donderdag 24 december 2015

Un-identified.


Un-identified.

Deze titel maakt direct al duidelijk wat het euvel is van veel literatuur waar Ufo's geduid worden. UFO is een afkorting van Unidentified Flying Object (ongeïdentificeerd vliegend object). We kunnen dan ook gevoegelijk stellen dat alles wat over dat thema gezegd en geschreven is een hoog speculatief gehalte heeft (ook vaak associatief). Immers wat (nog) niet geïdentificeerd is, daarvan valt weinig zinnigs te zeggen. Zou er wel wat zinnigs over gezegd kunnen worden, zou men het over IFO hebben, Identified Flying Object (geïdentificeerd vliegend object).
Nu zijn er toch vele mensen die menen dat het UFO-probleem geheel of gedeeltelijk inderdaad identificeerbaar is, dat ze dus wel degelijk spreken over Ifos. Daartegenover staan ook weer zeer veel andere mensen, die deze identificaties bestuderende tot de conclusie komen dat deze niet op wetenschappelijke wijze te verifiëren zijn of waren.
Een ding is echter wel duidelijk, er zijn gewoon te veel (serieus lijkende) mensen die vertellen over ervaringen met ufo's en de bijbehorende wezens, aliens, buitenaardsen, om het af te kunnen doen als louter alleen een product van een rijke fantasie of zelfs van een verwarde geest. Er moet kennelijk meer achter zitten.
Kortom het thema vraagt om de nodige reflectie en objectiviteit.
De vraag kan gesteld worden, wat (en hoe) zou eigenlijk identificeerbaar kunnen zijn aan vliegende objecten en meer nog aan ervaringen van mensen die met niet menselijke intelligenties gecommuniceerd zeggen te hebben?
Het is niet de intentie om hier uitgebreid verslag te gaan doen van de vele ervaringen waarover mensen berichten. Deze worden als bekend verondersteld of men kan zelf enkele van de hier aangegeven linken naar bronnen vervolgen. (01) Met Google is het aantal hits trouwens ongeveer 76.200.000 resultaten!!!


Identificatiemethoden.

Ondanks de enorme vloed aan informatie lijkt één ding wel vast te staan. Fysieke bewijsstukken van ontmoetingen (encounters) (05)met zowel vermeende ruimteschepen of aliens (buitenaardsen) ontbreken geheel.
Of als de complottheorieën zouden kloppen, zijn/waren ze er wel maar zijn effectief verwijderd door bepaalde belanghebbenden.(02)
Het schijnt dus niet fysiek aantoonbaar te zijn, dat er daadwerkelijk zulke ontmoetingen hebben plaatsgevonden. Toch zijn er legio verslagen van mensen, die zeggen ooggetuigen geweest te zijn, ja zelfs dat er met hen geëxperimenteerd zou zijn na ontvoering. (close encounters). (05) Ook zijn er legio foto's,(01) maar in ons tijdperk van Photoshop en een Hollywood die ons films voortoveren als bijv. Jurassic World met levensecht lijkende dinosaurussen, is ook dat geen bewijs meer. Dat wil niet zeggen dat alle foto's getrukt zijn of gemaakt met de bedoeling om de medemens te misleiden. Maar soms worden bijv. ook aparte wolkenformaties al anders geduid dan overeenkomt met de werkelijkheid. Men ziet ook vaak wat men wil zien. Subjectiviteit genoeg, maar er is juist behoefte aan objectiviteit! ANS oftewel Associatieve Naïeve Speculaties zijn er genoeg.

Afbeelding 1: wolkformatie, door sommigen als Ufo (Ifo) geduid



Dus we hebben te maken met getuigenissen van vele mensen, maar de fysieke bewijsstukken ontbreken. Immers er zijn geen materialen van bijv. gecrashte vliegende schotels, geen dode of levende aliens (waar men bijv. middels DNA in een laboratorium zou kunnen vaststellen dat deze van buitenaardse oorsprong zouden zijn) (02) (03).Ook zogenaamde operaties aan getuigen, litteken weefsel e.d. zijn daar geen bewijs voor, omdat ook vermeende implantaten van buitenaardse oorsprong niet gevonden zijn en zelfverminking niet uitgesloten kan worden. Uiteraard geldt ook hier weer de complottheorie these, dat bewijzen doeltreffend vernietigd zouden kunnen zijn.(02)
Identificatie op deze manier is tot op heden dus niet wetenschappelijk verantwoord overtuigend geleverd. Ook bij graancirkels is niet onomstotelijk vast te stellen dat deze niet van menselijke makelij zouden zijn. Hoewel er mensen zijn die zeggen dat ze zo ontzettend ingewikkeld in elkaar zitten, dat mensen dat niet zouden kunnen fabriceren. Diezelfde mensen weten echter wel dat bijvoorbeeld computerchips ook door mensen gemaakt zijn. Leg die maar eens onder een microscoop.
Maar als we de vele getuigenissen toch serieus willen nemen, moeten we kijken op welk gebied deze veelvuldig beschreven ervaringen misschien wel hebben kunnen plaatsvinden.



Bewustzijnstoestand.

Veel van deze literatuur overziende, kun je tot de overtuiging komen, dat de ervaringen van mensen plaatsgevonden hebben in een veranderde bewustzijnstoestand. Een toestand tussen waken en slapen. (dat kan zowel bij het inslapen of bij het ontwaken zijn). Men beschrijft de dingen als een soort zeer realistische droom, waaruit men ontwaakt is en dan achteraf kennelijk het onderscheid tussen droom en waken niet meer goed kan maken, vanwege de levendigheid en realiteitswaarde van die droom.(45)
De gelijksoortigheid van dit soort ervaringen bij verschillende mensen duidt er dan toch op dat er iets aan ten grondslag moet liggen dat objectief karakter heeft. Van normale dromen weten we, dat deze heel individueel verschillend kunnen zijn, hooguit dat bepaalde archetypen ook steeds weer kunnen terugkeren bij meerdere mensen. Maar ook heldere dromen kan men in het algemeen goed onderscheiden van het waakbewustzijn. Bij de genoemde ervaringen lijkt er wat anders aan de hand te zijn.
In het boek van Keith Thompson: Die andere Wirklichkeit: UFO´s, Engel, Elfen und Spiritualität
(04) omschrijft deze o.a. het volgende:

De gebeurtenissen, in het bijzonder bij Maria verschijningen, lijken zeer op de Ufo verschijnselen. Lichtbollen of lichtschijven dalen uit de hemel neer of zweven boven de bedevaartsoorden en vaak verschijnt er een lichtende gestalte. (04)


De titel van dit boek geeft al de richting aan waaraan door auteur gedacht wordt en waar deze auteur zich bij aan wil sluiten. “De andere werkelijkheid”.
Verderop zullen we wat inzichten die men kan ontlenen aan de antroposofie te hulp roepen om bepaalde verschijnselen nader proberen te duiden.


(de?) Wetenschap.

Eerder werd er al gezegd dat er kennelijk geen wetenschappelijk aanvaarde identificatiemethoden konden worden toegepast op de bovengenoemde categorie encounters , first, second and third kind etc.(05)
Toch is men wel degelijk wetenschappelijk bezig e.e.a. uit te zoeken. Er is een onderzoeksinstituut die de naam SETI (search for extraterrestrial intelligence ) draagt. (06) Deze speuren het wereldhemelruim d.m.v. optische en radio-telescopen af naar tekenen van buitenaards leven en intelligentie. Op een van de satellieten (door NASA) die men de ruimte in geschoten heeft, heeft men zelfs een metalen plaat geplaatst met daarop allerlei gegevens van de aarde, de mens en ons zonnestelsel. Men hoopt dat deze ooit gevonden wordt door buitenaardsen. Daarnaast ook nog een metalen grammofoonplaat met allerlei specifiek aardse geluiden. (07)
Van buitenaardsen word verwacht dat ze de kennis en de techniek hebben om e.e.a. te ontcijferen.

Afbeelding 2: Hoes van de Voyager Golden Record
                                                                   Afbeelding 3: golden record

Als men signalen zou ontdekken die blijk zouden geven van niet aardse intelligentie, dan zou men deze informatie ook als "bewijs" zien, ook zonder de eerder genoemde (ontbrekende) fysiek aardse encounter identificaties. (05+08)
Maar ook deze identificatie methode heeft tot nu toe niets opgeleverd. Behoudens dan weer de theorie van de complotlaanhangers, dat ook hier alle evident bewijsmateriaal onder de vloermat geveegd zou zijn door kwaadwillende instanties. (02)

Het vergaren van fysiek en informatief verifieerbare bewijslast van het bestaan van niet menselijk leven en intelligentie, doet men echter op een heel speciale manier. Men gaat er namelijk bij voorbaat van uit, dat als er zo'n intelligentie bestaat, dat deze moet voldoen aan bepaalde criteria.
Deze intelligentie moet bijv. ook over techniek beschikken, zoals kunnen communiceren middels golven van het elektromagnetische spectrum, Ufo's (eigenlijk Ifos's) kunnen bouwen, bijv. de lichtsnelheid kunnen omzeilen en ze moeten een aan de mens verwante biologie en intelligentie bezitten etc.
Je zou kunnen zeggen, dat de zogenaamde aliens moeten voldoen aan onze antropomorfe projecties.
Als voorbeeld van bepaalde eenzijdigheden die kleven aan deze criteria, het volgende. Als de mens er in zou slagen om zelf een levend grassprietje te scheppen, zonder deze te klonen o.i.d., maar helemaal te ontwikkelen vanuit de grondstoffen (mineralen) waarop deze groeit, dan zou men dat een hoge intelligente (intellectuele) prestatie vinden. Want dat kan men namelijk op dit moment nog niet.
Men begint wel steeds meer wetmatigheden te ontdekken die in de natuur voorkomen, zoals bijv. de reeks van Fibonacci bij o.a. zonnebloemen en vele andere planten (09), maar men beschouwt de wonderen van de natuur over het algemeen niet als de uiting van een intelligentie, behalve dan mensen die het creationisme aanhangen. Met "men" wordt hier de wetenschap bedoeld, wetende dat er niet een "DE wetenschap" bestaat. Zoals verderop zal blijken, heeft men vanuit de antroposofie reden om heel andere criteria op te stellen.
Bovengenoemde eenzijdige zienswijze moet op dit moment echter nog concluderen, dat de mens naast de dieren en eventueel planten, bacteriën, schimmels etc. tot nog toe het enige levende intelligente wezen in het universum is.
De wetenschappelijke logica verondersteld echter op grond van de geschatte afmeting van het heelal, de hoeveelheid melkwegstelsels, sterrenstelsels en zonnen, die bewoonbare planeten zouden kunnen hebben, dat er volop intelligent leven zou moeten zijn. Alleen hebben we (in hun opinie) dat nu nog niet ontdekt omdat de fysieke afstanden in het heelal zo kolossaal zijn. (in lichtjaren gemeten). Ook neemt men aan dat die intelligenties ons aardbewoners ook nog niet hebben gevonden, want anders zouden we al wel fysieke identificatie gehad hebben. (bewijsbare encounters (05). Zo is er een hele cirkelredenatie ontstaan. Uiteraard hier ook weer de opvattingen van de complotdenkers. (02).
Laten we deze huidige bevooroordeelde materialistisch georiënteerde wetenschap even achter ons en richten de blik op een aanschouwing die onze voorvaderen nog hadden. De bril van deze boven beschreven kennismethode dient afgezet te worden, want men wil alleen dat zien wat men wenst te zien en daardoor zien ze eigenlijk niets.



Sprookjes, mythen, religie. (04)

Toegegeven deze subtitel geeft al niet direct de indruk, dat hier nu wel identificeerbare zaken aan de orde zullen komen. We komen in het gebied dat al eerder aangeduid werd, dat van de veranderde bewustzijnstoestand, de andere werkelijkheid.
In de sprookjeswereld is er sprake van grote aantallen niet menselijke wezens. Om er maar wat te noemen, kabouters (gnomen), elfen, salamanders (vuurgeesten) etc. (41)
Ook in de mythologie wemelt het van deze (fabel)wezens al of niet menselijk, weerwolven, sprekende intelligente draken, sprekende dieren, spoken, sfinxen , saters en faunen etc.(39)
In de verschillende religies komen we o.a. tegen : engelen(hiërarchieën), deva's, djinns etc.
Dit alles wordt door de moderne technische mens natuurlijk niet erg serieus genomen, het wordt als bijgelovigheid, fantasie, simpelheid aangezien van die domme voorouders die nog niet beter wisten.
Het is leuk voor de kinderen, net als Sinter Klaas, maar het heeft verder allemaal weinig waarde.
De filmindustrie heeft dit thema echter wel ontdekt en een filmcyclus als ''de ban van de ring'' , met elfen, orks etc. van Tolkien toont al aan dat het wel raakt aan de algemene interesse van veel mensen, evenzo het hele Harry Potter verhaal en nog legio anderen. (10)
Dus kijkend naar een verleden, zien we dat er een tijd was waar men nog niet het idee had, dat de mens het enige levende wezen in het heelal was. De wereld was bevolkt met niet menselijke wezens, die zowel in de aarde als in de hemel boven ons konden leven.
Een schrijver als Erich von Däniken (13), probeerde dan een soort compromis te sluiten. In zijn boek "waren de goden kosmonauten (ufonauten)" wordt een link gelegd tussen aliens en angels. We zouden deze categorie dan ook aliengels kunnen noemen :-)
Tegenwoordig kan met ook vele theorieën op dit vlak vinden, de Elohim, die in de bijbel genoemd worden als goddelijke scheppers van de mens, die in Ufo's op aarde geland zouden zijn en de mens geschapen hebben d.m.v. hun technische kennis. Zo hoor je dat ook i.v.m. Nephilim en Annunaki, Zeta's, Reticulanen , Archonten Reptilians etc. etc. (11). Google ook maar eens op het woord Niburu. (12)
Als onze voorouders bovengenoemde wezens inderdaad waargenomen hebben, dan moet dat in een andere bewustzijnstoestand geweest zijn, want ook uit het verleden zijn ons geen identificeerbare bewijsstukken bekend, ondanks zulke boeken als van Erich von Däniken (13)
Welke bewustzijnstoestand zal dat dan geweest zijn? En waren genoemde wezens dus niet materieel?


Antroposofie.

Degenen die zich bezig hebben gehouden met de geesteswetenschap genaamd antroposofie, kunnen weten dat het inderdaad zo is, dat de mens omgeven is (midden in een geestelijke wereld is) waar talloze niet menselijke wezens existeren. De elementaargeesten in de natuurrijken (41), zowel onderzinnelijk als bovenzinnelijk en de engelhiërarchieën (42) in de sferen om de aarde heen, maar ook inwerkend op de aarde.
Deze wezens zijn niet fysiek zichtbaar maar wel voor mensen met helderziende vermogens te bespeuren, de eerder genoemde veranderde of gewijzigde bewustzijnstoestand, een andere werkelijkheid.
Helderziende vermogens zijn er in soorten en maten. De ingewijde die ook helderziende is begrijpt ook wat hij ziet. Maar er zijn ook soorten helderziendheid, vaak van atavistische oorsprong, die dingen schouwen, zonder deze te begrijpen. (niet alleen op gebied van schouwen, maar ook voelen, horen etc.) Volgens Rudolf Steiner begint er in de 20e eeuw ook een nieuwe natuurlijke vorm van helderziendheid zich te ontwikkelen, het ether helderzien.(14)
Deze bestond vroeger ook al op andere wijze, raakte verloren, maar komt weer terug, maar nu tezamen met het vermogen om daarbij te kunnen denken, met een ontwikkeld ik-bewustzijn.
De lezer begrijpt nu misschien al waar de auteur naar toe wil.
Het is goed mogelijk dat wat men vroeger schouwde en bijv. de naam gnomen gaf, nu door de bril van de moderne technische mens, gezien worden als kleine grijze dwergen, zoals bijv. in een film over Roswell getoond wordt. (15) de zogenaamde greys. (Er zijn nog legio andere namen in omloop).
Zoals men, als men kijkt door een bril met gekleurde glazen, een beeld krijgt dat vertekend en gekleurd is, zo kan ook onze moderne opvoeding in een technologische wereld voor een inkleuring van de (op)nieuw geschouwde wezens zorgen. Veel getuigenissen pleiten ervoor dat juist dit soort schouwen vaak plaatsvind. Juist op het moment tussen slapen en ontwaken, een overgangsfase.
Bovenstaande is slechts een summiere bijdrage i.v.m. het toepassen van de verworven kennis uit de antroposofie op dit thema. Uitvoeriger wordt er hier op ingegaan. (16+36)
Bij diverse schrijvers die vanuit antroposofische gezichtspunten denken (36) is er geopperd, dat de opkomende nieuwe helderziendheid misschien niet bewust door de mens wordt opgenomen en daardoor in een ahrimanisch tegenbeeld verkeerd kan worden. Engelen worden aliens. Een heel belangrijke voordracht van Steiner: wat doen de engelen in ons astraallichaam (17) geeft aanleiding om te beschouwen wat er kan gebeuren als dit werk van de engelen niet bewust opgenomen wordt.
De auteur Hans Bonneval beschrijft het in deze woorden: (16)
In het ontwikkelingsplan van de mensheid is voorzien, dat in onze tijd met een spontaan optredende helderziendheid de mensen beginnen hun (bescherm) engelen te schouwen . De op deze wijze ervaren engel zou dan de aan hun toevertrouwde mens binnenvoeren in de geestelijke geheimen van het aardse sociale leven. (17) op deze wijze zou het samenleven van de mensen op volkomen nieuwe wijze vorm kunnen krijgen. Echter hangt het lukken van dit plan af van de mate waarin de mensen daarin geïnteresseerd zijn.
Als onvoldoende mensen zich zouden interesseren voor dit werk van de engelen, dan zou de hele ontwikkeling een ongunstige wending kunnen nemen. Het komt er daarom zeer erop aan om in onze tijd opmerkzaam te zijn op dat wat mensen innerlijk beleven. Het mag – aldus Steiner - niet verslapen worden, wanneer mensen beginnen hun engel te schouwen. Er zijn echter ook mensen, die er een grote interesse in hebben, de mensheid niet tot het beleven van hun engel te laten komen. Steiner spreekt in deze samenhang over occulte loges en ordes, welke massief in het wereldgebeuren willen ingrijpen.

Als we Rudolf Steiner ernstig zouden nemen, dan zouden we ons moeten bezighouden met wat mensen heden innerlijk ervaren . Beleven ze Ufo's of hun engel? En zelfs als het de engel is, hoe ervaren ze die? Want er zijn talrijke mogelijkheden om zich te vergissen, zoals bijv. ook visioenen stammend uit de achtste sfeer, waardoor de mensen alle mogelijke beelden beleven, zonder dat deze waar of werkelijk zijn en dit met als gevolg de allergrootste schade voor de enkeling en de hele mensheid en ook de engelen.(16)
Het thema 8e sfeer i.v.m. Ufo's komen we ook bij Sergej Prokofieff tegen.(18) Daarover later meer. (40)
Onderstaand gaan we nog wat verder in op concrete uitspraken die Rudolf Steiner gedaan heeft vanuit zijn geschoolde helderziende schouwen. Hij legt dan zelf uit wat deze scholing inhoudt.


Afbeelding 4: Gnoom                                                                        Afbeelding 5: Alien

Planeetbewoners.

Er werd al gerefereerd. Als mensheid bevinden we ons te midden van een geestelijke wereld, die echter met fysieke zintuigen niet zichtbaar is. Eerst na de dood als de mens zijn fysieke omhulsel heeft afgelegd komt de mens bewust in die sferen van deze andere wezens. En zoals ook gezegd, (geschoolde) helderzienden hebben nu al contact met deze wezens. (03) (bijv. de zich helderziend noemende Robbert van den Broeke word niet bedoeld als er over “geschoold” gesproken wordt). Rudolf Steiner beschrijft dat de mens na de dood het volgende soort proces meemaakt. Nadat het fysiek lichaam is afgelegd en kort daarop ook het levenslichaam (etherlichaam) en met het kamaloka tevens een reis van de menselijke entelechie door de planetensferen een aanvang neemt. Een planeetsfeer is de sfeer die gekenmerkt wordt door de bolvorm die ontstaat als de zon (of een planeet) als middelpunt gekozen wordt en de planeet zich op de straalafstand bevindt. (19)
Anthrowiki:

 Afbeelding 6: maansfeer
 Elke bestaande planeet, of beter gezegd, de daarbij behorende planetensfeer, wordt door wezens bevolkt, werd er in het oude Griekenland en in het oude Rome door occultisten over een planeet gesproken, dan werd daarmee de totaliteit van de geesten bedoeld welke deze bewonen. Dus de maan is de thuisbasis van de Engelen, Mercurius van de Aartsengelen, Venus van de Archai (oerkrachten), de zon door de Elohim (geesten der vorm), Mars van de Machten (geesten van de beweging) en Jupiter van de Heerschappijen (geesten van de wijsheid). Het begrip Saturnus was identiek met de wezens die men Tronen (geesten van de wil) noemt.(19) (benamingen zie ook noot 30)
Van de diverse planeten doordringen de sferen elkaar. De fysieke planeet is als een soort brandpunt voor de gehele spirituele sfeer die door de bolvorm omschreven wordt.(19) De mens (als hoger ik) doorloopt achtereenvolgens de verschillende sferen tot voorbij de Saturnussfeer. Dan volgt wat genoemd wordt het middernachtelijke uur (20), de sterrensfeer en dan volgt de terugkeer door de sferen heen naar een nieuwe incarnatie. In elke sfeer worden bepaalde vermogens verzameld m.b.v. en o.l.v. hogere wezens. Dit is natuurlijk slechts een heel beknopte beschrijving. Er kan nog toegevoegd worden dat de engelhiërarchieën (42) elk in een andere planetensfeer hun woonstede hebben. (19). De mens op zijn reis ontmoet dan ook steeds weer een andere categorie wezens. Later komen we hier nog op terug.
In de volgende citaten belicht Steiner dit op nog weer een andere manier. Het is echter de vraag als hij over bijv. Marsbewoners spreekt, of hij daarmee de meer fysieke planeet bedoeld of de bolvormige sfeer als hierboven geschetst.
Afbeelding 7: planetensferen




Denkt u eens, dat ook voor de bewoners van Mars, die in het bijzonder bij Mars horen, een mens, die daar leeft tussen de dood en een nieuwe geboorte, door het Marsbestaan kan heen gaan, zonder in beroering te komen met de Marswezens. Hij ziet ze niet, zij zien hem niet,. Zo is het ook voor de aarde. Door de aardesfeer heen gaan voortdurend wezens, die eigenlijk tot andere planeten behoren, zo als de mens bij de Aarde hoort. Marsbewoners leven hun reguliere leven op Mars, en tussen hun belevenis, dat overeenkomt met onze dood – het is weliswaar wat anders – en hun nieuwe leven op Mars, volvoeren ze de doorgang door de andere planeten. Zo dat daadwerkelijk bewoners van andere planeten voortdurend door onze Aardesfeer heen trekken. De Aardemensen kunnen niet met hen in verbinding treden, omdat ze onder totaal andere bestaansgronden leven en omdat ze onder deze omstandigheden ook geheel geen betrekkingen aangeknoopt hebben op Mars met deze wezens. Wat zou er dan nodig zijn om deze reizigers door de Aardesferen, die eigenlijk tot andere planeten behoren, te ontmoeten? Het zou nodig zijn, dat men punten van beroering met hun ontwikkeld had op hun eigen planeet. Dat kan men alleen, wanneer men hier op aarde reeds bewust door de ontwikkeling van bovenzinnelijke krachten met andere dan Aardewezens in betrekking komen kan. Zo kan inderdaad de mogelijkheid ontstaan, dat bij diegenen, die een hogere geestesscholing doorgemaakt hebben, ook een ontmoeting kan plaatsvinden met de reizigers van andere planeten. En van hen kan worden ervaren, hoe het Marsbestaan (als voorbeeld) is. (22)

En hoe meer zich een zienersblik ontwikkeld, des te verder de geïnitieerde ziet, des te meer Aardevreemde zielen ontmoet men, des te meer ervaart men, dat er door de Aardesfeer heen migranten gaan, die eigenlijk, men zou willen zeggen, normaal gezien niet met het aardeleven samenhangen. Dat is echter niet anders voor ons Aardemensen, als het voor de Maanbewoners is, door wiens leven we immers ook tussen de dood en een nieuwe geboorte trekken. We zijn in zekere mate, als we de sfeer van Mars bijvoorbeeld doortrekken, voor de Marsbewoners spoken; wij gaan daar door hun sfeer heen als vreemde wezens. Zo zijn echter ook de wezens van Mars in een bepaald stadium van hun bestaan in zekere zin veroordeeld om door onze Aardesfeer heen te gaan; zij komen er doorheen, en de van een zekere initiatie voorziene mens treft ze zo te zeggen door de betreffende toestanden van hun doortocht aan. Het is een voortdurend aan elkaar voorbij gaan van de wezens van ons planetenstelsel. Terwijl wij op de Aarde leven tussen de geboorte en de dood en vaak menen, dat we door niets anders omgeven zijn dan de verschillende natuurrijken, zijn in onze omgeving, de migranten daar van alle andere planeten van ons planetensysteem. En net zo zijn wij reizigers (migranten) op een bepaalde tijd tussen de dood en een nieuwe geboorte bij de andere planetaire mensen, als we dat zo zeggen mogen. Het is alleen zo, dat wij mensen op de Aarde juist het wezenlijke van datgene te ontwikkelen hebben, wat binnen de tegenwoordige wereldcyclus onze missie is. Evenzo zijn aan de andere planetaire werelden andere wezens toegewezen.(23)

Het volgende impliceert dat het mogelijk is dat er ook fysieke incarnaties op andere planeten (niet sferen) mogelijk zijn.

Men kan alleen op aarde sterven, in de fysieke wereld of in de werelden, welke in de ontwikkeling op onze aarde lijken., en alle wezens, die hiërarchisch hoger staan als de mens hebben geen kennis van de dood, ze kennen alleen verschillende bewustzijnstoestanden. (GA 152, S. 39) (24)


Het lijkt er op dat Steiner dus ook andere wezens beschrijft die niet tot de engelhiërarchieën behoren.

Steiner beschrijft een stuk ontwikkelingsgeschiedenis van aarde en mensheid. In de Lemurische tijd (Genesis in bijbel) toen de Maan zich nog in de aarde bevond, ontstond er een situatie dat de mens zich niet meer goed kon incarneren. Een verharding van de lichamelijkheid was daarvan de oorzaak. Geestelijke wezens hebben toen de materie van de maansubstantie uit de aarde genomen en deze buiten de aarde geplaatst. Behalve de scheiding in geslachten werd het daarna ook weer mogelijk voor de mensen om te incarneren. De lichamen waren weer plastisch geworden. In die moeilijke tijd kon eigenlijk alleen het geslacht van Adam en Eva geïncarneerd blijven. Gedurende de tijd dat het incarneren heel problematisch was door de verkeerde ordening van de fysieke lichamen voordat de maan uitgetreden was, waren de overige zielen uitgeweken naar andere planeten,waar de omstandigheden om te incarneren gunstiger waren.
Na de Lemurische tijd, toen de lichamen op aarde weer meer geschikt waren voor het incarnatieproces , in de Atlantische tijd, keerden er zielen van de andere planeten respectievelijk terug om zich na lange tijd opnieuw op aarde te belichamen. Dit legde tevens de grondslag voor het ontstaan van de verschillende rassen (25)
De volgende citaten gaan hierop in:
Lemurië: Na de scheiding van de Maan konden de zielen, die in de tijd daarvoor zich niet konden incarneren vanwege de zich verhardende aardse lichamen en daarom de andere planeten bevolkten, weer geschikte lichamen vinden. Er vormden zich overeenkomstig het planeetverblijf verschillende mensengroepen. Deze groeperingen van zielen was de reden van het ontstaan der menselijke rassen. (25) (26)

,,,Daarmee echter hing het volgende samen: Gedurende de uittreding van de Maan was de aarde verlaten. We hebben gehoord, dat de lichamen zo slecht geworden waren, dat ze de zielen niet meer konden herbergen. In de sagen zijn zulke kosmische gebeurtenissen bewaard gebleven, maar het occulte onderzoek, die toont hun ware oorsprong en leert ons, dat, gedurende de uittreding van de maan terwijl de Aarde verlaten was, veel zielen in de kosmische ruimte naar passende incarnaties (Verkörperung ) zochten en dan weggingen van de Aarde en op andere planeten zich belichaamden (Verkörperten). Nu echter, nadat de Maan weg was, bleek, dat de Aarde weer in staat was, passende lichamen te bieden. En nu kwamen ook de zielen weer op aarde terug, die naar de andere planeten al in de laatste tijd van Lemurië gegaan waren, en daarna in de Atlantische ontwikkeling, en ze incarneerden zich weer in deze lichamen op de aarde. Er vormden zich nu op de Aarde mensengroepen: zulke, die lichamen hadden voor zielen, die van de Jupiterincarnaties kwamen, voor degenen die van Mars, Venus of Saturnus kwamen en nu het bij hun passende vonden. Deze groepering van zielen was de oorzaak voor het ontstaan van de mensenrassen. Daarom zijn de rassen in een zekere samenhang met de wereldlichamen. Zo kon men dus van Saturnusmensen, Jupitermensen enz. spreken, en nu had ook voor het eerst zin ,wat men het rassenbegrip noemen kan. (27)

Bovenstaande citaten geven o.a. aanleiding tot de volgende overpeinzingen. Hoewel het moeilijk is te onderscheiden tussen planeetsferen en de fysieke planeten, lijkt het er toch op als er over "belichaming" op andere planeten gesproken wordt, het daar gaat over lichamen op de fysieke planeet. Je kunt je dan ook afvragen of in de Atlantische tijd alle zielen teruggekomen zijn naar de aarde? Zijn er ook zielen en of ook lichamen op de planeten achtergebleven, zogezegd als nazaten? Kunnen er in deze lichamen nog oer-menselijke entiteiten huizen of zijn het hulsels geworden waarin andere wezens hun behuizing hebben kunnen vinden? Hun eigen ontwikkeling middels deze lichamen daarin kunnen voortzetten?
Het volgende citaat nuanceert weer enigszins het thema incarneren of belichamen, want wat kunnen we eigenlijk verstaan onder "geestelijke belichamingen"? ( geistige Verleiblichungen)

Op aarde leven wij tussen geboorte en dood. Tussen dood en nieuwe geboorte staat de mens in een bepaalde verbinding met de andere planeten. U vindt in mijn boek “Theosofie” beschreven het kamaloka. Dit verblijf van de mensen in de zielenwereld is een tijd, waarin de mens een Maanbewoner wordt. Dan wordt hij een Mercuriusbewoner, dan een Venusbewoner, dan een Zonnen-, Mars-, Jupiter-,Saturnusbewoner en dan een bewoner van het verdere hemel- of wereldruim. Men spreekt niet onjuist, als men zegt, dat tussen twee incarnaties op de aarde, belichamingen (Verkörperungen ) op andere planeten liggen, geestelijke belichamingen ( geistige Verleiblichungen) (21-28)

Deze teksten van Steiner lezende van Lemurië, en uitgeweken menselijke geesten naar andere planeten is het des te opmerkelijker het verhaal van een 7 jarige Russische jongen Boriska te lezen. Je weet natuurlijk niet of deze jongen beïnvloed is door volwassenen, of zelfs dat het hele voorval gefantaseerd is, maar toch een opmerkelijk verhaal.

Leden van een anomalie-expeditie naar het noorden van de Volgograd regio vertelden me het verhaal van de wel heel bijzondere jongen Boriska. “Moet je je voorstellen, alle expeditieleden zaten op een avond rond het kampvuur toen een kleine jongen van ongeveer 7 jaar oud plotseling ieders aandacht vroeg. Hij wilde vertellen over zijn leven op Mars, de Marsbewoners en hun reizen naar de Aarde,” vertelde een getuige van het voorval aan mij. "Iedereen viel stil en luisterde naar het kleine jongetje met de levendige ogen. Anderhalf uur lang vertelde hij over een Martiaanse beschaving, megalithische bouwwerken, ruimteschepen en over het verloren land Lemurië. Hij zou in een vorig leven van Mars gekomen zijn en hij had vrienden op Aarde die woonden in Lemurië.” Eén van de expeditieleden had door dat hier iets bijzonders gebeurde en heeft het verhaal op tape vastgelegd. De toehoorders waren met name verbijsterd over de kennis die deze 7-jarige had over de onderwerpen, zijn verstand leek in niets op dat van de gemiddelde jongen van die leeftijd. (38).

Een ander thema bij Steiner, maar toch verwant is het volgende. We gaan er niet uitvoerig op in, verwijzen slechts naar bronnen (29).
Aangezien we in een zonnestelsel leven, waar alles met elkaar te maken heeft. Boven is al aangeduid hoe de verbanden met de verschillende planetensferen liggen. Mars stond vanouds bekend als die planeet, die invloed had op de agressie en de oorlogszucht van de mensen op aarde. De romeinse God “Mars” was dan ook de oorlogsgod. Maar net zo als op aarde het Mysterie van Golgotha heeft plaatsgevonden om in te grijpen in de menselijke evolutie. Zo is er ook iets gelijksoortigs in de Marssfeer gebeurd. Om de oorlogszuchtige werking die van Mars(wezens) uitging te harmoniseren, werd Boeddha als grote menselijke entiteit, die de leer van medelijden en liefde op Aarde gebracht had door de geestelijke wereld ingezet om de agressieve sfeer van Mars om te vormen. Steiner noemt wat daar gebeurd is vergelijkbaar op kleinere schaal met het Mysterie van Golgotha op aarde.
Geïnteresseerden kunnen de aangegeven bronnen er op na lezen. (29)

In een ander artikel (30) van auteur is al eens aandacht geschonken aan de zogenaamd gevallen geesten (apocalyps Johannes) en hoe ze zich middels menselijke lichamen na het jaar 1879 proberen te manifesteren. Er zijn geesten die in een vorige planetaire fase van de aarde achtergebleven zijn, toen een fysiek lichaam hadden, maar nu tijdens de aarde ontwikkeling zonder zo'n lichaam zijn en derhalve lichamen van andere wezens behoeven om hun achterstand in te halen. Engelen bijvoorbeeld hebben geen fysiek lichaam, hun laagste lichaam is een levenslichaam (etherlichaam).
Steiner spreekt o.a. over gevallen ahrimanische geesten. Ahrimanische geesten hebben een grote affiniteit met techniek, ze zijn ook de inspirators van de technologische ontwikkelingen op aarde in zoverre deze materialistisch zijn. Deze functie kunnen ze ook hebben middels incarnaties in lichamen die op andere planeten beschikbaar zijn. In deze context is de term “fallen angel technology” wel apart gevonden. (43),

Een fysiek wezen, dat wil nog niet altijd zeggen dat deze met normaal ontwikkelde zintuigen zichtbaar hoeft te zijn aldus Steiner. Van gnomen bijv. zegt hij dat hun hoogste lichaamsdeel fysiek is en de overige in de zogenaamde ondernatuur (elementenrijken (31) te vinden zijn, in het bereik van de zwaartekracht, magnetisme,elektriciteit etc. Een fysiek lichaam dat niet opgevuld is met minerale substantie zoals het biologische lichaam van mens en dier hoeft niet zichtbaar te zijn.


Elementaargeesten, ahrimanische gnomen.

De mens met een veranderd bewustzijn, kan niet alleen de door de aardesferen heen trekkende planeetbewoners waarnemen (welke waarneming gekleurd kan worden door de cultuurbril die hij op heeft), maar ook een aantal natuurwezens waaronder de eerder genoemde gnomen of aardmannen. Wezens die wel fysiek kunnen werken, maar toch voor het merendeel der mensheid onzichtbaar zich voortbewegen. Steiner beschrijft hun lichamelijkheid zo, dat ze zich zonder moeite dwars door gesteenten en ertslagen heen kunnen bewegen, zoals vissen door het water en landdieren en mensen door de lucht. Hun fysieke lichamelijk bestaat daarbij uit zwaartekracht. (32) Er is een categorie van deze wezens, die onder invloed van ahrimanische machten is gekomen. Er zijn ook verhalen van mensen die spreken over een holle aarde, waar wezens zouden wonen. Dit kan zo'n gekleurde visie zijn vertaald in moderne begrippen van wezens die door de materie heen kunnen bewegen. (32) Voor deze fysieke wezens lijkt de aarde hol.
Het is denkbaar dat dergelijke wezens (door hun affiniteit met techniek) mede oorzaak zijn van een aantal ervaringen die diverse mensen beschreven hebben als encounters met ufo's.. (05)
Hier wordt nu niet uitvoerig ingegaan op een thema dat Steiner hiermee ook in verband lijkt te brengen, n.m.l. de "achtste sfeer".(33) Mogelijk komt dat later in een ander artikel nog aan bod. Ook het thema mechanisch occultisme wordt hier nu niet verder onderzocht in de samenhang met de zogenaamde ondernatuur. (34) In een artikel over transhumanisme (35) heeft de auteur echter al wel een eerste aanzet daartoe gegeven. Wat hier ook (nog) niet meegenomen is, is of de natuurwetten zoals wij die in ons zonnestelsel kennen ook geldigheid hebben in andere sterrenstelsels.

Steiner o.a. over kabouters (gnomen):

Nu, ik zei reeds, ons lichaam vormt in feite een belemmering om zulk een volkje waar te nemen. Op hetzelfde moment dat het lichaam niet meer zo’n belemmering vormt, zijn deze wezens aanwezig, zoals andere natuurwezens zichtbaar zijn. En wie het zo ver heeft gebracht, bij vol bewustzijn de inslaapdroom te beleven, die kent deze kabouters zeer wel. U behoeft zich alleen te herinneren wat ik onlangs, juist over de droom in het tijdschrift‘ Das Goetheanum’ heb uitgewerkt. Ik zei, dat de droom feitelijk niet in zijn ware gestalte in het gewone bewustzijn komt, maar dat hij een masker draagt. De inslaapdroom draagt ook een masker. Als we het gewone bewustzijn verlaten, verlaten wij niet meteen, wat we overdag of anderszins beleefd hebben: reminiscenties, herinneringsbeelden uit het leven, of symbolen, zinnebeelden van inwendige organen: het hart als kachel, de long als vleugel, enz. fungeren als symbolen. Dat zijn maskeringen. Zou de mens de droom ongemaskerd zien, zou hij overgaan in de slaaptoestand en in die wereld binnentreden zonder dat de daar aanwezige wezens zich maskeerden, dan zou de mens, juist bij het inslapen, dit hele leger van kabouters zien. Die zouden hem tegemoet komen.De mens is er evenwel voor behoed om deze dingen onvoorbereid waar te nemen, omdat hij ervan zou schrikken. Want zij vormen in de gedaante waarin zij de mens daar tegemoet treden, eigenlijk afbeeldingen van al datgene wat in de mens werkt als afbrekende krachten. De mens zou alles waarnemen wat in zijn wezen werkt als vernietigende krachten, als iets wat voortdurend afbreekt. En deze kabouters zouden, onvoorbereid waargenomen, zich voordoen als louter symbolen van de dood.De mens zou daarvan ontzettend schrikken, als hij er voor zijn gewone verstand nooit van zou hebben gehoord en ze hem nu bij het inslapen tegemoet zouden komen en hem om zo te zeggen zouden begraven. Want zo zou het er uitzien, begraven worden daarginds in de astrale wereld. Want het is een vorm van begraven-worden door de kabouters, hetgeen daar bij het inslapen, van daarginder uit gezien, gebeurt.Nu, dat geldt eigenlijk alleen voor het moment van het inslapen. (45)

Sergej Prokofieff beschrijft in zijn boek (18+40) waar ook gesproken word over Shamballah, als het land van het nieuwe etherhelderzien (44), dat occultisten ,zoals de besproken Roerichs onbekende vliegende objecten beschrijven. Hij verklaard dit als een fenomeen uit de achtste sfeer. Door zwartmagische handelingen is het mogelijk geworden om imaginaties te verdichten, met materie te impregneren, dewelke dan als hallucinaties voor mensen zichtbaar worden.

Terwille van de lengte van dit artikel is heel veel nog helemaal niet genoemd en van veel is ook maar summier iets aangestipt. Over het thema is vanuit antroposofisch gezichtspunt ook nog niet heel veel geschreven. (36) en ook daar is het speculatieve gehalte soms hoog, waar new age om de hoek komt kijken. Misschien wordt ook dit artikel wel als zodanig ervaren.
Daarentegen is er vanuit andere perspectieven al ongelofelijk veel over gepubliceerd en gespeculeerd. (01)

Een serieuzer boek (niet uit antroposofische hoek) lijkt te zijn van Colin Wilson, die ook ingaat op het thema veranderde bewustzijnstoestand:

De auteur is een bekend schrijver op het gebied van religie, spiritualiteit en mystieke ervaringen. In dit boek doet hij verslag van een diepgaand onderzoek naar ervaringen met UFO's en (ontvoeringen door) z.g. buitenaardse wezens. Hierbij toont hij zich doortastender dan de meeste andere recent verschenen boeken over dit onderwerp. Een belangrijk verschil is dat hij aannemelijk maakt dat UFO's en verschillende soorten aliens tot andere dimensies behoren, d.w.z. tot werelden (parallelle universa) die dwars door onze ruimte heen bestaan maar door hun andere energie-trillingsfrequentie doorgaans onzichtbaar blijven. Sommige gevoelige mensen kunnen daarvan in bepaalde omstandigheden echter iets waarnemen, hetgeen vaak shockerend is - vergelijkbaar met de waarneming van geesten van overledenen e.d. Het een en ander werpt een nieuw licht op de aard van ons bewustzijn en de werkelijkheid als geheel. Zeer goed gedocumenteerd, met zw.--w. foto's, uitgebreide bibliografie en trefwoordenregister. Op het kaft een schildering van een 'grijze', een van de soorten aliens. Een boek dat veel andere overbodig maakt!
(Biblion recensie, P.O. Kampschuur.) (37)

De toekomst zal uitwijzen of het ook nog eens echt mogelijk wordt om daadwerkelijk Ifo's te beschrijven met hun aliengels als kosmonauten.
Met het naderbij komen van nieuwe vormen van helderziendheid vallen de scheidslijnen steeds meer weg tussen fysiek en boven- en onderzinnelijk. (34) Daarmee valt ook de bescherming weg die we genoten door het niet zien en het niet weten. We zullen ons daar in de toekomst steeds meer mee moeten gaan uiteenzetten. Inzichten vanuit de antroposofie kunnen daarbij mogelijk behulpzaam zijn.


Noten

01. diverse bronnen, artikelen en youtube filmpjes (slechts een zeer kleine selectie) variërend van serieus tot pure humbug: http://www.ufocasebook.com/bestalienpictures.html, beeldmateriaal

youtube filmpjes:

boeken:
http://www.bol.com/nl/p/ufo-s-bestaan-gewoon/9200000009985136/?bltg=itm_event%3dclick%26pg_nm%3dpdp %26slt_id%3dprd_reco%26slt_nm%3dproduct_recommendations%26slt_pos%3dC1%26slt_owner%3dccs %26itm_type%3dproduct%26itm_lp%3d1%26itm_id%3d9200000009985136%26itm_role%3din

02. complottheorien; https://www.youtube.com/watch?v=LL-p3D3gUcc

03.
De ook van TV bekende "helderziende" Robbert van den Broeke gaat wel heel erg ver in zijn claim fysieke bewijsstukken van aliens in zijn ijskast te hebben liggen. Het spreekt wel vanzelf dat deze nooit in een objectief laboratorium zullen terechtkomen.

04. http://antropocalypsearchief.blogspot.nl/2015/11/die-andere-wirklichkeit-ufos-engel.html, Die andere Wirklichkeit: UFO´s, Engel, Elfen und Spiritualität van Keith Thompson
09. wetmatigheden in de natuur Fibonacci: http://www.scientias.nl/fibonacci-in-de-natuur/
10. https://nl.wikipedia.org/wiki/In_de_ban_van_de_ring en https://nl.wikipedia.org/wiki/Harry_Potter en een artikel van auteur: http://antropocalypse.blogspot.nl/2012/09/5a-harry-potter-witte-magie-mani.html
11. http://www.mt.net/~watcher/noah.html Nephilim
12. http://www.niburunl.nl/
13. Erich von Daniken: waren de goden kosmonauten? http://www.bol.com/nl/p/waren-de-goden-kosmonauten/666762638/.
14. nieuwe helderziendheid: in de volgende artikelen over de Maya's heeft de auteur daar over geschreven: http://antropocalypse.blogspot.nl/2012/11/mayas-en-het-jaartal-2012-21-december.html en http://antropocalypse.blogspot.nl/2012/12/de-mayas-en-het-nieuwe-tijdperk-2.html
15. Roswell: ,https://nl.wikipedia.org/wiki/Roswellincident
16. Hans Bonneval: Die Offenbarung der Engel und die achte Sphäre -
Erleben wir Ufos oder Christus und Angelos?
http://www.denkschule-hamburg.de/code/buch_engel.htm
17. R.Steiner: wat doen de engelen in ons astraallichaam: http://antropocalypse.blogspot.nl/2011/09/hoe-werken-de-engelen-in-ons-astrale.html
18. Sergej Prokofieff over ufo en 8e sfeer.: Der Osten im Lichte des Westens Band 1: Die Lehre von Agni Yoga aus der Sicht der christlichen Esoterik blz. 36, 89-90 en 150.
19. http://anthrowiki.at/Planet planetensfeer
20. http://anthrowiki.at/Weltenmitternachtsstunde middernachtelijke uur ;
21. GA 130, blz. 318 Hamburg, 11. Juni 1912
22. GA 140. blz. 235 Frankfurt, 2. März 1913 (ook Boeddha op Mars)
23. GA 140. blz. 275 München, Zweiter Vortrag, 12. März 1913
24. GA 152, blz. 39
25. dat er tegenwoordig mensen zijn , die Rudolf steiner van racisme beschuldigen (ook binnen zogenaamd antroposofische kringen), toont aan dat ze niets begrepen hebben van diens uiteenzettingen op dat gebied, zoals hier te lezen is, hebben rassen een hele ontstaansgeschiedenis.
26. GA 109, 08.06.1909, Budapest
27. GA 109 Budapest, 9. Juni 1909
28. GA 130, blz. 318
29. bronnen Mars en Boeddha ;http://vrijgeestesleven.be/diabasis/b25mars.htm , http://vrijgeestesleven.be/diabasis/b25boed.htm
30. http://antropocalypse.blogspot.nl/2012/09/christus-en-de-tegenstrevende-machten.htmlelementenrijken: http://anthrowiki.at/Elementarische_Welt, http://anthrowiki.at/Elementarwesen, http://anthrowiki.at/Elementarreiche, en zie natuurgeesten: http://users.telenet.be/antroposofie/vanaf40/b64dd.htm#03, http://anthrowiki.at/Wesensglieder_der_Elementarwesen
32. Zwaartekracht als fysiek lichaam gnoom; http://anthrowiki.at/Gravitation
33. achtste sfeer: http://anthrowiki.at/Achte_Sph%C3%A4re
34. ondernatuur ; http://anthrowiki.at/Untersinnliche_Welt, http://anthrowiki.at/Ahriman-Schule
35. transhumanisme ; http://antropocalypse.blogspot.nl/2012/09/5b-antroposofie-en-transhumanisme.html
36. antroposofisch geinspireerde auteurs over ufo's:
http://www.amazon.de/Au%C3%9Ferirdische-Intelligenz-Realit%C3%A4t-oder-Illusion/dp/B00UIP93NW
Außerirdische Intelligenz - Realität oder Illusion Broschiert – 1993 von K. H. Türk (Autor)
http://www.odysseetheater.org/ftp/anthroposophie/Anthrowiki/AnthroWiki_10.pdf
http://www.antroweb.nl/html/graancirkels2
http://mikeondoor-news.de/ufos-ja-oder-nein/
http://vrijgeestesleven.be/vanaf40/b55a-htm.htm#005
http://www.zachariel.nl/pdfversies/ufo.pdf
Georg Unger ; Flying saucers, 1958. http://www.amazon.com/Flying-saucers-Physical-spiritual-aspects/dp/B005WVYXNM
Max Rebholz ; http://anthrowiki.at/Ufo-Frage
37. Colin Wilson ; link http://www.bol.com/nl/p/aliens-aan-de-horizon/666831044/
38. http://www.runningfox.nl/overigeartikelen/boriska.htm Boriska
39. saters en faunen ; http://vrijgeestesleven.be/vanaf70/b82/b82a.html#04
40. Prokofieff 8ste sfeer (zie 18); daar blz. 36, 89-90 en 150.
41. elementaargeesten: zie noot 30
42. engelhiërarchieën, enkele genoemd in volgend artikel: (zie noot 30)
fallen angel technology: https://www.youtube.com/watch?v=7ZlWdmX1yFM&feature=youtube_gdata_player
43. Steiner over Shamballah ivm de wederkomst van Christus GA 118, 6-3-1910 nieuwe helderziendheid
44. http://vrijgeestesleven.be/vanaf70/b82/b82a.html#04 inslaapdroom
45. diverse duidingen: https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Hallucinatie, https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Hypnopompie, https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Hypnagogie, https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Slaapverlamming,



Kees Kromme
dit artikel komt ook op volgende blog te staan. Aldaar is het mogelijk om reacties in te sturen.





















Bronteksten (duits) die (vrij) vertaald zijn:

Die Ereignisse, insbesondere bei Marienerscheinungen, sind den UFO-Sichtungen sehr ähnlich: Helle Kugeln oder Lichtscheiben steigen vom Himmel herab oder schweben über den Wallfahrtsorten und manchmal entsteigt ihnen ein Lichtwesen. (04)

Vorgesehen sei es im Entwicklungsplan der Menschheit, daß in unserer Zeit die Menschen beginnen würden, ihren Engel in spontan auftretendem Hellsehen zu schauen. Die auf diese Weise erlebten Engel würden dann ihren Menschen einführen in die geistigen Geheimnisse des irdischen Soziallebens. Auf diese Weise ließe sich das Zusammenleben der Menschen vollkommen neu gestalten. Allerdings hängt das Gelingen dieses Planes vom Maße des Interesses der Menschen ab.
Würden sich nicht genügend Menschen interessieren für diese Arbeit der Engel, so könnte die gesamte Entwicklung eine ungute Wendung nehmen. Es käme daher sehr darauf an, in unserer Zeit aufmerksam zu sein auf das, was Menschen innerlich erleben. Es dürfe - so Steiner - nicht verschlafen werden, wenn Menschen beginnen, ihren Engel zu schauen.
Es gäbe aber auch Menschen, welche ein großes Interesse daran hätten, die Menschheit nicht zum Erleben des Engels gelangen zu lassen. Steiner spricht in diesem Zusammenhang von okkulten Logen und Orden, welche massiv in das Weltgeschehen eingreifen würden.
Nehmen wir Rudolf Steiner ernst, so hätten wir uns zu kümmern um das, was Menschen heute innerlich erleben. Erleben sie UFOs oder ihren Engel? Und selbst wenn es der Engel ist, wie erleben sie ihn? Denn es gibt zahlreiche Möglichkeiten der Täuschung wie z. B. auch die der achten Sphäre, welche den Menschen alle möglichen Bilder erleben lassen kann, ohne wahr und real zu sein, zum allergrößten Schaden des einzelnen und der Gesamtheit der Menschen sowohl als auch der Engel. (16)

Jeder existierende Planet, genauer gesagt die ihm zugehörige Planetensphäre (→ Herrschaftsgebiete der Hierarchien), ist von Wesenheiten bevölkert. Wurde im antiken Griechenland und im antiken Rom durch Okkultisten von einem Planeten gesprochen, war damit die Gesamheit der Geister gemeint, welche diesen bewohnt. So ist der Mond die Heimat der Angeloi, der Merkur die der Archangeloi, die Venus wird von den Archai bewohnt, die Sonne von den Gewalten, der Mars von den Mächten und der Jupiter von den Herrschaften. Der Begriff Saturn war identisch mit demjenigen für die Wesen, die unter anderem als Throne deklariert werden. (19)

Denken Sie einmal, daß also für die Bewohner des Mars, die besonders zum
Mars gehören, ein Mensch, der da lebt zwischen dem Tod und einer neuen Geburt, durch das Marsdasein gehen kann, ohne in Berührung zu kommen mit den Marswesenheiten. Er sieht sie nicht, sie sehen ihn nicht. So ist es auch für die Erde. Durch die Erdensphäre gehen
fortwährend Wesen, die eigentlich zu anderen Planeten gehören, so wie der
Mensch zur Erde gehört.
Marsbewohner verleben ihr reguläres Leben auf dem Mars, und zwischen ihrem
Erlebnis, das dem Tode entspricht – es ist zwar etwas anders – und ihrem
neuen Leben auf dem Mars, vollziehen sie den Durchzug durch die anderen
Planeten. So daß tatsächlich Bewohner der anderen Planeten fortwährend durch unsere
Erdensphäre durchgehen. Die Erdenmenschen können mit ihnen in kein
Verhältnis treten, weil sie eben unter ganz anderen Daseinsbedingungen leben
und weil sie unter Umständen eben gar keine Beziehungen angeknüpft haben auf dem Mars mit diesen Wesen. Was wäre denn notwendig, um diesen Durchzüglern durch die Erdensphäre, die
eigentlich anderen Planeten zugehören, zu begegnen? Es wäre nötig, daß man
Berührungspunkte mit ihnen entwickelt hätte auf ihren eigenen Planeten. Das
kann man nur, wenn man hier auf der Erde schon bewußt durch die Entwickelung
übersinnlicher Kräfte mit anderen als Erdenwesen in Beziehung kommen kann. So stellt sich
in der Tat die Möglichkeit ein, daß bei denen, die eine höhere Geistesschulung durchgemacht haben, auch eine Begegnung stattfinden kann mit den Durchzüglern von anderen Planeten. Und von ihnen kann erfahren werden, wie das Marsdasein (beispielsweise) ist.
140.235f
Frankfurt, 2. März 1913 (22)

Und je mehr sich ein seherischer Blick ausbildet, je weiter der Initiierte
sieht, desto mehr erdenfremde Seelen begegnet man, desto mehr erfährt man,
daß da durch die Erdensphäre Durchzügler durchgehen, die eigentlich, man
möchte sagen, normalerweise nicht mit dem Erdenleben zusammenhängen. Das ist
aber nicht anders für uns Erdenmenschen, als es für die Mondenbewohner ist,
durch deren Leben wir ja auch zwischen dem Tod und einer neuen Geburt
durchgehen. Wir sind in einer gewissen Weise, wenn wir die Sphäre des Mars
zum Beispiel durchgehen, für die Marsbewohner Gespenster, wir gehen da durch
als ihrer Sphäre fremde Wesenheiten. So sind aber auch die Wesen des Mars in
einem gewissen Stadium ihres Daseins durchaus verurteilt, durch unsere
Erdensphäre durchzugehen; sie kommen da durch, und der mit einer gewissen
Initiation Ausgestattete trifft sie sozusagen durch die geeigneten Zustände bei ihrem Durchzug durch die Erdensphäre. Es ist ein fortwährendes Aneinandervorbeigehen der Wesenheiten unseres Planetensystems. Während wir auf der Erde leben zwischen der Geburt und dem Tode und oftmals meinen, daß wir von nichts umgeben sind als nur von den Wesenheiten der verschiedenen
Naturreiche, sind in unserer Umgebung die Durchzügler da von allen anderen
Planeten unseres Planetensystems. Ebenso sind wir Durchzügler zu einer
gewissen Zeit zwischen dem Tode und einer neuen Geburt bei den anderen
planetarischen Menschen, wenn wir so sagen dürfen. Es ist nur so, daß wir Menschen auf der Erde
gerade das Wesentlichste von dem zu entwickeln haben, was innerhalb des
gegenwärtigen Weltenzyklus unsere Mission ist. So sind den anderen
planetarischen Welten andere Wesenheiten zugeteilt.
140.275 München, Zweiter Vortrag, 12. März 1913 (23)

Man kann nur auf Erden sterben, in der physischen Welt oder in den
Welten, welche in der Entwicklung unserer Erde gleichen
, und alle die
Wesenheiten, die hierarchisch höher stehen als der Mensch, haben keine
Kenntnis vom Tode, sie kennen nur verschiedene Bewusstseinszustände.
(GA 152, S. 39) (24)

Lemurien Nach der Mondentrennung konnten die Seelen, die in der Zeit davor sich in
den verhärtenden irdischen Leibern nicht inkarnieren konnten und die deshalb
die anderen Planeten bevölkerten, wieder geeignete Leiblichkeiten finden. Es
bildeten sich entsprechend dem „Planetenaufenthalt“ verschiedene
Menschengruppen. „Diese Gruppierung der Seelen gab die Veranlassung zu der Entstehung der Menschenrassen.“
17(08.06.1909, Budapest) 2019 1/233 109-22 (26)

....Damit aber hing das Folgende zusammen:
Während der Mondloslösung war die Erde verödet. Wir haben gehört, daß die
Leiber so schlecht geworden waren, daß sie den Seelen keine Unterkunft mehr
sein konnten. In der Sage sind solche kosmischen Vorgänge erhaltengeblieben,
aber die okkulte Forschung, die zeigt ihren wahren Ursprung und lehrt uns,
daß, während der Abtrennung des Mondes, als die Erde verödet war, viele
Seelen in dem kosmischen Raum nach geeigneter
Verkörperung suchten und dann
fortgingen von der Erde und auf andern Planeten sich ----
verkörperten---.
Jetzt aber, nachdem der Mond fort war, zeigte es sich, daß die Erde wieder
fähig war, geeignete Leiber abzugeben. Und jetzt stellten sich auch die
Seelen auf der Erde wieder ein, die auf die andern Planeten schon in der
letzten Zeit der Lemuria gegangen waren, und darnach in der atlantischen
Entwickelung, und sie verkörperten sich wieder in diesen Leibern auf der
Erde. Es bildeten sich nun auf der Erde Menschengruppen heraus:
solche, die Leiber hatten für Seelen, die von Jupiterverkörperungen
herkamen; für jene, die von Mars, Venus oder Saturn kamen und nun das zu
ihnen Passende fanden. Diese Gruppierung der Seelen gab die Veranlassung zu
der Entstehung der Menschenrassen. Dadurch sind die Rassen in einem gewissen
Zusammenhang mit den Weltenkörpern. So konnte man also von Saturnmenschen,
Jupitermenschen und so weiter sprechen, und nun hatte auch das erst
Berechtigung, was man den Rassenbegriff nennen kann.
Budapest, 9. Juni 1909 GA 109 (27)

"Auf der Erde leben wir zwischen Geburt und Tod. Zwischen Tod und neuer Geburt steht der Mensch in einer gewissen Verbindung mit den anderen Planeten. Sie finden in meiner «Theosophie» beschrieben das Kamaloka. Dieser Aufenthalt des Menschen in der Seelenwelt ist eine Zeit, während welcher der Mensch ein Mondbewohner wird. Dann wird er ein Merkurbewohner, dann ein Venusbewohner, dann ein Sonnen-, Mars-, Jupiter-, Saturnbewohner und dann ein Bewohner des weiteren Himmels- oder Weltenraumes. Man redet nicht unrichtig, wenn man sagt, daß zwischen zwei Inkarnationen auf der Erde Verkörperungen auf anderen Planeten liegen, geistige Verleiblichungen. ." (Lit.:GA 130, S. 318) Hamburg, 11. Juni 1912 (21)_(28)



terug naar inhoudsopgave

zaterdag 21 maart 2015

KUNSTMATIGE INTELLIGENTIE



Kunstmatige intelligentie

De zelfrijdende auto komt eraan.

(Auto van automobiel, auto betekend zelf en mobiel is bewegen, zelfbeweger dus.)




Deze titel stond onlangs in de Kampioen, het ledenblad van de ANWB. (1

Een stukje tekst hieruit geciteerd.

Fileprobleem Een ambitie waar minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu wel oren naar heeft. De bewindsvrouw stuurde onlangs een brief naar de Tweede Kamer waarin ze pleit voor grootschalig testen met zelfrijdende auto’s. Ze wil dat Nederland voorop gaat lopen in technische innovaties. De eerste aanzet werd vorig jaar al gegeven, toen in november het Toyota-drietal van TNO zelfstandig over de A10 mocht rijden. Een primeur. De Toyota’s slaagden hierin dankzij een systeem dat Cooperative Autonomous Cruise Control wordt genoemd. De voertuigen zijn uitgerust met speciale sensoren en supersnelle wifi waardoor ze razendsnel op elkaar kunnen reageren. En daar ligt de oplossing voor het fileprobleem. Door hun korte reactietijd kunnen de auto’s veel dichter op elkaar rijden – de onderlinge afstand bedraagt maar 0,3 seconden – waardoor er meer ruimte op de weg ontstaat. En omdat de wagens beter op hun voorligger anticiperen, rijden ze minder abrupt, een rijeigenschap die normaal voor files zorgt. Dat maakt ze trouwens ook veel zuiniger en schoner. En Leo Kusters ziet nog een voordeel: “Een zelfrijdende auto voelt de nasleep van een drukke werkdag niet. Hij is altijd scherp en dat maakt hem minder gevoelig voor aanrijdingen.” En dat is weer gunstig voor de verkeersveiligheid. De volgende stap: auto’s laten ‘praten’ met hun omgeving. Door signalen die smartphones uitzenden, kan de auto voetgangers en fietsers al lokaliseren voordat normale bestuurders ze kunnen waarnemen. En als de wagens worden gekoppeld aan de infrastructuur, bijvoorbeeld door ze te verbinden met stoplichten, zal de doorstroming in de stad enorm verbeteren. Kan hij dan ook nog verkeersborden lezen, dan is de ideale verkeersdeelnemer geboren.

Intermezzo.
In een eerder artikel heeft auteur een inleiding geschreven over transhumanisme.(2 Het is de bedoeling dat er ook nog veel dieper op deze stroming(en) zal worden ingegaan in toekomstige artikelen. (7
Maar dit artikel is een intermezzo om te laten zien, wat er allemaal nu al op ons afkomt. Later dan over wat de toekomst nog meer voor ons in petto kan hebben als de ontwikkelingen doorgaan zoals deze in werking zijn gezet. En deze ontwikkelingen lijken steeds meer te accelereren. (3 (14


Mechanisering, vertrouwen in techniek.

In bovenstaand stukje citaat is dus te zien, dat onze minister Schultz van Hagen graag wil dat Nederland voorloper wordt met een techniek die het mogelijk moet maken om het verkeer totaal te mechaniseren en te computeriseren. Kennelijk is er een groot vertrouwen in de techniek, die ons al die voorgespiegelde zegeningen moet gaan brengen. In Amerika is Google (4 al verder gevorderd in het scheppen van dergelijke verkeersmiddelen. De gedachte erachter is, vliegtuigen kunnen al op de automatische piloot vliegen, havenbedrijven met containers handelen de verlading van schepen al helemaal gecomputeriseerd af. Magazijnen van grote warenhuizen werken al zo. En zo zijn er talloze andere dingen in de maatschappij die al op een dergelijke manier functioneren.

Implicaties.

Voordat ingegaan wordt op het wereldbeeld van mensen dat ten grondslag ligt aan de doelstelling om deze verregaande computerisering en mechanisering van de maatschappij te promoten eerst maar eens ingaan op het eerder aangehaalde stukje citaat uit het ANWB tijdschrift. (1

De minister van Infrastructuur denk dus al veel verder dan alleen het autoverkeer.
De hele infrastructuur moet aangepast worden. Stoplichten, verkeersborden en andere zaken dienen allemaal opgenomen te worden in een groot web, een informatienetwerk. Daarbij wordt o.a. gedacht aan Wifi. Maar daarnaast fietsers en voetgangers, spelende kinderen, deze dienen allemaal een smartphone bij zich te hebben, want anders kan de zelfrijdende auto deze niet herkennen. Dus ook gsm moet aan dat netwerk gekoppeld worden, net zoals elke andere vervoermiddel opdat deze door anderen herkend kan worden in de file of in wegsituaties. Georg Orwell, zou zich zeer geïnspireerd gevoeld hebben bij het schrijven van zijn boek 1984, als hij dit allemaal ook voorzien had. (5

De mechanische techniek wordt dus ingesponnen in een heel elektronisch netwerk. Dat netwerk is er natuurlijk al (www, het world wide web),maar zal alleen nog maar verder uitgesponnen worden. Een voorbeeldje is dat men bijv. ook ijskasten daarop aansluit, die automatisch contact zouden moeten opnemen met supermarkten indien er gebrek aan een bepaald product zou ontstaan. Ook alle producten moeten dan gecodeerd in het systeem opgenomen worden. Zo ook de energiemeters in de meterkasten van de huizen.

De auto zoals we hem nu kennen maar die ook al steeds meer ingesponnen wordt in het netwerk (autonavigatie, automatisch parkeren e.
d.) moet dan nog meer uitgebreid worden met een centrale computer die in het hoofd netwerk zit (en daar worden de beslissingen genomen) en allerlei sensors, die de positie van de auto t.o.v. de omgeving moeten detecteren. Ik noem er enkele: bewegingsrichting, snelheid, toestand van de weg, andere weggebruikers, dag-nachtdetectie, verkeersregels, verkeersborden. Kortom alles wat u als mens nodig heeft om veilig te kunnen rijden, maar dan nog veel beter!
En dan met de ervaring van mensen die eens een computercrash hebben meegemaakt (wie niet?) en alle data kwijt waren en nog veel meer ellende, natuurlijk ook allerlei veiligheidssystemen. Want wie zou de grootste kettingbotsing ooit in de geschiedenis voor zijn rekening willen nemen in geval van calamiteiten zoals stroomuitval of hackers of zelfs terroristische aanslagen op datacentra?

Nu het volgende geval. De zelfrijdende, zelfdenkende auto rijdt uw kind of kleinkind dood.
Het ANWB artikel noemt dit wel even, maar er wordt snel over heen gegaan, immers de oplossingen zullen mettertijd wel komen denkt men gemakshalve.

Wie of wat is aansprakelijk?

De niet zelf sturende autobezitter? Hij zit achterin zijn krantje te lezen of meer waarschijnlijker zijn e-reader.
De fabrikant van de auto?
De computerfabrikant?
De fabrikanten van de sensors?
De wasstraat die de sensors niet goed schoongemaakt heeft waardoor er fouten konden optreden?
De fabrikant van de computer software? De bedenkers van kunstmatige intelligentie?
De beheerder van het netwerk?
De schepper en beheerder van de infrastructuur? Foutje, even Apeldoorn bellen, dat hadden we niet voorzien?
Het kind, het had vergeten zijn smartphone mee te nemen, toen het op straat ging spelen en werd derhalve niet tijdig herkend? Was de wet er nog niet dat chips verplicht geïmplanteerd moesten worden om dergelijke gevallen te voorkomen? dan zijn de ouders zelf schuldig dat ze dat chippen bij hun kind niet hebben laten doen? Of regering schuldig door falende wetgeving?
Nu, zo zijn er nog legio meer dingen aan te voeren al of niet van juridische snit.

Mensbeeld en maatschappijbeeld.

Uitgaande van het doodgereden kind, maar dan is het namelijk al veel te ver, want ze experimenteren er nu al mee, dan is de hele infrastructuur daar al op ingericht en zal men proberen dit steeds meer te vervolmaken opdat zulke calamiteiten zich niet meer kunnen voordoen.

Voor die tijd moet men zich afvragen welk mens en maatschappijbeeld ligt er ten grondslag aan dit computeriserende (to compute = tellen) en mechanistische denken? Hoe kunnen weldenkende mensen beslissingen over leven en dood overdragen aan machines, al of niet van zogenaamde AI (artificial intelligence of kunstmatige intelligentie) voorzien , aan bewapende satellieten en drones in het hemelruim of aan de zelfrijdende auto? (14
Om hun ideale maatschappij te bereiken is het kennelijk gewoon noodzakelijk dat die hele infrastructuur aangelegd wordt. Wat zit daarachter? (6

Zoals eerder aangehaald (2 is er tegenwoordig een stroming die zich sterk profileert, het transhumanisme. Ook wel posthumanisme genoemd. Men heeft de idee dat er in een niet al te verre toekomst een nieuwe mensensoort ontstaat trans of post = voorbij, humanisme =mensheid. Deze mens zal dan genetisch gemanipuleerd en door techniek zo aangepast zijn dat dit een soort supermensen zullen zijn. Althans dat geloven de transhumanisten die zich ook steeds meer manifesteren als een nieuw soort geloof. Het zijn pure materialisten,maar hun ideeën naderen het religieuze vanuit een andere hoek opnieuw.
De mens die daarin niet mee wenst te gaan wordt als een soort subspecie afgedaan. (2

Hun profeet kun je gevoeglijk wel Ray Kurzweil noemen. Een man, multimiljonair en uitvinder van vele innovaties. Zo is bijv. zijn streven om de blinden te laten zien en de lammen te laten lopen door technische kunststukjes. Van hem stammen ideeën als zou de geest van de mens na zijn dood geüpload kunnen worden in een computer om daarmee onsterfelijkheid te bereiken. Hij zelf hoopt door nu heel veel vitaminepillen te slikken zolang te overleven tot de singulariteit daar is.
Er is een film op youtube van deze man, die een goede indicatie geeft wat men onder transhumanisten tegenwoordig kan horen. (8
N.a.v. dit zelfportret is er ook een Hollywood film gemaakt, die de ideeën projecteert in een nabije toekomst.(9 Een aantal jaren geleden hoorde dit nog bij de pure science fiction. Maar de hedendaagse transhumanistische wetenschap is heel hard bezig om dit praktisch te gaan verwezenlijken.
In het zelfportret, de documentaire waar Kurzweil zijn visie verwoord ook te zien hoe hij hoopt zijn overleden vader weer virtueel in het leven terug te halen, door een computer te vullen met alle data die er over zijn vader bekend is. Je zou zeggen hij heeft een vadercomplex, maar toont ook aan dat hij een persoon, een individualiteit slechts ziet als een opeenstapeling van heel veel data. Deze kan gereconstrueerd worden (in de toekomst). Deze man die sinds kort bij Google (10 werkt en daar een wereldbrein wil ontwikkelen (een soort ahrimanische akasha-kroniek) heeft de term singulariteit tot een hype status voor de transhumanisten gemaakt. Daarop hoopt men nu met een soort religieuze ijver.
Dat deze singulariteit zich al zal kunnen voltrekken in de jaren 2033-2045 daarvan getuigd zijn boek: de singulariteit is nabij. (9 (7 (2
In de documentaire wordt de vraag aan hem gesteld: “”does God exist?”” En hij antwoord dan “”not yet.”” (bestaat God?, nog niet.)

Dit is nu ook waarom transhumanisme een nieuw geloof aan het worden is.(15 Als atheïsten steekt men de draak met religies, maar ondertussen zijn ze bezig met een toekomstige nieuwe God te scheppen, die dan miljarden malen intelligenter zou zijn dan de mens, verbonden aan het world wide web, alles controlerend en hopelijk (volgens sommige transhumanisten) niet de inferieure mensheid uitroeiend. Deze God van deze wereld kan blinden laten zien, lammen laten lopen en andere wonderen via nanotechnologie volbrengen. Een echte verlosser en brenger van het (verloren) aardse paradijs.

Dis is waar komende artikelen o.a. over zullen gaan. Als je alle uitspraken van Steiner over de komende incarnatie van Ahriman serieus wilt nemen, dan kom je tot de conclusie, dat de transhumanisten die ernaar streven hun aardse superintelligente God te creëren m.b.v. technologie, dat deze God hun zelf inspireert om de infrastructuur voor zijn eigen komst te scheppen. In Hollywood heeft men al diverse scenario's uitgewerkt hoe dit zich zou kunnen voltrekken als de tijd daarvoor rijp gemaakt is. (13 (9

Al eerder gezegd vroeger zou dit reinste science fiction geweest zijn, maar ze werken naar dit scenario toe. Googelen op trans-posthumanisme kan u ervan overtuigen hoe ver men al is in het denken over deze nieuwe wereldorde.

Al eerder (2 is Steiner die deze ontwikkeling voorzag geciteerd, maar ik eindig dit artikel er nogmaals mee. In volgende artikelen dan meer hierover.

Het samensmeden van het mensenwezen met het machinale wezen, dat zal voor de rest van de aardeontwikkeling een groot, aanzienlijk probleem zijn. Ik heb er weloverwogen vaker op opmerkzaam gemaakt, ook in openbare voordrachten, dat het bewustzijn van de mensen samenhangt met afbrekende krachten. Tweemaal heb ik het in openbare voordrachten in Basel gezegd: In ons zenuwstelsel  (hinein ersterben wir) maken we een sterfproces door..-Deze krachten, deze wegstervende (ersterbende) krachten, ze zullen steeds krachtiger en krachtiger worden. En er zal de verbinding gelegd worden tussen de in mensen wegstervende (ersterbende) krachten die verwant zijn aan elektrische, magnetische krachten en de uiterlijke machinekrachten. De mens zal in zekere zin zijn bedoelingen, zijn gedachten in de machinekrachten kunnen invoeren. Nog onontdekte krachten in de mensennatuur zullen worden ontdekt, zulke krachten, welke op de uiterlijke elektrische en magnetische krachten inwerken. Dat is het ene probleem: het samenbrengen van de mens met het mechanische, dat steeds meer en meer om zich heen moet grijpen in de toekomst. (12
Op het moment dat men achter alle geheimen van de u de laatste keer genoemde dubbelganger komt, komt men juist in de positie – ik spreek over niets irreëels - , hersenen op die waarde te brengen, die ze hebben louter als massa als ze op de weegschaal gelegd worden , omdat men in staat is, als ze belevendigd zullen worden, ze alleen door de dubbelganger te laten belevendigen. (12






Afbeelding 1: uit film Terminator science fiction of toekomstscenario?

Steiner kaart hier dan ontwikkelingen aan op het zwarte occulte gebied, die inspiraties zijn uit de ahrimaanse toverschool, welke ten volle zullen werken met de krachten van de zogenaamde ondernatuur.(16 (7b

naast de wifi-straling die er overal al is, nog eens extra radar straling:




Verwijzingen:

1.http://www.anwb.nl/kampioen/auto-en-verkeer/auto/de-zelfrijdende-auto-komt-eraan, ANWB oorspronkelijk Algemene Nederlandse Wielrijders Bond
3.https://www.youtube.com/watch?v=D5ShvYrYnxo transhumanism knocking on your door
10. http://nl.wikipedia.org/wiki/Google_Inc. Naam afgeleid van googol. Ray Kurzweil is bij google aangenomen en werkt er nu aan een wereldbrein http://en.m.wikipedia.org/wiki/Google_Brain, heel bijzonder dat google in zijn beginjaren schermde met de slogan no evil http://en.m.wikipedia.org/wiki/Don't_be_evil
11. transhuman new world order
12. GA 178, 25-11-1917
14. http://www.trouw.nl/tr/nl/6700/Wetenschap/article/detail/3828375/2015/01/12/Experts-waarschuwen-voor- gevaren-kunstmatige-intelligentie.dhtml en http://www.volkskrant.nl/wetenschap/stephen-hawking- kondigt-opnieuw-machine-opstand-aan~a3803320/
15. http://www.visionair.nl/ideeen/filosofie/mens-wordt-god/ en http://christian-transhumanism.blogspot.nl/, zowel bij de Mormonen als bij mensen die zeggen vanuit christelijke hoek te komen is er een tedens om een soort alliantie met het transhumanisme te gaan vormen.
16, ondernatuur, http://www.denieuweboekerij.nl/boeken/volwassenen/religie- spiritualiteit/antroposofie/duits/freies-geistesleben/rudolf-steiner/der-mensch-zwischen-uber-und- unternatur

Kees Kromme

op onderstaande website staan reeds eerder verschenen artikelen van auteur uit Apokalyps Nu!:





vrijdag 27 februari 2015

Spirituele Wetmatigheden?


Spirituele Wetmatigheden?

De vraag workees 1dt wel eens gesteld of we spirituele kennis ook praktisch kunnen maken. We horen of lezen bijv. over ons theoretisch lijkende kennisgebieden en we vragen ons af, wat heb ik er aan? En ook, hoe kan ik weten of het waar is? Ik ga nu een voorbeeld beschrijven van iets wat ik zelf nadat ik er eerst over gelezen had  heb toegepast. De aanleiding hiertoe wordt hieronder beschreven.
 Rudolf Steiner beschrijft wat een mens na zijn dood in de geestelijke wereld kan meemaken. Dat kan voor een onvoorbereide lezer heel theoretisch klinken, immers met welke middelen kan gecontroleerd worden of het klopt wat hij beschrijft? Tegenwoordig ruim honderd jaar later wordt echter veel van wat Steiner noemde door serieuze onderzoekers bevestigd, zoals bijv. Pim van Lommel waar deze in een studie over bijna dood ervaringen veelal tot dezelfde conclusies komt.
Er wordt door Steiner gesproken over de kama loka (oord der begeerte) toestand na de dood. Als men net overleden is komt eerst het levenslichaam los van het fysieke lichaam welke nu met zijn ontbinding begint. Het levenslichaam (etherlichaam) bergt o.a. het menselijke geheugen in zich. Dit loslaten en tegelijkertijd ook oplossen van dit levenslichaam duurt ongeveer 3 dagen. (ongeveer zo lang als men er maximaal in slaagt wakker te blijven als men zich daarop zou toeleggen) In deze tijd ziet de gestorvene in een reusachtig perspectivisch panorama zijn hele leven voor zich uitgebreid van sterven tot geboorte. Wat kort tevoren beleefd is dichtbij en wat langer geleden gebeurd is verder weg, analoog net als het perspectief in een laan bomen. Bomen dichtbij groot en bomen verder weg klein. Maar alles wel tegelijkertijd. De tijd is tot ruimte geworden. Mensen met een bijna dood ervaring spreken vaak over dit panorama. Dit panorama kan zich ontvouwen in een fractie van een seconde bij bijna dood ervaringen. Mensen die het meemaken kunnen uren zo niet dagen lang spreken over deze korte tijdsflits als ze tenminste niet bang zijn om voor gek aangezien te worden, wat helaas vroeger maar al te vaak gebeurde. Tijd is in spirituele zin is dus iets heel anders dan wij hier op aarde beleven.
Daarna komt de tijd dat de mens zijn astrale lichaam ( het zielegebied) begint los te laten. Uiteindelijk gaat alleen zijn -ik-  (geest) door naar een volgende incarnatie.kees2
De mens gaat nogmaals zijn hele leven verwerken en wel chronologisch in omgekeerde volgorde. Maar dan vanuit het perspectief hoe hij door andere mensen beleefd is. Hoe dat precies in zijn werk gaat is o,a, in de volgende links beschreven.(noot 1-2-3-4) Maar waar het hier nu even om gaat is de tijdsduur van dat proces wat in het kama loka zich afspeelt. Die periode is namelijk ongeveer een derde van het geleefde leven. Is men bijv. 90 jaar geworden dan is deze periode ongeveer 30 jaar. Deze periode hangt samen met het feit dat een mens een derde van zijn leven slaapt. In elke nacht is er al een (onbewuste) verwerking van de afgelopen dag. In dit geval dus 90:3=30 jaar. (8 uur slaap per 24 uur). In terugwerkende volgorde wordt dus het leven als aaneengeschakelde nachten verwerkt vanuit het standpunt van de gevoelens van de andere mens. Deze andere mens leeft intussen zijn leven verder op aarde en is nog in het slaap/waakritme 1:3. Maar dat zijn slechts gemiddelden.
Nu de overgang van de theorie naar de praktijk. Daartoe het volgende voorbeeld. Ik heb het idee dat vele mensen deze belevenissen hebben,maar er weinig bewust bij stilstaan.kees 3
Mijn vader is in 1989 overleden en werd 66 jaar. (1923). Zelf ben ik van bouwjaar 1954.
Ik heb meerdere van deze momenten (als onder beschreven) gehad, maar ik licht er nu een bijzondere uit.
Op een gegeven moment in 2001 nadat ik eigenlijk al langere tijd niet meer aan mijn vader had gedacht, was hij opeens weer in mijn aandacht na een nacht slapen. Het was niet zijn verjaardag en er was ook geen uiterlijke aanleiding daarvoor. Indachtig de mededelingen van Steiner ging ik eens terugrekenen. In het jaar 2001 was het 12 jaar geleden dat mijn vader overleden was. In 1989 is zijn kamaloka periode begonnen. In 2001 was hij in het terugleven dus 12×3=36 jaar terug sinds 1989. 1989-36=1954. (de getallen zijn afgerond). Dus op het moment dat hij opeens levendig in mijn herinnering was, was hij aanbeland in het terugbeleven bij mijn eigen geboorte in 1954! Op deze manier kun je ook op andere belangrijke gebeurtenissen stuiten die je samen beleefd hebt. Hetzelfde kan ik ook over mijn moeder vertellen. In 2014 had ik iets soortgelijks. Overleden is ze in 1999, dus 15 jaar tevoren. 1999-3×15= 1954! Zoals ik al schreef dit gaat ook op bij andere gebeurtenissen,bij ernstige ziekte, het sterven van een ander familielid of juist de geboorte.
Voor degene die dit bij zich zelf eens willen nagaan is er de volgende formule.
B= tijdstip belevenis (dat men opeens na langere tijd bewustzijn heeft van iemand)
S=sterfdatum
T= verstreken tijd
D=berekende datum
B-S=T (streepje is minteken)
S-(3xT)=D
Vlgs voorbeeld boven
B2014-S1999=T15
S1999-(3xT15)=D1954
Zoals ik al schreef ook voor andere gezamenlijk belevenissen ging dit op. Na 2011 had ik het gevoel dat het gevoelscontact met mijn vader aan het afnemen was. In 2011, 22 jaar na zijn sterven had mijn vader sinds 1989 al 66 jaar terug beleefd en was bij zijn eigen geboorte in 1923 aangekomen. Volgens Steiner ga je dan over in een hogere hemelsfeer (noot 3) en hou je je minder met het leven op aarde bezig.
kees 4Het is voor de gestorvene heel belangrijk, dat degenen die nog op aarde achtergebleven zijn nog steeds denken aan de gestorvene, niet in de zin van was hij nog maar hier, maar om het verwerkingsproces voor de overledene makkelijker te maken. Vooral als er zich incidenten hebben voorgedaan die op dat moment onvergeeflijk waren kan het zeer waardevol zijn om later alsnog te proberen te vergeven. Op zijn beurt als de overledene in zijn verwerkingsproces aangekomen is bij deze belangrijke episode, is de kans dat de levende hier op aarde daar wat van mee krijgt groot indien hij er voor open staat, vooral in de slaap als hij ook (onbewust) in de geestelijke wereld is en zijn afgelopen dag aan het verwerken is. Een bewuste indruk die men heeft bij het ontwaken kan men dan serieus nemen en erachter proberen te komen wat er gezegd wil worden.
Probeert u zelf eens met iemand die u na stond en overleden is of u ook dergelijke belevenissen bij u zelf naar boven kunt halen.

Meer over kama loka en stadia na de dood:

terug naar inhoudsopgave

woensdag 18 februari 2015

auteur


De reis naar Constantinopel

Unknown-2





Hij was op weg met een reisgezelschap. De trein waarin ze reden maakte een langere tussenstop in Constantinopel. Om de tijd tot het vertrek te overbruggen en ook uit nieuwsgierigheid verliet hij het station en ging de omgeving verkennen. Maar al spoedig bemerkte hij dat hij de tijd uit het oog verloren had, de trein bleek al weer vertrokken met de rest van het gezelschap. Daarom werd echter niet gerouwd. Nu eenmaal daar ging hij verder de stad verkennen. Unknown-3Liep door smalle steegjes met naambordjes die hij niet kon lezen vanwege de oosterse lettertekens. Er liepen kleine vrouwtjes met hoofddoekjes en ze spraken een taal met elkaar die hij niet kon verstaan. Door de smallere steegjes ging het langzamerhand heuvelopwaarts. De stad was kennelijk op een heuvel gebouwd. De huizen waren ter weerszijden van de smalle steegjes hoog en weinig zonlicht bereikte de straat. Een beetje verloren voelde hij zich daar. Toen kwam hij bij een bredere hoofdstraat, meer zonlicht drong er door. Deze straat glooide ook langzaam omhoog.
Kijkende vanuit een smalle zijstraat zag hij in de hoofdstraat een stoet naderen. Voorop liep (of beter gezegd schreed) een zwart gesluierde vrouw. Hij voelde aan dat ze een weduwe was. Achter haar aan een gevolg van stemmig geklede mensen, een lange rij. Ze schreden geluidloos voorbij. Hij kreeg ook de indruk dat ze een prinses was of in ieder geval van hoge komaf. Het wekte in ieder geval zijn nieuwsgierigheid mateloos. Toch verloor hij de prinses-weduwe en de stoet weer uit het oog en ging verder de straten door wel steeds heuvelopwaarts. Toen bovenop op de heuvel ontwaarde hij een imposant gebouw, de Hagia Sophia, eens moskee, nu een kerk.
Hij ging er binnen door een hoge poort. Binnen reusachtige zuilen wijd uit elkaar en boven een reusachtig koepelvormig beschilderd plafond. Door gekleurde glasvensters met motieven speelden warme kleuren in een lichtspel op de bodem en de wanden. Daar zag hij opeens de zwart gesluierde vrouw, ze zat op een houten bankje vlakbij een grote stenen zuil. Hij wist dat hij zich geheimzinnig tot haar aangetrokken voelde. Haar gevolg van eerder was nergens te bekennen. Achter de sluier wist hij keek ze hem aan. Geen geluid klonk er nu, terwijl toen hij in de straatjes dwaalde er nog wel een geroezemoes geklonken had. Toen liep hij op haar toe voelde ook iets van sensualiteit en wilde de sluier optillen om het gezicht te kunnen zien waarvan hij het gevoel had dat het wonderschoon moest zijn, net als haar hele voorname gestalte, zwarte geklede lange gestalte met slank postuur.images
Toen opeens sloeg een gedachte binnen met de kracht van een bliksemflits. Hij had zijn schoenen nog aan!, had verzuimd deze uit te trekken bij de ingangspoort. Het voelde aan als bijna een vloek, heiligschennis! In een moskee, een sluier willen oplichten van een mooie voorname vrouw en dat met de schoenen aan! Diepe schaamte overviel hem, hij keerde zich om en verliet teleurgesteld de kerk, zij volgde hem liefdevol met haar blik. Daarna volgde een dwaalweg in tegenovergestelde richting van de heenweg door de stad, echter nu heuvelafwaarts. Dit gebeurde in grote verwarring en een gevoel van gefaald hebben. Uiteindelijk kwam hij buiten de stadsmuren in een mooi glooiend goudgroen landschap in de namiddagzon. Een zilverkleurig riviertje meanderde liefelijk door het landschap. Hij werd getrokken naar een man in het veld, deze was met een zeis het goudgele koren aan het maaien met grote ritmische bewegingen. Een oude wijze man met lange witte mantel en lang wit haar dat in de zon zilverig glinsterde. Toen hij daar aan kwam begon de man liefdevol in een vreemde taal tot hem te spreken, maar toch kon hij alles verstaan.
Toen werd hij wakker uit deze zo detailrijke heldere droom. Vergeten was alles wat de oude man hem vertelde op een ding na, “alles zal goedkomen”. Vervolgens in de jaren die volgden bleek het dat deze heldere droom tot een richtsnoer in zijn leven werd.


aanvulling nav reacties (zie onderaan):

De pelgrim.

Ik zal het in navolging van de repliek van Maya van der Bent op mijn verhaal van de reis naar Constantinopel verder ook over "de pelgrim " hebben.

De pelgrim was op weg met de trein met een gezelschap wat vermoedelijk zijn familie en kennissen representeerde. Bestemming onbekend maar het voelde vrij zakelijk aan. Het tussenstation Constantinopel markeerde een ommekeer in zijn zoekrichting want oude karmische verbanden werden losgelaten en een nieuwe zoektocht werd vooreerst nog onbewust gestart.
Constantinopel heet tegenwoordig Istanboel.
In het begin is de pelgrim zich niet bewust wat hij zoekt. Hij dwaalt in de stad en gaat steeds meer heuvel opwaarts ergens naartoe. Iets drijft hem.
Hij voelt zich niet echt thuis in de oosterse setting omdat alles hem onbekend en vreemd voorkomt, de taal, het schrift en de mensen. Toch is zijn nieuwsgierigheid geprikkeld en er is geen enkele spijt dat hij de voortzetting van de treinreis met het gezelschap gemist heeft. Iets nieuws kondigt zich aan maar hij weet nog niet wat. Op het moment dat hij bij de hoofdstraat aankomt en de kleine zijsteegjes verlaat. Begint het te dagen dat hij naar iets op zoek is.
De waardig voortschrijdende rouwstoet met de zwarte gesluierde vrouw voorop prikkelt zijn nieuwsgierigheid. Hij weet dat ze een weduwe is en mogelijk ook een prinses. Maar waarom er gerouwd word weet hij niet er is ook geen lijkkist in de stoet.
Hij waagt het niet om de stoet te volgen en dwaalt nog wat verder.
Wat betreft de gesluierde weduwevrouw en rouwstoet heeft de pelgrim later het volgende gelezen wat vlgs hem op de een of andere manier een aanwijzing zou kunnen zijn.

In het oude Egypte was een tempel te Saïs. Tempels waren inwijdingsplaatsen. In die tempel stond een standbeeld van Isis een godin. In christelijke termen hetzelfde als jonkvrouw Sophia. Sophia betekend wijsheid. Jonkvrouw is maagdelijk. Dit beeld was gesluierd. Er was een jongeling die later de jongeling van Saïs werd genoemd. En deze zocht een inwijdingsweg te gaan. Hij wilde daartoe de sluier van het beeld afnemen.
Maar bij het beeld stond de tekst:

"Ik ben alles wat is, alles wat is geweest en alles wat zal zijn. Geen sterveling heeft mijn sluier opgelicht." -

Dit wezen is verleden, heden en toekomst.

Het lukt de jongeling dan ook niet om het beeld te ontsluieren. Hij was nog niet rijp voor deze inwijdingsgraad.
Hij zal sterven zonder dit geheim ontrafeld te hebben.

De rouwstoet. Een langer citaat uit de bijbel.

Jezus wekt de zoon van een weduwe tot leven
LUKAS 7:11-17
EEN OPSTANDING BIJ NAÏN

Kort nadat hij de dienaar van de legerofficier heeft genezen, verlaat Jezus Kapernaüm en gaat op weg naar de stad Naïn, ruim 30 kilometer naar het zuidwesten. Hij is niet alleen. Zijn discipelen en een grote menigte reizen met hem mee. Vermoedelijk zijn ze tegen de avond bij Naïn. Net buiten de stad komen ze een grote begrafenisstoet tegen. Het dode lichaam van een jonge man wordt op een baar de stad uitgedragen om begraven te worden.

Vooral voor de moeder is het verschrikkelijk. Ze is weduwe en nu is haar enige kind overleden. Toen haar man stierf, had ze tenminste nog haar zoon. Ze moet erg aan hem gehecht zijn geweest. Hij was de enige op wie ze in de toekomst had kunnen terugvallen, en nu is ook hij gestorven. Hoe moet ze nu verder?

Jezus is diep geraakt als hij het intense verdriet en de trieste omstandigheden van deze vrouw ziet. Teder, maar met een overtuiging die vertrouwen geeft, zegt hij tegen haar: ‘Huil maar niet.’ Dan komt hij dichterbij en raakt de baar aan (Lukas 7:13, 14). De mensen merken dat er iets bijzonders aan de hand is en de stoet komt tot stilstand. Velen zullen zich afvragen wat Jezus met zijn opmerking bedoelt en wat hij van plan is.

Jezus geeft de jonge man aan zijn moeder; de menigte kijkt vol verbazing toe
En hoe zit het met degenen die met Jezus meereizen? Zij hebben gezien dat Jezus wonderen deed en allerlei ziekten kon genezen. Maar blijkbaar hebben ze nog nooit meegemaakt dat hij iemand uit de dood opwekt. Inderdaad, lang geleden vonden er weleens opstandingen plaats. Maar zou Jezus dat kunnen? (1 Koningen 17:17-23; 2 Koningen 4:32-37) Jezus beveelt: ‘Jongeman, ik zeg je: sta op!’ (Lukas 7:14) En dat gebeurt! De man komt overeind en begint te praten. Jezus geeft hem aan zijn moeder, die verbijsterd is, maar intens gelukkig. Ze is niet meer alleen.

De rouwende weduwe krijgt haar zoon die al gestorven was terug. In christelijke zin was dit ook een inwijding van de jongeling van Naïn zoals deze genoemd word. De zoon van de weduwe is ook de naam (in oude mythen) voor degenen die een inwijding ondergaan.

(Later wekt Jezus nog iemand anders  op: Lazarus. Dit word ook een grote ingewijde van het esoterische christendom.)

Isis en de maagd Sophia
In het beeld van Isis wijst de Egyptische mythologie op het zuivere astrale lichaam, vrij van zinnelijke verlangens. In de christelijke mysteriën komt de "Maagd Sophia" met haar overeen in een getransformeerde vorm. Zo vindt men in de beelden van de Madonna op christelijk vernieuwde wijze terug wat de Egyptenaren uitbeeldden in het beeld van Isis met de jongen van Horus. Voor zover lichamelijke ziekten uiteindelijk voortkomen uit geestelijke oorzaken, d.w.z. uit ontregelde structuren van het astrale lichaam, was het imaginatieve beeld van Isis van bijzondere betekenis voor de genezende tempelslaap die in de Egyptische geneeskunst werd gecultiveerd. Sensuele begeerte vernietigt de zuivere groeikrachten van het etherische lichaam. Isis kan genezend werken omdat juist in haar de kuise, zuivere, aseksuele maagdelijke voortplantingskracht leeft, vrij van alle zinnelijke begeerte:

De jongeman van Sais zou deze sluier zonder toestemming hebben opgelicht. Volgens Rudolf Steiner werd hij later herboren als de jongeling van Naïn, die in het 7e hoofdstuk van het Lucasevangelie wordt genoemd en door wie Christus uit de dood werd opgewekt. In hem leefde de hele Egyptisch-Chaldeeuwse cultuur en deze vierde zijn wederopstanding in christelijke zin door de opwekking, die tegelijkertijd een inwijding was. Hierdoor kon deze grote ingewijde in de volgende incarnatie de stichter worden van de religie Mani (Manes), die het manicheïsme stichtte.

Later werd de voormalige jongeling van Sais herboren als de "zuivere dwaas" Parzival en gekozen tot de bewaker van de Heilige Graal (Lit.: GA 264, p. 230). Dat werd hij pas na lange omzwervingen, omdat hij bij zijn eerste ontmoeting met de Graal had verzuimd de beslissende vraag te stellen. Op de juiste manier vragen stellen, dus niet met het verstand maar met het hart, is echter in het huidige bewustzijns-ziel-tijdperk de noodzakelijke voorwaarde voor een ingewijde om geestelijke waarheden te openbaren.

"Een ander moet het niet vragen. Hij weet goed genoeg wie niet moet vragen: de jongeling van Sais moet niet vragen. Want het was zijn lot om te vragen, om te doen wat hij niet moest doen, om het beeld van Isis te laten onthullen. De Parzival van de tijd voor het Mysterie van Golgotha, dat is de jongeling van Saïs. Maar in die tijd werd tegen hem gezegd: "Pas op dat wat achter de sluier ligt, onvoorbereid aan je ziel wordt onthuld! - De jongeling van Saïs na het Mysterie van Golgotha is Parzival. En hij moet niet speciaal voorbereid zijn, hij moet met een maagdelijke ziel naar de Heilige Graal geleid worden. Hij mist het belangrijkste, omdat hij niet doet wat de jongeling van Saïs is ontzegd, omdat hij niet vraagt, niet zoekt naar de openbaring van het mysterie voor zijn ziel. Zo veranderen de tijden in de loop van de evolutie van de mensheid!" (Lit.:GA 148, blz. 165)

Novalis gebruikte het motief in zijn sprookje "Hyacint en Rozenknopje", dat de kern vormt van zijn onvoltooide roman "De Leerlingen van Sais" (1799). In een droom tilt de jongeling Hyacint de sluier van de maagd op - en vindt zijn geliefde rozenbloesem:

"Onder hemelse geuren sluimerde hij, omdat alleen de droom hem in het Heilige der Heiligen mocht leiden. Wonderlijk leidde de droom hem door eindeloze kamers vol vreemde dingen op luide, levendige klanken en in wisselende akkoorden. Het leek hem allemaal zo vertrouwd en toch in een nooit eerder geziene heerlijkheid, toen verdween zelfs de laatste aardse aanraking als in lucht verteerd en stond hij voor de hemelse maagd, toen tilde hij de lichte, stralende Sluier op en Rozenbloesem zonk in zijn armen."

- de dichter Novalis: De Leerlingen van Sais, 2. Natuur [4].

Van de inwijdelingen in de tempel werd gezegd:

Maar zij konden dit inzicht niet in één keer bereiken, omdat de geest eerst van vele dwalingen moest worden gereinigd, eerst vele voorbereidingen moest ondergaan, voordat hij het volle licht van de waarheid kon dragen. Er waren dus trappen of graden, en pas in het binnenste heiligdom viel het deksel volledig van hun ogen.

Alles wat versluierd is, alles wat mysterieus is, draagt bij tot het verschrikkelijke en is daarom in staat tot sublimiteit. Van deze soort is de inscriptie die te lezen was boven de tempel van Isis in Saîs in Egypte: "Ik ben alles wat is, alles wat is geweest en alles wat zal zijn. Geen sterveling heeft mijn sluier opgelicht." - Het is juist deze onzekerheid en mysterie die de ideeën van de mensen over de toekomst na de dood iets huiveringwekkends geven; deze gevoelens worden heel gelukkig verwoord in de bekende soliloquia van Hamlet."

- Friedrich Schiller: Van het sublieme

Een noodzakelijk gevolg hiervan was dat een bepaald geheim - het geheim van de verbinding tussen de geestelijke wereld en de fysieke aardse wereld - dat vóór de komst van de Christus Jezus bestond, niet aan deze gewone menselijke organisatie kon worden geopenbaard. De menselijke organisatie moest eerst worden omgevormd, eerst volwassen worden gemaakt. De jongeling van Saïs mocht niet zonder meer het beeld van Isis zien, dat van buitenaf kwam." (Lit.: GA 148, p. 168f)

Toen kwam de pelgrim bij de tempel Hagia Sophia wat in het grieks betekend "heilige wijsheid". Op de binnenkoepel van de tempel staat een beeltenis van Maria Sophia. Onbewust had de pelgrim gezocht naar "heilige wijsheid."
De Hagia Sophia is zowel kerk als moskee geweest en is wss momenteel een museum.
In de kerk-tempel-moskee komt hij de zwart gesluierde vrouw weer tegen. Hij weet nu dat ze Sophia heet. Het gevolg van de rouwstoet is er nu niet. Ze zit op een houten bankje.
Hij loopt op haar toe en wil de sluier oplichten. Vraagt niet of dat wel mag en vraagt ook niet naar de reden van de rouw. Hier komt iets van het Parcival motief te voorschijn de vraag die niet gesteld word. Toen dat Parcival eens overkwam moest hij het graalskasteel (tempel) onverrichtetzake verlaten.
En nu komt het vreemde voor de pelgrim. Hij was absoluut in dit leven geen moslim. Had zich nog nooit erover druk gemaakt dat je in een moskee je schoenen moest uit hebben .
Maar o hoe grote schrik de pelgrim realiseerde zich dat hij wel achoenen aanhad in een moskee een doodzonde!
Dit moet haast te maken hebben met een vorige incarnatie als gelovige moslim.
Ditect kwam ook het gevoel van falen. De sluier kon niet gelicht worden. De pelgrim was er nog niet rijp voor .Maar de gesluierde vrouw die een grote liefde uitstraalde wist precies war hem overkwam.
Alles heeft de signatuur van een mislukte inwijdingsbelevenis.

Later is de pelgrim voor zijn werk echt in Saudie Arabië geweest. En heeft met schoenen aan in een in aanbouw zijnde moskee gelopen. Heeft er zelfs foto's gemaakt wat ten strengste verboden was. Dus het gebeurde stiekum. Totaal geen schroom voor de schoenen.

Over schoenen nog het volgende. Het karma is nauw verbonden met het schoeisel. Deze brengen je namelijk overal naartoe waar je je lot ontmoet.
Je levenspad is daar waar je voeten je naar toe gebracht hebben.

Toen in verwarring de stad en de tempel op de heuvel(s) verlatend van een stenen meer doodse omgeving naar een levend grazig landschap met een meanderende rivier.
Daar ontmoet de pelgrim de wijze oude man die lijkt op Gandalf van de lord of the rings en op Merlijn uit de koning Arthur legenden of het schoolhoofd in Harry Potters Zweinstein. Duidelijk een ingewijde in de mysteriën van het leven. En dat deze tot slot van een lang verhaal opmerkt dat alles goed zal komen is de hoop die de pelgrim de rest van zijn leven mee kan dragen.



terug naar inhoudsopgave