daarbij hun verschillende opgaven. En wanneer een komeet “uitgediend” is, dan fragmenteert zij. Daarom zien we dat bepaalde kometen vanaf een bepaald tijdstip  als twee verschijnen en dan verbrijzelen. (48)
De komeet Biela en het jaar 1933.
Hieronder volgt een lang citaat uit een reeks voordrachten die Steiner gehouden heeft over de Apocalyps voor priesters van de Christengemeenschap.(49) (50)
Gesproken wordt over de komeet van Biela, die als de berekeningen uitgekomen zouden zijn, in 1933 op de aarde ingeslagen zou zijn en ontzettende rampen zou hebben ontketend.
Echter de aartsengel Michael greep voortijdig in en de komeet brak in stukken, maar de nawerkingen van deze hemelse strijd bereikten toch de aarde. Dit alles vond plaats in het tijdvak (1841-1879) waarvan Steiner aangaf dat er opnieuw een strijd in de hemel plaatsvond tussen Michael en de duistere engelen. Michael won deze strijd maar de demonen en hun werkzaamheid werden op aarde geworpen. (41)
Overal waar de schrijver van de Apocalyps over dieren spreekt, spreekt hij eigenlijk over de kracht en de werkzaamheid van kometen.(01) En pas als u nu ook nog deze terminologie kent, zal u veel duidelijk worden over wat de schrijver van de Apocalyps al geweten heeft over de aard van kometen dat later echter volledig is ondergesneeuwd. Daarom zullen we in verband met de Apocalyps de aard van de kometen eens nader beschouwen. Ik zou het u graag als volgt willen vertellen: Ziet u, als je eenvoudigweg het copernicaanse wereldsysteem neemt zoals dat nu eenmaal tegenwoordig op school behandeld wordt: zon, Mercurius, Venus, aarde, Mars, dan Jupiter, Saturnus en daar kun je dan Uranus en Neptunus nog bijtekenen, dan vind je – als je geen heel grote fouten maakt in de berekening en als je ook de dingen in aanmerking neemt die altijd als correctie moeten worden ingevoegd – een regelmatigheid die in zoverre te berekenen is dat je alleen maar de telescoop hoeft te richten op het punt dat uit de berekening te voorschijn komt  dan vind je daar de ster in de telescoop. Dat zijn berekenbare dingen. Nu zijn er echter in dit planetensysteem verschillende komeetbanen. Voor veel kometen kunnen deze banen ook berekend worden, en deze berekeningen geven uiterst merkwaardige uitkomsten die je eigenlijk, ik zou willen zeggen buiten jezelf zouden kunnen brengen als je ze gewoon zo neemt als ze uit de huidige astronomische berekeningen volgen. Ik wil alleen een voorbeeld geven.
In het jaar 1773 werd in Parijs bekend gemaakt dat Lalande, de beroemde astronoom, een voordracht zou houden over kometen. Het gerucht verbreidde zich, dat hij zou bewijzen, dat nog in het jaar 1773 een botsing zou plaatsvinden tussen een komeet en de aarde; n.l. wanneer men de baan van de komeet berekent, kruist de baan van de komeet zich met de baan van de aarde en moet er een botsing volgen. – U moet zich nu eens de stemming van de mensen uit die tijd voorstellen. Door het gerucht brak er in Parijs een verschrikkelijke paniek uit, zodat naar aanleiding van het bericht, de politie, die altijd op haar post is, helemaal niets anders kon doen, dan deze voordracht te verbieden, omdat het een gevaarlijke voordracht was. Onder de indruk van dit gerucht ontstonden er vele miskramen en vroeggeboorten, sterfgevallen bij zwaar zieken, en katholieke priesters hadden door het uitdelen van absoluties enorme inkomsten, omdat de mensen allemaal te biecht gingen en de sacramenten wilden hebben voor ondergang van de wereld.
Aangezien de voordracht helemaal niet plaatsgevonden heeft, is niet gelijk bekend geworden, wat Lalande eigenlijk in de voordracht had willen zeggen. Nu, de berekening van Lalande klopte wel. De berekening kon helemaal geen ander resultaat geven, dan dat een bepaalde komeet de aardebaan zou kruisen, en wanneer zij met de aarde zou botsen, door de botsing heel zeker de watermassa’s van de zee vanaf de evenaar met reusachtige overstromingen naar de tussen noord- en zuidpool liggende landmassa’s zouden stromen. (51) Het verschrikkelijke is weliswaar niet gebeurd, maar de berekening heeft toch geklopt. Wat daar eigenlijk aan ten grondslag ligt, mijn lieve vrienden, dat kan begrepen worden, wanneer we de zaak bij een andere komeet bezien, namelijk bij de beroemde komeet van Biela. Terecht nam men in 1832 met grote opmerkzaamheid de baan van de komeet van Biela waar en alles dat zich mathematisch voor zijn baan profeteren liet. En de toenmalige verschijning van deze komeet bevestigde ook alle berekeningen.
De komeet kwam zo dicht bij de aarde, dat men zei: ”Zij komt elke keer dichterbij de aarde, dat zal eens gevaarlijk worden.” En omdat de komeet van Biela ongeveer om de 6 a 7 jaar zo verschijnt, dat zij in de nabijheid van de aardbaan komt, werd in het bijzonder de verschijning in de jaren veertig van de (negentiende) eeuw nauwgezet in de gaten gehouden. Toen was de komeet immers volgens de berekeningen de baan van de aarde al zo dicht genaderd, dat zij dertien keer minder van de baan van de aarde verwijderd was dan de maan. Al met al dus een heel kwalijke zaak. Toen nu de komeet steeds dichterbij de baan van de aarde bleef komen, viel het de astronomische waarnemers op dat zij steeds minder lichtsterk werd naarmate zij dichterbij kwam. Toen men haar in 1846 weer kon waarnemen, bleek dat de komeet toen zij gevaarlijk dichtbij de aarde kwam niet alleen minder lichtsterk was geworden, maar dat het er twee waren: zij had zich gesplitst, zij was uit elkaar gevallen. De jaren zestig waren ongunstig voor de waarneming en nu was men pas echt nieuwsgierig naar de volgende verschijning van de komeet, die in 1872 zou plaatsvinden. Want als de berekening klopte zoals die bij Lalande voor de komeet van 1773 geklopt had, dan moest er toen eigenlijk iets heel verschrikkelijks met de aarde gebeuren. Ik was toen nog een kleine jongen, in 1872, maar ik herinner me nog heel precies dat er overal in de omgeving waar ik woonde, maar natuurlijk ook elders, brochures werden verspreid: de wereld vergaat. – Er werd heel veel over de ondergang van de wereld gesproken en er werd veel over geschreven. Die gebeurtenis werd wel degelijk met een zekere angst tegemoet gezien, zonder dat ik nou een statistiek zou kunnen geven over de miskramen en sterfgevallen en gevallen van absolutie. Toen naderde de dag – ik kan me nog zeer goed herinneren hoe opgewonden iedereen was – en zie daar, de komeet kwam helemaal niet terug. Daarvoor in de plaats verscheen er de wonderschoonste, prachtigste meteoorregen, een werkelijk fantastische meteoorregenbui, alsof een nachtelijk vuur in veel wegspattende vonkjes vanuit de hemel naar beneden op aarde viel. De komeet had zich eerst in tweeën gedeeld, en was daarna verder uiteengespat in allemaal kleine splintertjes, die door de atmosfeer van de aarde opgenomen konden worden, die met het wezen van de aarde verbonden werden. Zij heeft de weg ingeslagen om door de aarde te worden opgenomen.
 (..…)
Nu, ziet u, er verscheen toentertijd in 1832 van een beduidende astronoom, Littrow, een verhandeling, deze was zeer interessant. Ik kan u heden nog steeds aanraden, houd u zich ermee bezig, ze was hoogst interessant met precies kloppende fijne berekeningen. Daar heeft een verlicht mens over de zaak geschreven. Hij heeft een berekening opgesteld en heeft daarbij alle dingen in overweging genomen. Hij heeft uitgerekend, dat een groot ongeluk nog niet kon plaatsvinden door een botsing in 1832, maar de zaak was wel zo, dat als alle verhoudingen zo zouden voortduren als destijds, toen men de komeetbaan berekend had, toen de komeet nog een eenheid was en niet gesplitst, er onafwendbaar een catastrofe zou moeten optreden in 1933, dat klopt, 1933. Dat betekent, als de komeet zo gebleven was, zoals zij was,dan  zou onafwendbaar de catastrofe in 1933 plaatsvinden dat alle oceanen in reusachtige vloedgolven zo over de aarde verdeeld zouden worden, dat al het leven op aarde zou sterven. Maar de komeet is voordien uiteengevallen, zij wordt in stukjes door de aarde opgenomen, de aarde voedt zich met deze wereldsubstantie. En in plaats van dat 1933 –wij zijn daarvan niet ver verwijderd- de botsing volgt, wordt dat, wat de aarde reeds opgenomen heeft, door andere substanties vergeestelijkt, en het geestelijk stijgt op. De aarde verteert de komeet, het geestelijke stijgt op. Mijn lieve vrienden, zo stijgt van tijd tot tijd in de aarde vergeestelijkte komeet op.
(..…)
Ziet u, de mens is op een merkwaardige wijze in het wereldal geplaatst. Nu beschrijft u zo iets als de komeet van Biela van 1872: vuur valt van de hemel, de aarde neemt het op, zo dat degene, die geestelijk schouwen kan, ziet, hoe er weer iets terugkomt en het menselijk astraallichaam in gunstige of ook ongunstige zin beïnvloedt. Er zijn kometen, die de mensen zo beïnvloeden, zoals ik het nu geschetst heb, dat ze zijn nervositeit  therapeutisch neutraliseren, en zulke, die wilde krachten van het astrale ontketenen, wanneer ze, nadat de aarde ze geabsorbeerd heeft, weer naar boven komen.
Zo kijkt de schrijver van de Apocalyps (68) naar kometen en schetst met de dieren tegelijkertijd de komeetverschijning, hij parallelliseert ze, omdat ze zich als fenomeen parallelliseren laten, hij parallelliseert  ze met het zevenkoppige dier, omdat ze destijds nog veel meer met het hele fysieke samenhingen, en omdat inderdaad in een komeet, die in 7 stukken gesplitst was, nu eenmaal kosmisch tot uitdrukking kwam, wat op de aarde geschiedde. En zo wordt ook datgene wat er is verteld over het dier met twee hoornen op de gestalte van de komeet betrokken; de komeet met de twee staarten.
 (…)
Ja, mijn lieve vrienden, aan de kometen hangt een woest bijgeloof, en het woeste bijgeloof dat betrekking heeft op kometen, heeft verhinderd, dat men de kometen in hun ware betekenis ûberhaupt niet gezien heeft, afgezien daarvan, dat men hun banen berekend heeft en het  lastig vond vanwege hun grillig optreden..
 (…)
Denk nu eens de zaak in grote kosmische samenhangen, mijn lieve vrienden. De aarde verteert de kometensubstantie, ze geeft deze gespiritualiseerd weer terug en dat verenigt zich met de astraallichamen van de mensen in goede en in kwade zin. Dat, wat we in een bepaalde periode aan de hemel boven zien als kometen, waar is het na deze periode? Ik heb in Parijs 1906 in een voordracht erop gewezen – toen werd er in de uiterlijke wetenschap bij lange na nog niet over die zaak gesproken, later is het ook met behulp van spectraalanalyse ontdekt (72)– dat de substantie van kometen cyaan bevat, verbindingen van koolstof en stikstof. Dat betekent heel veel, want cyaan wordt, als het in die geringe hoeveelheid over de aarde wordt verspreid, voor het louteren van de astrale lichamen gebruikt. Een ontzaglijk belangrijke kosmische arts is in de kosmos bezig om zulke therapieën min of meer voortdurend uit te voeren. Denkt u zich eens in: wat je in een bepaalde tijd boven aan de hemel ziet als komeet, dat atomiseert zich, zoals ik beschreven heb, het komt als een vuurregen uit de hemel, later zit het in de grond en nog later gaat het van de grond over op de planten, op de wortels, stengels, bladeren en bloemen. We eten de inslagen van de kometen, het komeetferment, dat door de kosmos aan de aarde gegeven wordt, we eten het met ons brood. De schrijver van de Apocalyps kijkt naar het volgende verschijnsel: gunstige werkingen van de ene komeet en ongunstige werkingen van de andere komen in hun geestelijke aard omhoog. Uit de gevangenschap van de aarde zal het beest vrijkomen: dat is in kosmische zin de komeet. Het beest zal vrij zijn, dat betekent iets voor de ontwikkeling van de mensen. Zo wordt gewezen op zeer krachtige realiteiten, op grote belangrijke punten in de ontwikkeling van de mensheid en de aarde.
In 1933, beste vrienden, bestond de mogelijkheid dat de aarde met alles wat erop leeft te gronde zou gaan, als die andere wijze voorziening niet getroffen was die zich niet laat berekenen. De berekeningen kunnen niet meer kloppen wanneer de kometen andere vormen hebben aangenomen. Je zou in de geest van de schrijver van de Apocalyps moeten zeggen: “Voordat de etherische Christus door de mensen op de juiste wijze begrepen kan worden, moet de mensheid zich eerst met de ontmoeting met het beest dat in 1933 opstijgt uiteenzetten”. (52) Dat is apocalyptisch gesproken. Hier verbindt zich geestelijke beschouwing met natuurbeschouwing. Hier wordt het spirituele karakter van wat er in de kosmos leeft duidelijk. Neemt u maar de beschrijving van de boeren uit 1872 die buiten stonden en deze lichtregen waarnamen, en voeg daarbij wat we geestelijk kunnen weten zoals ik dat geschetst heb, en vergelijk dat met allerlei beschrijvingen uit de Apocalyps, en u zult zien dat er een letterlijke overeenkomst is, u zult zien dat er echte natuurverschijnselen worden bedoeld in de Apocalyps.
 (…)
Welnu, beste vrienden, in de jaren zeventig van de vorige eeuw, in 1872, toen de komeet terug zou keren, kwam die lichtregen, dat wil zeggen dat het allemaal al veel geestelijker was dan bij de vorige nadering van de komeet. Deze komeet zal voortaan alleen zo verschijnen dat zij zich in een regen van lichtstralen over de aarde uitgiet. Maar aan het eind van de jaren zeventig was het zo dat in deze gouden lichtregen de heerschappij van Michael de aarde naderde.
Zo zijn er natuurverschijnselen die eigenlijk geestelijke verschijnselen zijn en geestelijke verschijnselen die de kracht hebben om natuurverschijnselen te zijn. En alleen als u de wereld zo doorgrondt dat alle natuurverschijnselen geestelijke verschijnselen worden en dat alle geestelijke verschijnselen de intensiteit van natuurverschijnselen hebben, dan zult u werkelijk inzicht krijgen in de bouw van de wereld. Dan zal voor u het morele en het natuurlijke zich in een evolutie verenigen en zal de neiging ontstaan om inzicht op te nemen als inhoud van het religieuze leven. (01)
In 1933 en nogmaals in het jaar 1946 heeft een spectaculaire meteorenstorm, de zogenaamde Draconiden plaatsgevonden. Deze kwam voort uit de voormalige komeet 21P/Giacobini-Zinner, die dus uiteengevallen was. Toen konden er per uur zo’n 10.000 meteoren gezien worden. Mensen die het gezien hebben beschreven het alsof ze vielen met de regelmaat van sneeuwvlokken. Deze Draconiden zijn nog steeds actief; in 1998 kon men 500 meteoren per uur tellen,. (53) en 300 in 2011. Om de 13 jaar gaat de aarde door deze wolk heen. De radiant ligt in de kop van het sterrenbeeld de draak. Het maximum ligt omstreeks 8 oktober.
Michael en meteoorijzer.
Al in 1923 heeft Rudolf Steiner gesproken over hoe het ijzeren zwaard van Michael de drakenkracht bestrijdt, door middel van het  kosmische ijzer dat van meteorieten stamt en op aarde en daarmee in de mens terechtkomt. (54)
Dit ijzer, zoals het macrokosmisch in de meteoorregen te zien is, vormt tegelijkertijd het geneesmiddel tegen de drakenkrachten van de tegenmachten – het is het zwaard van Michael. (54.)
Maar we stellen ons slechts juist voor, we schetsen alleen goed, wanneer we de atmosfeer, waarin Michael zijn glorie, zijn macht tegenover de draak ontvouwt, wanneer we de ruimte niet opgevuld laten zijn met onverschillige wolken, maar met er doorheen trekkende, uit ijzer bestaande zwermen meteoren, die zich vormen, samensmelten door de kracht die van Michaels hart uitstroomt tot het ijzeren zwaard van Michael, die met dit meteoorgevormde ijzeren zwaard de draak overwint.
De ruimte ontbreekt om in te gaan op al die andere dingen die Steiner ook nog over kometen en meteoren gezegd heeft. (55) Het verdient aanbeveling om de Michael-imaginatie als geheel te lezen. (54)
Toekomstige kometen en hun werkingen.
Toen Steiner in 1924 over het jaartal 1933 sprak ging dat natuurlijk ook al over iets toekomstigs.
We weten nu wat 1933 ons gebracht heeft, Hitler kwam toen aan de macht. (maar in de tweede wereldoorlog waren ook Stalin en Mussolini en de Japanners actief) (56) Hitlers heerschappij heeft 12 jaar geduurd tot in 1945. In dat jaar werden de demonische krachten van de Amerikaanse atoombom ook manifest. (56) In datzelfde  jaar zijn er ook verschijnselen aan de hemel geweest, zoals vanuit de Draconiden (draak). Maar ook de nawerkingen van Biela (zie boven).
Steiner sprak over het opstijgende Apocalyptische dier in 1933. Eerder in 1909/1910 kondigde hij ook de wederkomst van Christus in de etherische wereld aan. De komst van licht en duister heeft hij aldus al geprofeteerd. Ook dat deze gebeurtenissen een aanvang zouden nemen in de dertiger jaren van de 20e eeuw.
Voor een latere periode, voorzag Steiner ook komeetwerkingen die mogelijk verband houdt met hernieuwde activiteiten van Sorat in 1998.(57)
Met dit begin van de veertiger jaren (1841) begint de zesde bazuinengel te blazen, en hij zal blazen, tot aan het einde van de 20e eeuw (1998) die gebeurtenissen optreden, waarvan ik gisteren (GA 346 16-9-1924) gesproken heb, waar de zevende bazuinengel begint te blazen. We bevinden ons dus al in het gebied der weeën. (57)
Satan (de naam Ahriman wordt hier bij uitzondering niet gebruikt, maar deze wordt wel bedoeld) wordt dan beschreven als een wezen dat de hele aarde van haar ontwikkelingsweg wil afbrengen:
De macht, beste vrienden, die bedoeld wordt bij de Val van Satan (59), wil nog iets heel anders. Die wil niet alleen maar de mensheid van haar ontwikkelingsweg afbrengen, maar de hele aarde. Deze macht is vanuit het aards-menselijke standpunt gezien een vreselijke Tegenmacht voor de Godheid. Maar ziet U, men kan hypothetisch - want alleen zo is het mogelijk, ik zou willen zeggen, zonder intellectueel en voornamelijk zonder spiritueel tot zonde te vervallen - het volgende zeggen. Wanneer men het niet vanuit het gezichtspunt van de menselijk-aardse ontwikkeling in ogenschouw neemt, wanneer men het vanuit andere, hogere gezichtspunten beschouwt - hoe moeten we dan in het heelal deze macht van Satan tegenover de andere geesten zien? Ja, ziet U, het is geen wonder, dat Michaël, die immers een ander standpunt heeft dan de mensen, heel anders over Satan denkt dan de mensen. De mensen blijven in het abstracte en denken, dat de Satan een boze macht is. Maar Satan is gelijktijdig een hoge macht, al is het ook voor de richtingen die voor de aarde in aanmerking komen een verdwaalde macht, maar het is een hoge macht. En Michaël, die de waardigheid van een aartsengel heeft, heeft niet de rang die Satan heeft. Die heeft namelijk de waardigheid van een Oerkracht, van een Archai. Michaël is “slechts” aartsengel. Vanuit het standpunt van Michaël is Satan eigenlijk niet een te verachten macht, maar een macht die zeer gevreesd moet worden, omdat voor Michaël deze macht, die tot de hiërarchie van de Archaï hoort, hoger in de hiërarchie staat dan hijzelf. Alleen volgt Michaël de richting, die in de zin ligt van de aarde-ontwikkeling. Michaël heeft lange tijd geleden al besloten, in die planetensferen te werken, die door het Zonnebe­staan zijn voorbestemd. Satan is de macht, die voortdurend in onze kosmos gevaarlijk op de loer ligt. Het heeft iets onheilspellends, dit loeren van de Satan. Men kan dat waarnemen, beste vrienden, op de momenten dat men een komeet door onze kosmos ziet schieten, die een heel andere baan heeft dan de planeten. (er wordt op het bord getekend ) Wanneer men het op de Copernicaanse manier tekent - het klopt astronomisch wel niet precies, maar dat doet er hier niet toe - : de Zon, Mercurius, Venus, Aarde, Mars, dat zijn de binnenste planeten, en de buitenste: Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus -, dan moet men zich voorstellen, dat kometen in relatie tot de volledig regelmatig planetenbanen heel onregelmatige banen hebben. De voorstelling, dat deze kometen lange ellipsen beschrijven, is onzin, maar daarop hoeven we nu niet verder in te gaan. In ieder geval stemmen de banen van de kometen, voor zover zij binnen onze planetarische kosmos liggen, helemaal niet overeen met de banen van de planeten. En daar ligt Satan op de loer, om iedere komeet die verschijnt, te onderscheppen en hem hen in de richting van zijn invloedssfeer te benutten, zodat hij de planeten uit hun baan kan halen en daarmee dus ook de aarde. Dat is werkelijk aan de hand in het heelal, dat de satanische machten voortdurend op de loer liggen, om het planetensysteem te veranderen. Daardoor zou echter dit planetensysteem, volgens wiens banen de mensen zich moeten bewegen, aan die goddelijk-geestelijke machten worden onttrokken en in heel andere wereldontwikkelings-richtingen gebracht worden. Dit plan wordt door Michaël als een vreselijke dwaling beschouwd, waarvan hij echter zou moeten zeggen: Ik zou het plan helemaal niet kunnen hebben hier iets aan te doen, omdat een dergelijke opdracht voor een wezen, dat in de hiërarchie van de aartsengelen staat, van begin af aan een uitzichtloze opgave zou zijn. - Alleen bij wezens die in de hiërarchie van de Archaï staan, kunnen de krachten toereikend zijn, om zoiets te volbrengen. Michaël, die binnen de planetenbanen vanuit de Zon werkt en die geworden is, wat men in het occultisme de aartsengel van de omlooptijden of een planetengeest noemt, heeft al lang besloten, in zijn werk bij deze omlooptijden te blijven. Het is een engel-besluit, bij deze omlooptijden te blijven. In een bepaald tijdperk gedurende de oude Atlantische ontwikkeling kon men in de Mysteriën waarnaar de goden toen nog neerdaalden, werkelijk waarnemen, hoe de legerscharen van de aartsengelen, dus de aartsengelen Oriphiël, Anael, Zachariël enz., toen het besluit hadden genomen, zich in de voorgeschreven planetenbanen te bewegen. Dat is inderdaad in een bepaalde tijd tot stand gekomen. De machtige scharen die onder leiding van Satan staan, hebben dit besluit tot nu toe niet genomen; zij streven er nu nog naar, iedere kometenbaan te gebruiken, om het hele planetensysteem tot een andere configuratie te brengen. Daarbij heeft men het te doen met een Tegenstander van Christus, die niet alleen de individuele mens wil corrumperen, ook niet alleen een groot aantal mensen tegelijk, een hele mensengemeenschap wil corrumperen, zoals het Dier en zijn valse profeet dat willen, maar wij hebben het bij Satan en zijn volgelingen te doen met pogingen, die de aarde in haar samenhang met het planetensysteem direct - als ik het zo mag uitdrukken - onderuit willen halen. (58).
(……)
In de natuurwetten zelf wordt iets onverklaarbaar. Dat zal de grootste en belangrijkste ervaring zijn, die de mensen in de toekomst zullen moeten opdoen, namelijk in te zien: In de natuurwetten zelf wordt iets onverklaarbaar, bepaalde verschijnselen verlopen niet meer volgens de natuurwetten. - Dat zal in hoge mate het geval worden, en het zal niet alleen maar een fout in de berekening zijn, dat een planeet niet op een plaats verschijnt waar hij eigenlijk zou moeten staan. De eerste pogingen van Satan om wanorde in het planetensysteem te brengen zullen lukken. Om daar iets tegenover te stellen zal de mensheid zelf een sterke spiritualiteit moeten ontwikkelen. Want alleen door de sterke spiritualiteit van de mensen zal gecompenseerd kunnen worden, wat er zo aan wanorde veroorzaakt wordt. (58)
Uit de aanwezige openbaringen kan over de kometen al zodanig gesproken worden, dat Satan in het heelal op de loer ligt en eraan werkt, om de kometenbanen te gebruiken en in de plaats van de kosmos (an die Stelle von
Kosmos) te zetten.(58)
Overal waar de schrijver van de Apocalyps over dieren spreekt, spreekt hij eigenlijk over de kracht en de werkzaamheid van kometen (01)
Aangezien deze uitspraken in 1924 gedaan zijn en we al aanbeland zijn in die genoemde toekomst kan men zich afvragen over welke komeet Steiner daar spreekt?
Ster van Bethlehem.
Wetenschappers hebben zich het hoofd gebroken over de ster van Bethlehem (61), die de drie wijzen uit het oosten de weg gewezen zou hebben naar Bethlehem. De uitkomst van hun onderzoek wijst uit, dat er geen fysiek hemellichaam geweest kan zijn in die tijd. Was dat wel het geval geweest, dan zouden er meer ooggetuigen hebben moeten zijn en Herodes zou de wijzen niet hebben hoeven te ontbieden. Als men al een sterachtig hemellichaam vanaf de aarde had willen volgen zodat men als gevolg van dat volgen in Bethlehem zou uitkomen, had deze zeer laag boven de aarde met een lage snelheid zich moeten voortbewegen. Volgens de geesteswetenschappelijke onderzoekingen van Rudolf Steiner, waren de drie wijzen gereincarneerde leerlingen van Zarathoestra en op helderziende wijze hadden ze waargenomen dat hun leermeester Zarathoestra (Zoroaster=ster) geboren zou worden. (62) Deze gereïncarneerde Zarathoestra wordt de Salomonische Jezus genoemd. Dus er was geen uiterlijk verschijning aan de hemel. Ook de herders in het veld zagen iets bovenzinnelijks wat andere mensen niet konden zien, zij zagen de aankondiging van de geboorte van de andere Jezus, die de Nathanische Jezus wordt genoemd. (62)
In het licht van bovenstaande en uit de opmerkingen van Steiner over Ahriman (Satan) die een komeet wil gebruiken om chaos in het zonnestelsel te veroorzaken kan men misschien ook verwachten dat als Ahriman naar zijn voorspelde incarnatie toeleeft (63), hij een soort imitatie zal willen opvoeren van de ster van Bethlehem, zoals deze de komst van Christus aankondigde.
In dit verband is het apart om te weten dat de hoofdpersoon in de “korte vertelling van de Antichrist” van Solowjow (64), o.a. het beroep kiest van ballistisch ingenieur. Ook de geniale Gregory Smith (63), die ooit president vanAmerika wil worden, wil het vak luchtvaartingenieur gaan kiezen.
Mocht er in de toekomst een komeet zoveel chaos dreigen aan te richten dat de aardbewoners in gevaar komen, dan zou dat gevaar natuurlijk door de geniale geïncarneerde Ahriman met al de macht die hij zich heeft verworven afgewend kunnen worden; hij zou de redder der mensheid kunnen worden en daarmee zou bijna iedereen aan zijn voeten liggen. Nu is dit natuurlijk zeer speculatief en ontsproten aan fantasie, maar deze mogelijkheid wilde toch even genoemd worden. (65)
Ook nog even aandacht voor de zwarte steen in de Kaäba (Hadjar al-Aswad), het islamitische heiligdom gewijd aan Allah (66) en zijn profeet Mohammed. Men zegt dat de steen, die nu vereerd wordt en in zilver is ingepakt uit de hemel is komen vallen, deze steen zou een meteoriet geweest zijn. Hemelverschijningen hebben in dit geval zowel een natuurlijke als een geestelijke betekenis. Er wordt ook gezegd dat de aartsengel Gabriel deze steen aan Abraham gegeven zou hebben.
                                                De zwarte meteoriet omgeven door zilver.
Eerste waargenomen botsing
De komeet Shoemaker-Levy 9 (kortweg SL9 met officiële benaming D/1993 F2) is een komeet waarvan tussen 16 en 22 juli 1994  21 fragmenten neerkwamen op de planeet Jupiter. Sommige van die delen hadden een diameter van 2 kilometer. (12)
De botsing tussen Jupiter en brokstukken van SL9 was de eerste botsing tussen twee hemellichamen die ooit rechtstreeks is waargenomen. De inslagen vonden weliswaar plaats aan de kant van Jupiter die van de aarde was afgewend, maar er zijn foto's vanuit de ruimte gemaakt. Bovendien draaide de inslagpositie met Jupiter mee in het zicht van de aarde, zodat het gevolg na enkele uren vanaf de aarde kon worden bekeken.
Het effect van de inslag van de komeet op de atmosfeer van Jupiter was spectaculair: vuurbollen zo groot als de aarde stegen op in de atmosfeer van de planeet. (12)
SL9 was een demonstratie van het ontstaan van kraterketens door een meervoudige inslag. In theorie wist men wel dat kometen, asteroïden en meteoren konden inslaan. De Arizona krater (27) en de explosie in Toengoeska (31) zijn al eerder genoemd. Maar de waarneming van de inslag van een komeet die in 21 stukken gebroken was op de planeet Jupiter en de enorme schade die dit op Jupiter aanrichtte, maakte het voor veel wetenschappers veel concreter. Het idee, dat dit ooit eens ook op de aarde zou kunnen gebeuren werd meteen een heel stuk reëler
Daarbij valt te denken aan de verwachtingen m.b.t. de komeet Biela, die ook een serieuze bedreiging vormde in 1933  volgens de berekeningen.Ook de uiteengevallen delen hadden dan nog de aarde kunnen raken.
                                               Hale-Bopp in 21 stukken uit elkaar gevallen.                   
                                                      Jupiter na en voor de inslagen.
Of dit al valt onder de door Steiner voorspelde wanorde die er in het zonnestelsel veroorzaakt zou worden is moeilijk te zeggen, mogelijk komen er toekomstige ontwikkelingen die dit alles nog in de schaduw zullen zetten. De tijd zal het leren.
Een toekomstvoorspelling van Steiner (1924):
De eerste pogingen van Satan om wanorde in het planetensysteem te brengen zullen lukken (02)
Het is in ieder geval zaak om toekomstig datgene wat de astronomie ons te melden heeft goed in de gaten te houden en daarbij ook de geesteswetenschappelijke verklaringen van Rudolf Steiner over kometen en meteoren mee te laten wegen.

Helderste komeet van deze eeuw komt eraan

Op de website van scientias wordt al geruime tijd opmerkzaam gemaakt op de komeet Ison.
Ze schrijven er op 26-09-2012 (25) het volgende over:
Te verwachten is dat er in de loop van 2013 wel meer informatie over beschikbaar zal komen.
Wetenschappers hebben een nieuwe komeet ontdekt: C/2012 S1. En we gaan ongetwijfeld nog veel van deze komeet zien: tussen eind november 2013 en januari 2014 bevindt deze zich zo dicht bij de aarde dat de komeet waarschijnlijk zelfs met het blote oog te zien is.
De komeet bevindt zich op dit moment (25) op iets meer dan 934 miljoen kilometer van de zon en werd door Russische onderzoekers ontdekt. Op dit moment is de komeet zo slecht zichtbaar dat dit object minder helder is dan de dwergplaneet Pluto.(67) Maar dat gaat het komende jaar veranderen.                                                                                                                                                        
Afstand Eind november 2013 wordt de afstand tussen de komeet en de zon aanzienlijk kleiner: zo’n 1,8 miljoen kilometer. In januari 2014 is de afstand tot de aarde ietsje groter, maar nog steeds vrij klein: zo’n 60 miljoen kilometer.
Helder Op basis van de waarnemingen denken de onderzoekers niet alleen de afstand van de komeet tot de zon, maar ook de helderheid van de komeet te kunnen voorspellen. En die voorspellingen liegen er niet om. De onderzoekers verwachten dat de komeet eind november een magnitude van zo’n -10 tot -13 heeft. Ter vergelijking: de volle maan heeft op een heldere avond een magnitude van -12,5. Als de komeet dus de voorspelde magnitude van -13 haalt, is deze helderder dan de volle maan! En het is al lang geleden dat er zo’n heldere komeet vanaf aarde te zien was. Sterker nog: het is de helderste komeet die we sinds het begin van de 21e eeuw hebben mogen verwelkomen. Maar: laten we nog even een slag om de arm houden. Onderzoekers benadrukken dat de magnitudes op dit moment nog indicatief zijn: meer waarnemingen moeten uitwijzen of de voorspellingen kloppen.
Samenvatting.
Natuurwetenschap en geesteswetenschap hebben veel te vertellen over kometen. In de Apocalyps komen volgens Steiner de inzichten bij elkaar.
In 1910 bracht Steiner de komeet Halley in verband met de komst van de etherische Christus in de jaren 30 van de 20e eeuw.
In 1924 vult Steiner aan dat er in 1933 een belangrijk gebeurtenis zal zijn als gevolg van de komeet Biela die eigenlijk dan de aarde in een botsing had moeten raken volgens de berekeningen, maar dat er in de hemelse strijd tussen Michael en Ahriman een ander resultaat is opgetreden; de komeet splitste in tweeën en dat is veroorzaakt door Michael met zijn zwaard van kosmisch ijzer. De brokstukken die als meteoorijzer neerregenen op de aarde dienen als versterking van het  -ik-. (54) dat op aarde ook de strijd moet aangaan met de daarop gevallen demonen. (38)
In 1933 stijgt het Apocalyptische dier op en de mensheid moet zich eerst met het dier uiteenzetten voordat de etherische Christus komen kan. (52.)
In de toekomst zal het Satan (Ahriman) gelukken om middels een komeet wanorde te stichten in het planetenstelsel. Of de inslag van Shoemaker-Levy in 1994 op Jupiter daar een voorbode van was is nog een onbeantwoorde vraag.
Met dank aan Anneke voor het correctiewerk. Mochten er ondanks dat toch nog zonden tegen de Nederlandse taal  begaan zijn, dan is dat geheel voor de verantwoordelijkheid van de auteur.
Verwijzingen en noten.
Als er onderstaand naar een boek van Rudolf Steiner verwezen wordt, gebeurt dat aldus:
GA177 14-10-1917, wat dan betekent: in de Gesamt Ausgabe van de Rudolf Steiner Verlag Dornach Schweiz, is dit nummer 177 en daaruit de voordracht van 14 oktober 1917.
Eventuele Nederlandse vertalingen zijn hier te vinden:
http://www.christofoor.nl/afbeeldingen/fondslijst.pdf onder Rudolf SteinerWerken en voordrachten
alle schuin geplaatste tekst in dit artikel is citaat, als in een citaat vette tekst of onderstreepte tekst staat, dan is dat door de auteur gedaan.
Oudere artikelen uit Apokalyps Nu!, van deze auteur waarnaar verwezen wordt, zijn ook op de volgende website (blog) te vinden: http://antropocalypse.blogspot.nl/
01 (GA 346, 20-09-1924)
02 (GA 346, 15-09-1924)
04. Apokalyps Nu! Herfst en winter 2012.
07. (onverwacht) meteoor  sloeg een krater van 6 meter http://updateantroposofyApocalyps.blogspot.nl/2013/02/asteroide-2012-da14.html in Rusland 14-02-2013
35. http://nl.wikipedia.org/wiki/Scattered_disk_object Scattered Disk  Objects (SDO's, Verstrooide-Schijfobjecten)
37. GA 110, 14-04-1909
38. Apo Nu! Oktober 2010
40. GA 118 Das Ereignis der Christus-Erscheinung in der ätherischen Welt
41. Apo NU! Januari 2010
42. GA 118,
43. GA 118, 18-4-1910 …….
44. GA 116, 9-3-1910 ….
45. GA 118, 5-3-1910
46. GA 118, 18-4-1910
47 APO Nu! Zomer 2012
48. GA 118, 05-05-1910 ook GA347
49. GA 346 zie ook noot 03
50. GA354, 20-9-1924
51. Dat zouden we nu een mega-tsunami noemen
52. Dit is een veel geciteerd stukje, de priesters die het voor het eerst hoorden, kregen daarmee een enorme verantwoordelijkheid, want velen van hen hebben daarna de gebeurtenissen vanaf 1933 kunnen meemaken. De inhoud van deze priesterapokalyps GA 346 is ook tot aan 1993 niet aan de openbaarheid prijs gegeven. Men achtte de inhoud niet geschikt voor het grotere publiek.
54. GA 229, 5-10-1923, Michael-imaginatie: http://anthrowiki.at/Michael-Imagination
55.  Steiner over: Kometen, Meteore (Duitstalige verwijzingen)
- GA95- 02-09-1906, Ansammlung von Kama 
- GA98- 29-04-1908, Substanz d.Planetensystems
- GA 116- 09-03-1910, Kometen.-Mond und Mann-Frau
- GA 116- 09-03-1910, Menschheitsentwicklung, Halleys Komet.
- GA 136- 01-.04-1912, schlechte Astralmaterie
- GA 136-11-04-1912, und alter Saturn
- GA 136-14-04-1912, und luzifer.Throne
- GA 202-10-12-1920, Bahn
- GA 231- 17-11-1923, Sonnensubstanz
- GA 266- 16-01-1908, Rest d. alten Mondes, Bahnen
- GA 318- 17-09-1924, und Chaos
- GA 323- 04-01-1921, Störung des Planetensystems
- GA 323- 08-01-1921, und Gravitation
- GA 323- 18-01-1921, ponderable und negative Materie
- GA 346- 15-09-1924, und Satan
- GA 346- 20-09-1924, Tiere d. Apokalypse
- GA 347- 30-09-1922, Nahrung d.Sonne
56. - De ontmoeting met het boze / De Grondsteen van het goede-  van Sergej O.Prokofieff en –de spirituele gebeurtenis van de 20e eeuw- van Jesaiah Ben Aharon.
57. GA 346, 17-09-1924
58. Citaten uit: http://antropocalypsearchief.blogspot.nl/1998/10/werkvertaling-voor-de-n.html , Werkvertaling voor de N.V.A.P. , oktober 1998 door J.van Loon, Elfde Voordracht uit GA 346, Apokalypse und Priesterwirken, Dornach, 15. september 1924
59. In de in noot 58 genoemde voordracht spreekt Steiner over de val van 3 verschillende tegenmachten. Hier is sprake van de val van Satan en deze naam wordt gebruikt omdat het aanknoopt aan de schrijver van de Apocalyps. Elders heeft Steiner uitgelegd dat het hier om Ahriman gaat.
60. In een artikel –wie was Steiner?- http://antropocalypse.blogspot.nl/2012/10/wie-was-rudolf-steiner.html een paar citaten over Pythagoras. Waarvan Steiner zegt dat deze in een latere incarnatie een der 3 wijzen was. GA 109, 31-05-1909
62. Hier is slechts aangeduid dat het bij het verhaal van de drie koningen (of wijzen of magiërs) om een andere Jezus gaat (Mattheus-Salomon) dan bij het verhaal over de herders. (Lukas-Nathan). Naast veel andere literatuur is het boek van Hella Krause-Zimmer, -Die zwei Jesusknaben in der bildenden Kunst- een ingang om zich in dit thema te verdiepen. Er is weliswaar ook een boek van Hans Stolp: Het geheim van de twee Jezuskinderen; het raadsel van de jeugd van Jezus ontsluiert (2010). Maar Stolp mixt in zijn lezingen en boeken en tijdschrift ook gegevens uit niet antroposofische bronnen. (bijv. Verwachting nr.66 mei 2013, blz. 12 de idee dat op Leonardos laatste avondmaal Maria Magdalena naast Christus zit en niet Johannes de Evangelist, daarin volgt hij Dan Brown, de bestsellerauteur van o.a. de Da Vinci Code).
63. Een drietal artikelen over de –triomf van Ahrimans incarnatie- in Apo Nu!  Zomer 2011-februari 2012 en zomer 2012.
64. Zie Apo Nu!, voorjaar en zomer 2011.
65. Als Steiner over Ahriman spreekt, heeft hij het enerzijds over zijn kosmische werkzaamheden, zoals bijv. I.v.m. komeetwerkingen, maar anderzijds ook zeer concreet over diens ophanden zijnde incarnatie (zie noot 63).
66. Steiner leidt het woord Allah af van Eloha, wat enkelvoud is van Elohim. In GA 300a wordt aangegeven hoe hij dit ziet in combinatie met Ahriman, Lucifer en de mohammedaanse cultuur.
67. Sinds september 2006 is Pluto geherclassificeerd en is sindsdien een planetoïde i.p.v. een dwergplaneet, http://nl.wikipedia.org/wiki/Pluto_(dwergplaneet)
68. Met de schrijver van de Apocalyps wordt volgens Steiner, de opgewekte Lazarus bedoeld. GA 8.
69. Dat de komeet in dit artikel aangeduid wordt met het woord “zij” heeft met deze karakterisering van komeet vrouwelijk en maan mannelijk te maken.
70. De komeetstaart wijst zoals men zou verwachtien niet in de tegengestelde richting van de bewegingsrichting, maar de staart wijst altijd van de zon af.
71. Toen in zeer oude tijden de veranderingen van de aarde noodzakelijk waren, hebben de krachten der goden de as van de aarde schuin geplaatst; in komende tijden zal de mensheid in staat zijn de aardas te draaien.
Bron: Rudolf Steiner – GA 264 – Zur Geschichte und aus den Inhalten der ersten Abteilung der Esoterischen Schule 1904 – 1914 (bladzijde 210-211)
72. Rudolf Steiner wees er met nadruk op dat wat hij  al in 1906 over de samenstelling van kometen had gezegd, nu in 1910 door de wetenschap bevestigd werd. GA 116, 9-3-1910.
http://youtu.be/DKFXcaR5UaM
http://www.noodweer.be/komeet-ison-ochtendhemel/




bron

terug naar inhoudsopgave

vrijdag 21 juni 2013

+ Zomerzonnewende - van Renée Zeylmans

Renée Zeylmans 
(de schrijfster Renée Zeylmans is  overleden 16 februari 2018 (Zeist). www.reneezeylmans.nl)



Zomerzonnewende
St.Jan. het Johannes feest niet een feestdag maar een feesttijd.

21 juni Zomerzonnewende, toppunt van wat de aarde in de omgang met het licht en de warmte van de zon ontwikkelen kan. Het grote in en uitademen van de aarde, dat zijn de jaargetijden.
Pas wanneer de langste dag is aangebroken begint de rijkdom van de zomer zich pas in volle pracht te ontvouwen in de dalende helft van het jaar. De klimmende zon doet groeien, maar de dalende zon doet rijpen.

Dat weerspiegelt ook ons leven als we bewust meeleven met het jaarverloop. De vreugde van het omhoogstijgen van de zon, het tot jubel worden van de groei en bloei van de natuur. Dan is de kunst het niet te “overstijgen” maar langzaam naar binnen keren, met de grote rijkdom die we mochten ontvangen.

Drie dagen later 24 juni is de geboortedag van Johannes de Doper.

Rudolf Steiner:

“Het zielewezen van de aarde heeft zich volledig in de kosmische ruimte uitgegoten,, zich volledig aan de kosmische ruimte overgegeven. Het zielewezen van de aarde wordt doordrenkt met de krachten van de zon, met de kracht van de sterren. Christus, die met dit zielewezen van de aarde verbonden is, verenigt Zijn kracht eveneens met de kracht van de zon en de kracht van de sterren, die in en aan het kosmische Al overgegeven zielewezen van de aarde stromen. Het is St.Jan, het is St.Janstijd. De aarde heeft volledig uitgeademd. Het uiterlijke aangezicht van de aarde waarmee zij de kosmos inkijkt toont niet haar eigen kracht, zoals zij die midden in de winter wel in zich toonde. Het aardoppervlak toont nu de terugstralende kracht van de sterren en de zon, van alles wat kosmisch buiten haar is.

(GA.223 31 maart 1923. Der Jahreskreislauf als Atmungsvorgang der Erde und die vier grosen Festeszeiten)

Met Hemelvaart ontplooit de bloesem zich. De voorjaarszon lokt de ziel van de aarde omhoog en zo komt deze te voorschijn uit de diepten van de aarde, waarin zij zich in de winter had teruggetrokken.

Het was, als had de aarde de hemel stil gekust, die, stralende in bloesempracht, nu van hem dromen moest.

“Christus werd de Heer der hemelkrachten op aarde”

Emil Bock: In het bloeien bereikt de hemelvaart van de aardeziel haar doel. De hemel waarnaar zij omhoog streeft, is immers geen kleurloze ”andere wereld”. Het is de bovenzinnelijke sfeer, die heel ons aardse bestaan draagt en doordringt en toch alleen daar nabij is waar omhoogstrevende krachten heersen, die de ban doorbreken van het gebonden zijn aan deze wereld”

Ieder voorjaar brengt onze aarde dergelijke omhoogstrevende krachten voort, wordt dan de natuur niet in duizenden prachtige gelijkenissen zichtbaar?
Maar kort daarop dwarrelt de bloesem weer op de aarde neer.
“De hemel heeft de aarde stil gekust”.

Welke zekerheid hebben we  dat we de bloesem volgend jaar weer zullen zien? Of de herfst, rijk aan kleuren en de bomen die, vol vertrouwen in de wederopstanding, het afsterven tegemoet gaan. Wat we innerlijk tot beeld maken nemen we mee naar de geestelijke wereld. Het doodshemd heeft geen zakken voor materieel bezit, maar wel voor innerlijke rijkdom.
Mijn overburen aan de overkant van mijn huis, hadden een prachtige bloesemboom. Toen hij weer bloeide, stond ik er naar te kijken en vroeg mij af, “heb ik je werkelijk ieder jaar gezien”? Beleef ik echt je schoonheid als een ieder jaar wederkerend geschenk?  Voor mijn gevoel keek ik nu, met schaamte, werkelijk niet alleen met mijn ogen, maar met hart en ziel. Nu na jaren ben ik zo dankbaar voor dat bewustzijn moment, want een paar dagen later, restte een lege plek, hij was verdwenen, omgehakt.
“Liefde op het laatste gezicht”

Er is een oud gezegde dat luidt: “Met St Jan draait het blad zich om”
Na deze dag gaat de natuur zich langzaam veranderen. Op talloze plaatsten in Europa wordt nog steeds op 21 juni St.Jansvuren ontstoken. Dit gebruik stamt uit voorchristelijke tijden. Men kende aan het vuur een reinigde werking toe en ook de boze geesten konden er door worden verjaagd.
 We hebben nu, op 21/24 juni Pinksteren, Hemelvaart en Pasen doorleefd. Het één kan niet zonder het andere, verleden – heden – toekomst. Leven in en met de kringloop van het jaar. Zoals ook de hemel en aarde zich in elkaar weven. Zo moeten we weer in harmonie komen met de schepping, wij zijn daar immers een deel van!
Met Pasen tot Hemelvaart jubelen en dansen de natuurwezen van blijdschap. Krijgen de apostelen en leerlingen van Christus 40 dagen onderricht over de geheimen van het Rijk Gods. De natuur kan niet juichen over een historisch feit, zij wacht op een kracht, die vanuit een directe aanwezigheid werkt.
Christus, de heer der elementen.

Emil Bock: Allereerst moet Christus zijn intocht gedaan hebben in de vrijgolvende levensstroom van de mens. Pas de paasjubel van de mens, in wie de Herrezene woning neemt, maakt van het juichen van de natuur, dat op zich niet meer is dan een profetisch hopen, een werkelijke vervulling.

“In blijheid juicht de sfeer der aardelucht”

Ja, en dan wordt Johannes de Doper geboren op 24 juni.
Emil Bock brengt het onder woorden:
Hij was niet alleen door zijn geboorte, maar door heel zijn wezen de mens van de zomerzonnewende, de personificatie van de bovenmenselijke – kosmische geestvervoering. Zijn vlammende ziel laaide tot ver boven de landen op naar de hoogten van de zon, toen juist de Christus die hoogten verliet en zich opmaakte om met de mensen de aarde weg te gaan. Johannes mocht de Zonnegeest vanuit de hoogten naar de diepten geleiden toen hij aan Jezus van Nazareth de doop voltrok”.

Marcus 1:7-8
“Johannes spreekt tot velen die tot hem kwamen: “Na mij komt die machtiger is dan ik. Ik heb u gedoopt met water, Hij zal U dopen met Heilige Geest”

Het feit dat hij de grote overgang en ommekeer in het geestelijk heelal begreep en zich daar op onzelfzuchtige wijze in schikte, maakte dat hij het woord van de zonnewende sprak:

“Hij moet groeien, ik moet afnemen”.

Johannes de Doper is de eerste die de mysterie waarheid omtrent de komende Christus zeer goed kent. Wat wordt er over Johannes gezegd in het Proloog van het Johannes evangelie?

(…) Er is een mens geworden van God gezonden,
zijn naam is Johannes
deze kwam tot getuigenis
om van het licht te getuigen
opdat allen zouden geloven door hem.
Hij was niet het licht, maar om te getuigen van het licht.
Want het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht
wilde in de wereld komen.

Hoe noemt Johannes de Doper zichzelf? Ik ga nu verder met de woorden van Rudolf Steiner, uit het Evangelie naar Johannes. GA. 103
“Hij sprak: “Ik ben de stem van een roepende in de eenzaamheid´.
Dat  zijn de woorden die er staan. “in de eenzaamheid”. In de eenzaamheid staat daar woordelijk: en tèj erèmooi. De Griekse woorden erèmia en erèmos betekenden in de oudheid ‘verlatenheid’en ‘eenzaamheid´, vandaar de nieuwtestamentische betekenis ‘woestijn’.  Nu zult u begrijpen dat het zuiverder is om te zeggen: “ik ben de stem van een roepende in de eenzaamheid”dan: “Ik ben een roepende in de woestijn”.
Waarom noemde hij zichzelf, “ de stem van een roepende in de eenzaamheid”?
De eigenlijke opdracht van de aarde is: de ontwikkeling van de liefde: dat die liefde slechts denkbaar is, als ze als vrijwillige gave door zelfbewuste mensen geschonken wordt en dat de mens zich geleidelijk aan zijn Ik verovert. Dat ik dringt langzaam en geleidelijk in de mens. De mens is,  evenals de dieren, met een groeps ik begonnen, een Ik dus, dat hij met een hele groep andere mensen gemeen had. Een familielid wiens bloed om zo te zeggen, door geslachten heen stroomde, behield gedurende eeuwen de herinnering levendig in zijn geslacht met gelijk bloed, een kleinkind of een lid van de stam voelde de daden en gedachten van zijn voorvaderen als zijn eigene. Dit herinneringsvermogen strekte zich over vele generaties uit.”

(…) “Om de mensen zich zeker en vast in hun Ik te doen voelen, daarvoor kwam Christus. Zo moeten we ook de woorden opvatten, die zo gemakkelijk misverstaan kunnen worden, nl.: “Wie niet vrouw en kind, vader en moeder, broeder en zuster verloochent, kan niet mijn leerling zijn”!( lucas 14:26) We moeten dit niet zo triviaal opvatten dat iemand de opdracht krijgt om bij zijn familie weg te lopen, maar er wordt bedoeld: “Gij moet nu gaan beseffen, dat ieder van u een eigen Ik bezit en dat dit aparte Ik één is met de geestelijke Vader, die de hele wereld doorstroomt.
Zo moet het Johannes Evangelie ons duidelijk maken dat Christus degene is, die aan de mens die belangrijke impuls geeft, die hij nodig heeft om zich voor eeuwig in zijn eigen Ik gegrondvest te voelen. Dat is de overgang van het oude verbond naar het nieuwe: het oude verbond had nog iets van een groepsziel-karakter waarbij elk ik zich verbonden voelde met alle andere Ikken; men voelde zich nog in zijn eigen ik, nog in dat van de anderen verankerd, maar het Volks- of stam-ik voelde men wel.
Een ik-alleen zou zich eenzaam voelen en wie vóór Christus leefde zou moeten zeggen: “Ik ben een Ik dat zich losgemaakt heeft en zich eenzaam voelt. En juist omdat ik geleerd heb me eenzaam te voelen, voel ik me als een profeet, die door zijn eenzaamheid het juiste geestesvoedsel ontvangt”.
Daarom moest de verkondiger van het zelfstandige Ik zich voelen als een roepende in de eenzaamheid, d.w.z. hij voelde zich als een vereenzaamd, door de groepsziel verlaten Ik, dat roept om datgene, waardoor het aparte Ik gevoed kan worden.
“Ik ben de de stem van een roepende in de eenzaamheid”. We horen daaruit weer de diepe waarheid: ieder menselijk ik staat op zichzelf; ik ben de stem van een ik, dat zich losgemaakt
heeft en dat een ondergrond zoekt, waarop het als alleenstaand Ik kan staan. Nu kunnen we de zin begrijpen: “Ik ben de stem van een roepende in de eenzaamheid”.

(…) “Johannes de Doper noemde zichzelf – en dat is de letterlijke betekenis -: de voorloper, voorganger, degene die vooraangaat bij de verkondiging van het ik. Johannes beschreef zichzelf als degene, die wist, dat het Ik in ieder mens zelfstandig moest worden, maar die slechts te getuigen had over Degene, die zou komen om dit te bewerkstelligen. Hij zei duidelijk: “Hij die zal komen is het “Ik Ben”, dat eeuwig is, dat werkelijk van zichzelf kan zeggen: voordat Abraham er was, was het “Ik ben”er. Johannes kon zeggen: “het ik, waarvan hier sprake is, bestond al voor mij; het is, hoewel ik er de voorganger van ben, toch mijn voorganger; ik getuig van datgene, wat tevoren al in elk mens aanwezig was; na mij zal Diegene komen. Die er vóór mij al was.”

“Want uit Zijn volheid hebben wij allen genomen ja, genade op genade”

(…)“De mensen moeten zich nu steeds meer vrij maken van de groepsliefde en de liefde als vrije gave van het Ik kunen schenken. Aan het eind van de aarde-ontwikkeling zullen de mensen zover zijn dat het zelfstandig geworden Ik in zijn binnenste met volle overgave de impuls zal hebben, het juiste en het goede te doen. Omdat het Ik deze aandrang heeft, dóet het het juiste, dóet het het goede. Als de liefde zo vergeestelijkt is, dat niemand iets anders zal wensen dan deze drang te volgen,  dan is vervuld wat Christus Jezus in de wereld wil brengen. Want dat is één van de geheimen van het Christendom, dat het leért: “Ziet naar Christus, vervult Uzelf met de kracht van Zijn Wezen, tracht te worden als Hij, volgt Hem na; dan wordt Uw bevrijde Ik zo, dat het geen voorschrift meer nodig heeft, dat het als een geheel vrij wezen het goede, het juiste doet”.

Christus is dus degene, die de impuls brengt van vrijheid vrij van dwang en regel; het goede wordt dan niet meer verricht omwille van de voorschriften, maar door de innerlijk levende liefde.

Van Rudolf Steiner mogen we vernemen over de eenheid van Elias (861-884) v.chr.) en Johannes de Doper die later wederom geïncarneerd is in de schilder Rafaël , geboren op 6 april 1483 en sterft ook op 6 april, op goede vrijdag in het jaar 1520. Zijn laatste onvoltooide werk, de verheerlijking van Christus op de berg Tabor hangt boven zijn bed als hij thuis ligt opgebaard. Dan incarneert hij wederom in de dichter Novalis, geboren op 2 mei 1772 in Oberwiedstedt en sterft op 25 maart 1801.
 
Volgens Rudolf Steiner die voortdurend over Novalis spreekt en schrijft, tot en met de allerlaatste voordracht die hij ooit heeft gehouden, wijst Novalis vooruit naar een nieuw tijdperk, dat een michaëlisch karakter zal dragen. Hij is de voorbode van en een wegwijzer naar een nieuwe geestbeleving in het gebied van het leven, van water, van planten, van het etherische. Hij kan Christus in de etherwereld helpen beleefbaar te maken voor mensen van nu.  Volgens Sergej Prokofieff in zijn boek over Novalis (“Eeuwige individualiteit”) is Novalis een voorbode van het zesde cultuurtijdperk, wat zich met name in Rusland zal gaan afspelen. ( Johannes de Doper en de evangelist. Loek Dullaart)

Johannes was in de voorchristelijke tijd de laatste profeet, die voorbereidend werkte voor de komst van Christus.
In Matheüs 11:13-14 spreekt Jezus tot het volk over Johannes:
“Want alle profeten hebben voorbereidend gewerkt tot Johannes toe. En – indien gij het wilt aannemen _ hij is Elia wiens komst men verwacht”.

Matthëus 11:9-10 spreekt Jezus over Johannes:
“Ja ik zeg u:”Hij is een die meer is dan een profeet! Hij is het van wie de schrift zegt:
Zie ik zend mijn engel voor Uw aangezicht uit, Hij zal de weg voor u banen”..

Als men de cultus van de Christengemeenschap bijwoont, dan ervaart men de kringloop van het jaar in de epistels door Rudolf Steiner gegeven. Diep aangrijpend als men hier van kennis mag nemen in het leven, en de kracht die het ons schenkt. Ik spreek nu uit eigen ervaring, wat natuurlijk voor ieder individueel is.
Het Sint-Jans-epistel was het laatste dat Rudolf Steiner in 1924 bij de Stichting van de Christengemeenschap heeft gegeven. Een epistel in zijn geheel weergeven is niet op zijn plaats. Maar ik wil wel proberen, over dat wat over  Johannes de Doper wordt gezegd, in het kader van dit jaargetijden waar we over spreken, enigszins summier weer te geven.

…(…) In dit geheel treedt nu in de vierde, de middelste strofe van het epistel de gestalte van Johannes de Doper op. Ook hier hebben we iets verrassend: zijn naam wordt genoemd maar zo dat de eerste drie klinkers van deze naam op een bijzondere manier worden geaccentueerd.
“I – O – A – nes” luidt deze naam in het Sint-Jansepistel, waarbij de drie klinkers op bijzondere wijze  worden geïntoneerd.
Wat betekent dat? Het wijst ons op het bijzondere, buitengewone wezen van de Doper dat op eminente wijze met de kosmos en het werken van de Vadergod is verbonden. De klinkers hangen volledig met de planeetkrachten van de kosmos samen, en iets daarvan wordt voor een moment als het ware present wanneer de naam zo op de juiste manier wordt geïntoneerd. En tegelijkertijd wordt er iets ongebruikelijks over Johannes gezegd: dat hij in de sfeer van zijn lichaam in staat is om iets van het wezen van de Vadergod deemoedig te dragen. In het evangelie wordt over hem als de “engel van de Heer”gesproken en op Russische iconen wordt hij vaak met geweldige vleugels afgebeeld – een beeld dat ook op de kosmische dimensie van zijn wezen wijst.  In hem verschijnt op aarde een mens die meer is dan een mens:“de grootste onder degenen die uit vrouwen geboren zijn”staat er ook in het
Evangelie. En Christus zelf noemt hem de gereïncarneerde Elia, die met kosmische volmacht onder het Joodse volk optrad..
De klingende vocalen van zijn naam en de betrekking tot de Vadergod in de sfeer van zijn lichaam duiden op de geweldige uitstraling van het wezen van deze mens als de wegbereider van Christus. Hij bereidt de weg van Christus voor, doordat hij Hem niet alleen doopt maar doordat hij vooral door zijn verkondiging, door zijn heildragende schuldbewuste vlammenwoord de zielen van de mensen op de verschijning van Christus voorbereidt. Hier treedt het beeld van de vlam dat we met Pinksteren zagen , vernieuwd in gewijzigde betekenis op, nu niet alleen met het oog op de kennis gevende, maar meer met betrekking tot de reinigende kracht, die immers  ook met de vlam is verbonden.

Uit: Over de epistels in de mensenwijdingsdienst. Hans-Werner Schroeder . uitg. Kamerling.
In de voordracht van 22-4-1924 GA. 233 in Dornach. Die Weltgeschichte in anthroposophischer Beleuchtung. Spreekt Rudolf Steiner over de belangrijke rol die de klankreeks I-A-O in de mysterieën van Efeze heeft gespeeld. Dit kan ik nu niet weergeven.

Niet lang na de doop in de Jordaan, waar Christus intreedt in het voorbereide lichaam van Jezus van Nazareth, wordt Johannes de Doper op 29 augustus onthoofd, zo zegt de overlevering. Zijn hoofd wordt op huiveringwekkende wijze op een schotel binnengedragen in de zaal waar Herodes zijn feest viert. (Koning Herodes Antipas, de zoon van Herodes de Grote van de kindermoord in Bethlehem.)
Zijn fysieke taak als aarde mens was in feite volbracht.
Na zijn dood overstraalt hij de kring van de twaalf apostelen, die uitgezonden worden door het land en over het volk Israël. Johannes de Doper wordt direct na zijn sterven de groepsgeest van de twaalf apostelen,vanuit de geestelijke wereld

Leven met het jaarverloop
Wie deze loop van het jaar kan meebeleven, die voelt zijn hele leven in grote mate verrijkt.

Friedrich Rittelmeyer vraag aan Rudolf Steiner hoe men zich op het ervaren van Christus’wederkomst zou kunnen voorbereiden. Rudolf Steiner zei tot hem: Dat is pas mogelijk, wanneer men Christus in het jaarverloop beleeft”.
Vervolgens in GA 130 op 28 september 1911:
Eerst moet de mens weer tot de geestelijke aanblik van de natuur komen”.

Laten we ons nu richtten op een voordracht van Steiner: “De Michaëlimaginatie Geestelijke wegwijzer in de loop van het jaar”. GA 229
“Laten wij ons herinneren dat de loop van het jaar door lente, zomer, herfst en winter in zijn wetmatigheid een geestelijke inhoud heeft. Dat een geestelijk, bovenzinnelijk gebeuren zich openbaart in dat wat er in de loop van het jaar plaats vindt. Zoals de bovenzinnelijke ziel en geest van de mens zich openbaren in dat wat er in zijn lichamelijke leven gebeurt tussen geboorte en dood. Laten wij er aan denken dat in hetgeen uiterlijk verschijnt in de loop van het jaar, in de sneeuw ’s winters, in het uitbottende, groeiende leven van de lente, in het bloeiende leven ’s zomers, in het rijpende, vrucht dragende levende tijdens de herfst, dat in al datgene wat voor de mens zo fysiek onthuld wordt, iets geestelijks verborgen is, iets geestelijks de drager er van is. Laten wij onze blik eerst eens richten op wat er in de loop van het jaar gebeurt, zo van de lente tot de zomer en de herfst.
In alles wat op aarde is, in steen en plant, in alle wezens leven geestelijke wezens; niet alleen maar een algemene vage geest, maar afzonderlijke geestelijke wezens, natuurgeesten. Deze natuurgeesten verbergen zich gedurende de winter in de schoot der aarde; zij zijn dan zogezegd ingeademd door de aarde. Als de lente komt, ademt de aarde in zekere zin haar geest weer uit, deze natuurgeesten streven dan naar boven. Zij streven met de krachten van het uitbottende, spruitende leven mee naar boven, zij streven mee met het leven dat zich aankondigt in de met licht doorglansde en door zon verwarmde lucht, zij stromen mee naar boven. En wordt het dan Johannestijd, midzomertijd, dan vinden wij ze daar boven, hoog in de hemel, als wij er naar kijken. Het beeld dat daar juist geopenbaard wordt, in de wolken, maar ook machtig in bliksem en donder.
Dat is het wat gedurende de winter als natuurgeesten in de schoot der aarde leefde. Wij moeten in de winter onze blik op de aarde richten en moeten vermoeden of innerlijk zien hoe, onder de sneeuwlaag verborgen, de natuurgeesten werken opdat het na de winter weer lente en zomer worden kan.”

“Richten wij gedurende de zomer onze blik op de aarde, dan is de aarde in zekere zin verarmd zonder deze natuurgeesten. Maar die zijn de wereld ingetrokken. Zij hebben zich verbonden met de wolken en met alles wat het menselijk oog daar zo hoog maar zien kan. Maar ze hebben héél fijn verdund mee genomen datgene, wat zich grof en uiterlijk levenloos openbaart in de zwavel, in de zogenaamde sulfur.Eigenlijk werken en leven deze natuurgeesten in midzomertijd, doordat zij in wolkenformaties en dergelijke mee deinen en zweven, bij voorkeur in de sulfur, in de zwavel, die in hele fijne deeltjes juist tijdens de zomer hoog boven de aarde voorhanden is”.

“Zo is in de mens al het fysiek-etherische door innerlijk zwavelzuur, om deze uitdrukking van Jakob Böhme te gebruiken, doorgloeid in de zomertijd
Dit sulfurproces, dat zich in de mensenlichamen in de midzomertijd afspeelt, betekent, al is het ook zacht en onwaarneembaar voor de mens zelf, iets geweldigs voor de evolutie van de  kosmos.
Er gebeurt in de in de kosmos veel, als in de zomer de mensen innerlijk sulferachtig licht geven. Niet alleen de glimwormpjes worden voor het fysieke oog van de mens in Johannestijd lichtgevend. Vanaf de andere planeten bekeken, wordt het innerlijk van de mens voor het etherische oog van andere planetaire wezens in Johannestijd lichtgevend, een lichtwezen. Dat is het sulfurproces. De mensen beginnen in de midzomertijd voor de andere planetaire wezens zo lichtgevend te gloeien in de wereldruimte, als de glimwormpjes op de wei op Johannes-dag
in hun licht gloeien”

(…) “Dat wat van majestueuze schoonheid is, dat schept tegelijkertijd de gelegenheid, dat de Ahrimanische macht de mens benaderen kan. Want aan deze sulferiserende stoffen in de mens is de ahrimanische macht zeer verwant. En men ziet enerzijds, hoe de mens in het Johanneslicht tot in de kosmos gloeit, maar anderzijds hoe de draakachtige slangenfiguren
van Ahriman er tussen door kronkelen, tussen deze in de kosmos lichtgevende mensen en hen trachten te verstrikken en te omstrengelen, trachten hen omlaag te trekken in het dromerige, slaperige, in het onderbewuste. . Zodat de mensen door dit zinsbedrogspel, dat Ahriman met hen speelt, werelddromers moeten worden, zodat zij door deze werelddromerigheid een buit van de ahrimanische machten kunnen worden. Dat alles heeft ook in de kosmos een betekenis
Als juist in de midzomertijd uit een zeker sterrenbeeld de meteoorstenen omlaag vallen in de machtige meteoorzwermen, als het kosmisch ijzer op de aarde valt, dan bevat dit kosmische meteoorijzer , waarin zo’n sterke, genezende kracht is, het wapen van de goden tegen Ahriman, die de lichtgevende mensen als een draak omstrengelen wil. En de kracht, die op aarde valt in de meteoorstenen, in het meteoorijzer, dat is de wereldkracht, waarmee de hogere goden de ahrimanische machten trachten te overwinnen, als de herfst nadert”.

(…) “En als de mens op de goede manier antroposofie opneemt, antroposofie niet leest als een sensatieroman, maar zo leest, dat hetgeen hem in de in de antroposofie meegedeeld wordt, inhoud van zijn gemoed wordt, dan brengt hij langzamerhand zijn hart en ziel tot het mee beleven van dat, wat zich daar buiten in de loop van ’t jaar afspeelt”.

(…)”Maar dan is men ook, als de lente over de wereld gaat en de zomer daarna komt, met hart en ziel erbij, als het leven ontluikt, als de elementaargeesten buiten rond zweven en vliegen in de banen, die hen door de gang van de planeten worden opgedragen. Dan leeft men zich gedurende de midzomertijd uit in een kosmisch leven, dat weliswaar het directe innerlijke leven van de mens wat vermindert, maar dat daarbij de mens naar buiten brengt in zijn eigen leven, in een kosmische roes, dat hem in midzomertijd de planetaire gebeurtenissen laat mee beleven”.

(…) “Maar eigenlijk verdienen wij alleen mee te beleven het vrucht dragende, groeiende, optspruitende en ontkiemende als wij ook kunnen mee beleven, als de zomer ten einde loopt en de herfst nadert, het trager wordende, stervende, vallende en verwelkende leven, dat met de herfst begint. En als wij in een kosmische roes midden in de zomer omhoog gaan met de elementaarwezens in de luchtstreek, waar het planetaire werken zich buiten en dan ook in onze ziel ontplooit, dan moeten we eigenlijk ook afdalen onder de vorst en de sneeuwlaag van de winter tot de geheimen in de schoot der aarde, midden in de winter. En wij moeten het stervende en verwelkende van de natuur meemaken, als de herfst begint. Maar dan zou de mens, als hij alleen dit verwelkende mee beleven zou, zoals hij het groeiende, ontspruitende mee beleeft, in zekere zin innerlijk ook alleen maar mee kunnen sterven. Want juist als men gevoelig wordt voor dat wat geheimzinnig in de natuur werkt en daardoor actief mee beleeft het ontspruitende, vruchtdragende en ontkiemende, dan beleeft men ook levendig mee wat zich in de buitenwereld voltrekt, als de herfst begint. Maar het zou troosteloos voor de mens zijn, als hij dit alleen in de natuurvorm zou kunnen mee beleven, als hij alleen een natuurbewustzijn zou krijgen over de herfst- en wintergeheimen, zoals hij vanzelfsprekend een natuurbewustzijn krijgt over de lente- en zomergeheimen. Maar als de herfst- en wintergebeurtenissen aan de beurt komen, als de Michaëlstijd komt, dan moet de mens wel in zijn gevoel mee beleven het verwelkende, stervende, verlammende en dodende, maar hij moet zich niet zoals in de zomer, overgeven aan het natuurbewustzijn. Hij moet zich integendeel juist aan het zelfbewustzijn overgeven. Hij moet in de tijd, waarin de uiterlijke natuur sterft, de kracht van het zelfbewustzijn tegen het natuur- bewustzijn inzetten”.

Dan staat de Michaëlfiguur weer voor ons.

Tot slot wil ik nog het belang noemen van de Antroposofische Zielenkalender: 1912/13. Het betreft hier een ‘kalender’ die aan de hand van 52 spreuken door de weken van het jaar voert. En wel zo dat de mens door de stemmingen van de jaargetijden van week tot week en door de indrukken van het verloop van het jaar een beeld van zijn eigen ziele –activiteit voelend kan beleven.
Rudolf Steiner schreef in het voorwoord bij de eerste druk 1912/13

“Wat de wereld buiten ons in het tijdsverloop openbaart, spiegelt zich in de menselijke ziel in een pendelslag, die zich niet in het element van de tijd afspeelt. De mens kan namelijk een overeenkomst voelen tussen dat deel van zijn wezen dat zich overgeeft aan de zintuigen en hun waarnemingen, en de van licht en warmte doortrokken zomer. Het gegrondvest-zijn in zich zelf en het leven in de eigen gedachten- en wilswereld kan hij daarentegen beleven als een winter-bestaan. Zomer en winter, die in de natuur elkaar in de tijd afwisselen, verschijnen zo bij de mens als het ritme van beleven buiten de ziel en in de ziel. Wij kunnen echter een begrip krijgen voor grote geheimen van het leven, wanneer wij ons tijdloze ritme van waarnemen en denken in relatie brengen met het overeenkomstige tijdsritme in de natuur. Op deze wijze wordt het jaarverloop een oerbeeld van de menselijke ziele-activiteit en daarmee een vruchtbare bron van ware zelfkennis
In de hier volgende ‘jaarkalender voor de ziel’wordt de menselijke geest in de situatie geplaatste, waarin hij door de stemmingen van de jaargetijden van week tot week en door de
indrukken van het verloop van het jaar een beeld van zijn eigen ziele-activiteit voelend kan beleven. Bedoeld is een vorm van zelfkennis, die zich in het voelen afspeelt. Door deze zelfkennis in het voelen wordt de kringloop van het zieleleven – die op zich tijdloos is – met behulp van de karakteristieke weekspreuken aan een tijdsproces beleefbaar.
Zij zal bemerken dat zulke krachten in haar gewekt moeten worden, door dat ze deel heeft  aan de zin van ’s werelds loop, zoals die zich in de opeenvolging van de jaargetijden afspeelt. Pas dan zal een besef ontstaan van de tere, maar belangrijke verbindingsdraden, die er bestaan tussen de menselijke ziel en de wereld waarin zij door de geboorte is opgenomen.
(…) Alles wat voor de ziel bestemd is neemt een individuele kleur aan. Juist daarom zal echter ook elke ziel haar eigen weg vinden in relatie tot de individueel beschreven weg van een ander. Het zou gemakkelijk zijn, te zeggen: zoals hier beschreven wordt moet een ieder mediteren die een stuk zelfkennis wil verwerven. Dit wordt niet gezegd, omdat de mens zich niet kleingeestig naar een of andere ‘weg tot kennis’moet voegen, maar zich door een gegeven weg kan laten inspireren, als hij een eigen weg wil gaan’.

9-15 juni
In hoge zomerverten
verheft zich ’t stralend wezen van de zon;
het neemt mijn menselijk voelen
met zich mee in ruimtewijdten.
Vermoedend komt een stil gevoel
in mij tot leven zeggend,
eens zul je gaan beseffen:
Een goddelijk wezen heeft je nu gevoeld.

16-23 juni
In deze zomer-zonnegloed
is het aan jou het wijze woord te horen:
in overgave aan wereldschoonheid
in eigen voelen te doorleven:
het mensen-ik kan zich verliezen
en ook hervinden in het wereld-ik.

24  juni (tot 29e) St.Jan-stemming
De glans van wereldschoonheid
dwingt mij uit diepten van mijn ziel
mijn goddelijke levenskrachten
te ontvouwen voor een wijde vlucht;
mijzelf te verlaten
om vol vertrouwen mijzelf te zoeken
in wereldlicht en wereldruimte.
Mijmering:
Ik ben nog wat aan het mijmeren over de woorden van Rudolf Steiner: “Johannes de Doper heeft tot de mensen gezegd: “Verander Uw zielegesteldheid want het rijk der hemelen is nabij gekomen, d.w.z. het is het “ik” nabijgekomen. Vroeger was dit rijk buiten de mens, nu moet de mens in zijn eigen wezen, in het ik, het nabij gekomen rijk der hemelen opnemen”.

Het is nu April dat ik bezig ben mijn tuin voor te bereiden opdat het zaad kan ontkiemen, de planten en struiken tot bloei kunnen komen. Hebben we ons ook niet zo voorbereid in de geestelijke wereld op onze komende geboorte op aarde!
Van Steiner mogen we weten dat de zielen die vanuit het vooraardse leven in het aardse leven treden,  zich voorbereiden op de incarnatie van het komende jaar, in het maangebied  bijeenkomen, van eind december tot aan het begin van de lente, wanneer Gabriël boven als kosmische aartsengel weeft en beneden aan de kant van de mensen Uriël, die de kosmische krachten in het menselijk hoofd binnenbrengt. Tijdens die drie maanden komen de zielen die gedurende het hele jaar inkarneren, ieder jaar vanuit de kosmos omlaag naar de aarde. Dan blijven ze wachten tot zich voor hun in de planetaire-aarde sfeer de gelegenheid voordoet, ook de zielen die pas aan het eind van het jaar geboren worden, hebben al in de sfeer van de aarde op hun geboorte gewacht. In wezen hangt er veel van af of een ziel – nadat ze in de aardesfeer binnengekomen is er al mee in aanraking is gekomen – nog binnen de aardesfeer op haar aardse incarnatie moet wachten. Bij de ene ziel duurt dat langer, bij de ander korter (uit Het beleven van het jaar GA.229)
        
We komen dus bewust op aarde en weten welke onze ontwikkelings mogelijkheden er zijn.  Maar zoals er een volledige samenwerking is met de geestelijke wezens vóór de geboorte, is het dan ook niet van onsterfelijk belang dat wij ons dat weer gaan herinneren, in samenwerking met de geestelijke wereld?
De natuur en de natuurwezens kunnen ook alleen tot zijn recht komen door deze samenwerking, waar wij mensen helaas vaak de grootste stoorzenders in zijn.
 Verlangt onze tuin en onze blik die wij naar buiten richten niet om liefdevolle aandacht? Ze willen gezien worden! Zou het niet zo zijn dat vanuit onze vingers, onze liefdevolle blik. geleid door innerlijke bewogenheid, groeikracht stroomt?
Door het schrijven over de jaarfeesten is het weer dieper tot mij doorgedrongen, hoe alles in feite één geheel is, het een niet zonder het andere kan. Dat alles in ons leven zijn schaduw vooruit werpt. Wat we vaak pas achteraf zien, maar dat het nooit hetzelfde is, dat alles in beweging is.
Als we oud geworden zijn en sterven, zijn we dan uitgebloeid? Of nemen we de kiemen van ons leven mee naar de hemel? En waar is die hemel? Die is hier om ons heen, evenals de gestorvenen. We zijn geheel en al door geestelijke wezens omgeven en doordrongen. Snakken wellicht om waar genomen te worden, naar samen gaan.

Steiner: “Zo groeit de mensheid naar een tijd toe, waarin de invloed van de geestelijke wereld steeds groter zal worden. De grote gebeurtenissen van de komende tijd zullen in alle werelden merkbaar zijn, ook de mensen tussen dood en nieuwe geboorte zullen in de andere wereld nieuwe belevenissen hebben, tengevolge van het nieuwe Christus gebeuren in de etherische wereld.
We zullen het echter niet kunnen begrijpen als we ons op aarde hierop niet hebben voorbereid. Precies zoals de mensen die op aarde zijn geïncarneerd, zich hebben voorbereid op de gebeurtenissen van het belangrijke tijdstip waarop we leven.
Het mysterie van Golgotha kan men in de geestelijke wereld niet zo leren kennen, dan hier in de fysieke wereld. Christus is neergedaald tot de mensen, omdat Hij alleen hier in de fysieke wereld de mensen kon tonen, dat hij in het Mysterie van Golgotha de wereld iets kon laten
beleven, wat dan in de geestelijke wereld vruchten doet rijpen en verder vrucht doet dragen”.

Maar de zaadkorrels moeten hier in de fysieke wereld gelegd en uitgezaaid worden .
Er zijn nu eenmaal dingen, die alleen op aarde beleefd en geleerd kunnen worden.
Is het niet logisch dat als we viooltjes zaaien, geen zonnebloemen kunnen verwachten?




terug naar inhoudsopgave