dinsdag 13 november 2012

Verbinding

Uit Apokalyps Nu! herfst 2012

De geestelijke wereld is niet buiten onze aardse wereld, maar het aardse is van het geestelijke doortrokken.


Renée Zeylmans

Renée Zeylmans is psychosociaal therapeute en in het bijzonder verbonden met het thema rond stervens-en rouwbegeleiding.


Ik wil beginnen met een citaat van Rudolf Steiner, omdat dat enigszinds de intentie verwoordt van wat ik zal proberen onder woorden te brengen:
Het zal ooit onontbeerlijk worden wanneer men zich wil verdiepen in de menselijke geschiedenis dat men de mensen die op aarde leven, niet alleen volgt tot hun dood, maar ook hun werkzaamheid na hun dood. Want, wanneer ze op geestelijk gebied van betekenis zijn geweest, dan werken ze na hun dood verder voor de zielen op aarde en die na hen afdalen naar de aarde.
(GA. 236 (2e karmaband)

Wat betekenen de gestorvenen en de engelen voor ons mensen op aarde en wat dragen wij mensen bij? Kortom is er wederzijdse communicatie mogelijk?
Maar hoe leggen we contact is steeds weer de vraag! Zo ver zijn wij mensen in ons aardsgebonden denken verwijderd van ons weten dat de gestorvenen hier en nu altijd aanwezig zijn. Geen methodiek om het te kunnen waarnemen met onze fysieke ogen, maar een bewustzijn van een realiteit, ze zijn hier! We hebben voortdurend contact met de overledenen.
We mogen van Steiner weten dat we in feite helemaal niet kunnen spreken van een bovenzinnelijke wereld, die van de aardse zintuigelijke wereld gescheiden zou zijn, want alles wat zintuigelijk waarneembaar is, is tegelijkertijd van het bovenzinnelijke doordrongen en alles wat bovenzinnelijk is, openbaart zich ooit ergens in het zintuigelijke waarneembare. Wanneer we hiervan niet bewust zijn dan kunnen we niet het aardse gebeuren juist doorgronden.
Dus eerst wederom het bewustzijn verwerven,waar bevindt zich de geestelijke wereld? Die is voortdurend om ons heen. de hemel is hier en nu! De gestorvenen werken in onze omgeving, ze zijn te vinden in de sfeer van het licht , van het licht in zijn niet zintuiglijke aspect! Het licht dat ons omringt, vormt het lichaam van gestorven mensen. Ze hebben een lichaam, geweven uit het licht dat de aarde omstroomt. Dit licht is de substantie van de wezens die in de geestelijke wereld leven. Dat is het grondbeginsel. Zo eenvoudig en toch zover afgeraakt voor onze aardse begrippen.
“Het Rijk van de geest komt niet op uiterlijke wijze; het is midden onder U” Lucas: 17:20
Hoe staat het met het samenleven van de mensen in de geestelijke wereld?
Wanneer we het geestesoog richten op de geestelijke wereld mogen we van Steiner vernemen dat we niet alleen op aarde maar ook in de hogere werelden een gemeenschap vormen, waarin we met elkaar leven en werken. Zoals de werkzaamheden die de mens in de geestelijke wereld verricht, zich hier beneden in de fysieke wereld manifesteren,  zo komen alle verhoudingen tussen mensen onderling, alle relaties die hier op aarde worden aangeknoopt, ginds in de hogere wereld tot uitdrukking. Hebben we ons georiënteerd op het leven na dit leven? Naar gelang wat we ons op aarde eigen hebben gemaakt, bepaalt de ontmoeting ginds.
De relatie tussen levenden en gestorvenen is een sociaal vraagstuk, het meest dringende sociale vraagstuk voor de huidige en komende tijd. Aldus Rudolf Steiner
De gestorvenen “lezen” onze gedachten die ingeschreven staan in de Akasha kroniek. Alles wat wij denken heeft zijn tegenbeeld.Dat zijn niet onze materiële aardse gedachten, maar alles op spiritueel gebied, de geesteswetenschap die wij doordenken, doorgronden en in de praktijk proberen te  brengen door onze levenswijze en initiatieven. Deze worden ingeschreven in de Akasha-kroniek en kunnen gelezen worden door de gestorvenen. Zo ontstaat er een wisselwerking. Maar het is belangrijk dat we leren vragen, dat is in onze tijd waarin we leven, uitermate belangrijk. De kinderen van deze tijd zijn niet gediend van ongevraagd advies, dus moeten we wachten op hun vraag!
Ook Rudolf Steiner toonde ons dit reeds. Antwoorden op onze vragen, zijn onze inspiratie, vanuit de geestelijke wereld, maar we zijn zo ijdel om te denken dat we zelf de oplossingen vinden, dat wat uit onze ziel komt ook echt van ons afkomstig is. De doden spreken tot ons innerlijk, maar wij interpreteren ons innerlijk vaak verkeerd. . In onze eigen daden liggen de impulsen van de gestorvenen. Het is een wisselwerking, net zoals de aardse daden, zich op hun beurt tot in het hemelse gebied uitstrekken en daar verder werkzaam zijn. Maar… dan moeten we wel de geestwetenschappelijke scholing aangaan om te onderscheiden wie onze inspirator is.

Wij mensen moeten zo langzamerhand het bewustzijn ontwikkelen van de ware achtergronden van het wereldgebeuren. Daardoor worden wij Michaël strijders. Michaël heeft het intellectuele overgedragen aan de mens. Hij wenkt ons nu: “volg mij uit vrije wil! We moeten wel oppassen dat we door het doorzien van de machten van Ahriman niet meegesleept worden door terug te vechten.
Steiner: “Men moet proberen het slechte in dezelfde mate vanuit zijn oorzaken te begrijpen, zoals men het goede begrijpt. Door het begrijpen van de oorzaken zal men zich zelfs het best toerusten voor het werken aan de verbeteringen”.
( GA 034 Grundlegende Aufsätze Zur Anthroposophe und Berichte. Aus den Zeitschriften „Luzifer und Lucifer – Gnosis)

Ik denk dan aan de mensheidrepresentant van Steiner: Christus in het midden, streng maar liefdevol, wijst hij de plaats aan waar ze horen. Niet te vergeten het humor wezen links boven! Dat is m.i. ook de intentie van Apocalypse-Nu, zichtbaar maken, bewustzijn bevorderen. Dat is positief, onder ogen zien en dan?
Hoe kunnen we een Michaël diener zijn? Ik denk ten eerste steeds meer doorzicht te verkrijgen. Als wij straks gestorven zijn, zou het dan niet belangrijk kunnen zijn dat wij weten waar we vandaan zijn gekomen? Ik bedoel daarmee dat we zoveel mogelijk inzicht hebben wat er werkelijk op aarde gebeurt, zodat we wellicht wat mogen betekenen voor de aarde en de mensen . We zitten midden in de tijd van de Apocalyps. De engelen laten ons vrij, zij beslissen niet meer voor ons. We hebben zelf de verantwoordelijkheid. Zij hebben nu ook ons nodig!
Het aardeleven is van onnoemelijk belang voor het kunnen waarnemen in de geestelijke wereld. Alleen wat we tijdens ons aardeleven eigen hebben gemaakt aan geestwetenschappelijke kennis, niet alleen met onze aardse zintuigen, maar werkelijk beleefd met hart en ziel, kunnen we herkennen en waarnemen na de dood in de geestelijke wereld. Dus niet , “ik zie wel als het zover is”
Als we in de geestelijke wereld mee zouden mogen werken voor het aardse gebeuren, dan zou het misschien van belang kunnen zijn om ons leven nu terug te denken en te verwerken. Dit als voorschot op onze kamaloka tijd in de geestelijke wereld. In deze tijd zijn we daar nu toe in staat. Ken Uzelve en u kent de wereld
Wil je je eigen wezen leren kennen,zie dan in de wereld overal om je heen.Wil je de wereld werkelijk doorgronden,kijk dan in de diepten van je eigen ziel. (Steiner)
 De geestelijke wereld en de gestorvenen moeten ook wij bijstaan. Zij hebben, nu ze ons vrij laten, ook onze informatie nodig!  De gestorvenen kunnen ons niet vinden als we uitsluitend materiële gedachten hebben. Als we zouden denken dood is dood, dan kunnen ze zelfs hun geliefden op aarde niet vinden. Toetsen tevergeefs hun “Tom-Tom”in! Onze geestvervulde gedachten is hun “wegwijzer’.
Steiner las in de vroege morgen de kranten om leugens en onwaarheden om te werken, door ze goed, juist te denken.De wezenlijke waarheid van de gebeurtenissen te doorzien. Dit als hulp voor degenen die ook deze kranten lazen. Zo kunnen ook wij doorzicht krijgen, de leugens doorzien en goed denken,  dat vraagt Michaël van ons! De valkuil is ons niet te laten meeslepen in boosheid, daarmee spelen we Ahriman in de kaart. Maar er kan ook erbarmen zijn, want bij het overschrijden van de drempel bij onze dood, vervalt de macht die we hadden op aarde, wat rest? 
Steiner heeft meermalen aangedrongen op het belang om gemeenschappen te vormen, samen staan we sterk. “Waar twee of meerdere in mijn naam (Christus) aanwezig zijn, kan ik in hun midden zijn.
Sergejo O. Prokofieff verwoordt het als volgt:
Wanneer Ahriman direct aan het begin van het derde millennium als wederrechtelijk “vorst van deze wereld” in het westen zal verschijnen, zal hij met een enorme macht, gezag en kracht bekleed zijn,  die hij snel over praktisch alle gebieden van de moderne beschaving uit zal breiden. Alles wat aan de krachten van deze wereld onderworpen is, zal zich onvermijdelijk in Ahrimans macht bevinden. Alleen datgene wat zijn oorsprong niet in deze wereld heeft en daarom door zijn oereigen natuur niet toegankelijk is voor de “vorst van deze wereld”zal aan zijn invloed kunnen ontkomen. Anders gezegd: alleen datgene wat uit het rijk van Christus stamt en niet uit dat van Ahriman is in staat de macht van laatstgenoemde te weerstaan. Christus zelf heeft hierop gewezen met de woorden:“Mijn Rijk is niet van deze wereld”(Joh. 18:36)Deze woorden noemde Rudolf Steiner in een van zijn voordrachten “betekenisvol, diep ingrijpend” voor onze tijd. Ze behoren volgens hem tot de “meest fundamentele woorden van het Christendom, die als heilige impulsen door de hele wereld zouden moeten gaan”(GA. 175  13-3-1917). De Christus is echter speciaal naar deze wereld gekomen waar de “vorst van deze wereld”heerst om daarin Zijn rijk te vestigen dat “niet van deze wereld is”en waar Ahriman dientengevolge geen toegang toe heeft. In een andere voordracht uit dezelfde cyclus voert Rudolf Steiner deze gedachte als volgt verder: “Het rijk van de Christus- Jezus is niet van deze wereld, maar het moet in deze wereld werkzaam zijn en de mensen moeten de werktuigen worden van het rijk, dat niet van deze wereld is”(GA. 175  6-2-1917) Dit betekent dat het – met het oog op de spoedige incarnatie van Ahriman, de “vorst van deze wereld”- de belangrijkste opgave is om op aarde mensengemeenschappen te vormen waar Ahriman niet in kan binnendringen, omdat deze gemeenschappen op een grondslag rusten die zijn oorsprong in het rijk van Christus heeft.  Hiermee is een volkomen nieuw principe van gemeenschapsvorming geformuleerd, dat – van onze tijd af aan – langzaam maar zeker het voornaamste en enige christelijke sociale principe van een mensengemeenschap, die geheel en al in deze wereld leeft, midden in de moderne samenleving. In deze wereld ligt immers, haar eigenlijke opgave: het bedwingen van de” vorst van deze wereld” Tegelijkertijd heeft een dergelijke mensengemeenschap als innerlijke grondslag iets, wat niet uit deze civilisatie voortkomt, voor zover die tot “deze wereld”behoort.(Uit: De ontmoeting met het boze. De grondsteen van het goede. Uitg. Perun boeken Bergen op Zoom 2001)
Rouw een drempelovergang
Ik wil ook nog even de nadruk leggen op het belang van het doormaken van het rouwproces als een dierbare is gestorven. Ook binnen antroposofische kringen bestaat nog te vaak de gedachten dat onze rouw/verdriet de gestorvenen storen. Hier een mooie uitspraak van Steiner:
“Zeker, door een geestwetenschappelijke beschouwing, wordt het aardse verdriet om een gestorvenen, niet minder. Het moet ook echt worden doorgemaakt. Want alleen onder die voorwaarde kan het ook worden geheeld. Hadden we het in de fysieke wereld niet beleefd, dan kan het ook niet worden geheeld”.(Uit de wereld van de gestorvenen uitg. Vrij Geestesleven. Zeist)
Mede daarom heb ik altijd gestreden dat rouw en verdriet om een gestorven dierbare er mag zijn! Het maakt ons los van onze aardse gebondenheid, daarom is rouw een drempelovergang. We sterven een stukje mee en krijgen wederom gevoel voor ons toekomstig leven en afkomst. We worden ons ervan bewust dat we evenzeer in geestelijke werelden vertoeven, als dat we hier op aarde door de materiële lucht lopen.
Onze waardebepaling verandert, we zien met andere ogen om ons heen. Alleen door lijden en eenzaamheid kunnen we ons inleven in de ander, hun lijden wordt ook ons lijden. Lijden en eenzaamheid wordt niet meer door de medemens als “positief”gezien, we moeten zo gauw mogelijk weer materiële aarde mensen worden. Daarin werken de tegenmachten, die hebben geen baat bij groei van geestelijke inzichten, die juist door deze levensprocessen tot stand komen.
Als we niet meer kunnen rouwen, kunnen we niet troosten, niet troosten geeft liefdeloosheid.
Ik wil nog even de nadruk leggen op het sterven. Zeer belangrijk is de voordracht van Steiner over de dubbelganger, dat wij hier tijdens ons leven van bewust zijn. Steiner zegt dat hij de dood niet verdragen kan en ons dan verlaten moet. Kunnen we dit waarnemen? Ja zeker, maar bij iedereen is dit anders, soms heftig, maar ook ongemerkt.  Vaak (bij benadering) ongeveer 3 dagen voor het sterven, maar ook iets eerder of later,  kan er een moment zijn, een uur of langer, soms een dag dat de stervende agressief wordt. Dat kan min of meer heftig zijn! Ook beschuldigingen naar familieleden en vrienden . Als het voorbij is dan weet men er soms niets meer van of is hevig geschokt met spijt. Wat gebeurt er? De dubbelganger in ons laat los! Hoe gaan we daar mee om? Laten plaatsvinden en vooral er niet op ingaan, dan geef je de dubbelganger “voer” en bemoeilijk je het loslatings proces voor de stervende.
Maar…de verpleging, artsen etc. zijn hier meestal niet mee bekend en benoemen het als hallucinaties en geven gelijk medicijnen om het te onderdrukken. Voor mij is de nijpende vraag, wat doe je om dit te vermijden? Het moet uitwoeden!
Ik spreek niet uit theorie, maar uit mijn jarenlange praktijk ervaring met stervenden en rouwende. Ik ga hier dieper op in in mijn boeken: (1) 
Hier alleen een beknopte aanwijzing van onschatbaar belang. In rouwprocessen heb ik ondervonden wat een inpact dat heeft als de stervende beschuldigingen naar je heeft geuit.

Door het inzicht wat Rudolf Steiner ons schenkt, ook wat betreft de incorporaties die plaats vinden, ook binnen de antroposofie, leren we wakker te zijn. Het “wakker”zijn in de nacht, zodat we de waarnemingen overdag niet verslapen. Onze vragen overdag reeds voorbereiden en voor het slapen gaan concreet maken. En dan geduld oefenen, geen eisen stellen, samenwerking is respect, inlevingsvermogen, luisteren. Nooit en te nimmer dwingend, onze vragen gericht op de samenleving, dienstbaarheid ten behoeve van de medemens en medeverantwoordelijkheid voor de schepping
Steiner: “De ware antroposoof moet zich bewust zijn, dat het er in onze tijd om gaat de strijd tussen Michaël en Ahriman actief te volgen en eraan deel te nemen (GA. 237 28-7-1924)

Ik wil hier een wat langere citaat van Rudolf Steiner invoegen:
Het economisch mensentype wil alle intellect enkel en alleen tot het fysieke herleiden. Dit economisch mensentype heeft zich ten tijde van de hervorming (16e eeuw) losgemaakt van zijn spirituele grondslag.
(…) tot dit type behoren mensen die na een zeer kort leven tussen dood en nieuwe geboorte opnieuw op aarde verschijnen. Precies deze mensen, die slechts een korte tijd in de geestelijke wereld doorgebracht hebben, komen onder het tegenwoordig heerserstype uitzonderlijk veel voor. U weet – ik heb daar al dikwijls over gesproken – dat een der opmerkelijkste verschijnselen van de nieuwe tijd is dat voor het heerserstype de selectie van de slechten naar boven zich voltrokken heeft. Reeds sinds jaren heb ik u dat altijd steeds weer bij verschillende gelegenheden gezegd.
Diegenen die eigenlijk de heersers, de regeerders zijn, zijn niet een selectie van de besten; de tijden brengen mee dat de besten juist in onze tijd onderaan staan,en diegenen die bovenaan staan, zij die in een leiderspositie staan, zijn nu meestal juist niét altijd de besten. Dikwijls worden dezen geselecteerd uit de minderwaardigen. En deze selectie der minderwaardigen berust hierop dat dezen een leven hebben waaraan een zeer korte tijd tussen het vorige en dit aardeleven voorafgegaan is.Bij vele leidinggevende personen van de nieuwe tijd is het een uitgesproken feit dat ze na een kort geestelijk leven vlug weer op aarde terugkeren. Daardoor zijn ze weinig doordrongen van het geestelijke. Zij hebben weinig geestelijke impulsen opgenomen gedurende hun voorafgaande leven tussen dood en nieuwe geboorte. Maar destemeer zijn zij doordrongen van alles wat de aarde hun hier geven kan. Het zijn in het bijzonder de economische mensentype, diegenen met een kort voorafgaand geestelijk leven, die helemaal doordrongen zijn van alles wat slechts de aarde als zodanig kan geven. Het is niet dat er geen mensen zijn die langer in de geestelijke wereld gebleven zijn, die tegenwoordig in aanmerking komen, maar deze worden teruggedrongen.
(…) En het is eigenlijk jammerlijk wanneer men ziet hoe dikwijls het tegenwoordig gebeurt – wat hun innerlijk aard betreft – veel, veel betere mensen opkijken naar autoriteiten die veel, veel slechter zijn. Dat is een algemeen verschijnsel. De vereerde autoriteiten zijn waarachtig niet diegenen die een selectie van het betere mensentype vormen.En nu is toch de tijd gekomen dat men op een onbevangen manier moet ophouden de lof ten aanzien van de moderne civilisatie te prediken, dat men onomwonden de werkelijke feiten moet bekijken. De mensen moeten zich gewoon maken om het leven niet alleen uiterlijk te beschouwen, maar ook naar innerlijke zielenconfiguratie. En een van de dingen die daarbij in aanmerking komen, is dat men een onderscheid moet maken tussen degenen die een langer geestelijk leven tussen dood en nieuwe geboorte, en degenen die een korter geestelijk leven achter zich hebben.
GA 191 Soziales verständnis aus geisteswissenschaftlicher Erkenntnis.

Laat het wereldgebeuren ons geen angst aan jagen. Door het weten, doorgronden van de gebeurtenissen worden we hiervoor beschermd door de geestelijke wezens.
De goden helpen, zodra de mensen hen tegemoet komen, maar volgens hun wetten zijn de Goden erop aangewezen om met vrije mensen te werken, niet met marionetten. Geen blind autoriteitsvertrouwen, maar een vertrouwen gebaseerd op het gezonde mensenverstand.
Laten wij onze dubbelganger herkennen en ons in dienst stellen van Michaël.
Wij zijn allen, die de Antroposofie in zich dragen, gekomen uit de Michaëlschool, herken elkaar we hebben een schenkende verantwoordelijke taak.

Van Rudolf Steiner mogen we weten dat we nu, in de aardse cultuurperiode, kiemen leggen voor de liefde voor de volgende cultuurperiode. Zoals daarvoor de kiemen voor wijsheid zijn gelegd, voor de huidige aardse periode.

De volgende spreuk van Rudolf Steiner is van groot belang en kan ons steunen:
Morgen: Oh Michael in Deinem Schutz befehl ich michMit Deiner Führung verbind ich michAus ganzer Herzenskraft,Dass dieser Tag Abbild werden mögeDeines Schicksalordnenden Willens.
Abends: Ich trage mein Leid in die Sinkende Sonne,Und lege all meine Sorgen in ihren leuchtenden Schoss.In Liebe geläutert, im Lichte gewandeltKehren sie wieder als helfende GedankenAls Kraft zu opferfreudigen Taten.
Morgen: O Michaël!wil mij beschermen,
als Uw dienaar wil ik leven
uit heel mijn hart
opdat deze dag beeld wordt
van Uw wil
die het lot in goede banen leidt.
Avond: Ik draag mijn leed in de ondergaande zon,
en leg al mijn zorgen in Uw lichtende (glansrijke) schoot;
in liefde gelouterd,
in het licht verwandeld
keren zij weder als helpende gedachten
als kracht tot offervaardige daden.
(1) : Rouwverwerking en rouwbegeleiding .sterven – rouwen- troosten. ISBN 90 6238 679 2.Stervensbegeleiding een wederzijds proces ISBN.978 90 6238 859 2. en Na de dood Hoe bereiden wij ons voor op het leven na dit leven? ISBN13:978 90 73310 77 3)  Omgang met gestorvenen: Gedenkkalender, spreuken, gebeden, meditaties en gedichten.






terug naar inhoudsopgave

Geen opmerkingen: